Jeugdspecialist bij de huisarts boekt veelbelovende resultaten

Na het succes van de praktijkondersteuner huisarts ggz (POH ggz), een tussenpersoon tussen de huisarts en de specialistische ggz, volgt nu een nieuwe ondersteuner: een met een specialisatie jeugd. 'Gezien de resultaten verwachten we dat deze trend zich over het land zal verspreiden', zegt Nikki Udo, onderzoeker bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi).

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Meisje bij dokter
Foto: Picscout

De functie en invulling van deze praktijkondersteuner jeugd verschilt per gemeente. Over het algemeen krijgen ze vragen over psychosociaal functioneren, zoals angsten, somberheid en teruggetrokken gedrag, en vragen over opvoeding. Het zijn meestal hbo of wo geschoolde professionals met verschillende achtergronden. Soms hebben ze ervaring met jeugd-ggz. Soms zijn het mensen die in het wijkteam zitten of hebben gezeten en dus een stevige kennis hebben van de sociale kaart van de gemeente – van de hulp en ondersteuning die mogelijk is. In enkele gemeenten zijn het bijvoorbeeld orthopedagogen of psychologen die kortdurende behandeling kunnen geven.

Veelbelovende resultaten

Huisartsenpraktijken met een POH jeugd (of vergelijkbare functie onder een andere naam) boekten afgelopen jaren veelbelovende resultaten: kinderen en jongeren worden meestal snel gezien door de jeugdprofessional, de meeste kinderen zijn met vijf tot acht gesprekken geholpen waardoor een doorverwijzing niet nodig is, en ouders en gezinnen rapporteren over het algemeen grote tevredenheid over de ondersteuning die ze krijgen.

Trend

‘Gezien deze veelbelovende resultaten verwachten we dat steeds meer gemeenten een POH Jeugd of soortgelijke professional gaan inzetten bij de huisarts’, denkt Udo. Het NJi maakte onlangs een overzicht van evaluaties van pilots en projecten met een dergelijke praktijkondersteuner (lees het rapport hier). ‘Door een goede samenwerking tussen de huisarts en het wijkteam kunnen kinderen en jongeren dicht bij huis de hulp krijgen die ze nodig hebben’, stellen ze.

Laagdrempelig

‘De huisarts is voor veel mensen een bekend, vertrouwd persoon waar ze naartoe durven met persoonlijke vragen,’ zegt Udo ‘Ook als die niet medisch zijn. Die laagdrempeligheid van de huisartsenpraktijk is goed. Maar huisartsen hebben niet altijd inzicht in de actuele sociale kaart van de gemeente – en dat kunnen en hoeven ze ook niet te zijn. Een samenwerking met een jeugdprofessional die wel die kennis heeft, kan ervoor zorgen dat kinderen sneller de juiste ondersteuning krijgen.’

Geen grip op verwijzers

Sinds de decentralisatie zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp. Naast gemeenten mogen ook huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen doorverwijzen naar (specialistische) jeugdhulp. De huisarts is de grootste verwijzer. ‘Dat kan voor gemeenten lastig zijn,’ weet Udo. ‘Ze zijn verantwoordelijk voor het budget en kwalitatief goede jeugdhulp, maar ze hebben geen grip op alle verwijzingen.’ Sterker: als gemeenten huisartsen proberen te vertellen dat ze minder moeten verwijzen, gaan veel huisartsen in de weerstand.

Goede zorg voor jeugd

‘Wat wel werkt is het gezamenlijke doel centraal zetten: goede zorg en ondersteuning geven aan kinderen en jongeren’, zegt Udo. ‘En vervolgens moet je bouwen aan een goede werkrelatie, door elkaar te leren kennen en vertrouwen te krijgen in elkaars expertise. Een mailtje of telefoontje is niet genoeg om zo’n samenwerking tussen medisch en sociaal domein te bewerkstelligen. Het opstarten van zo’n samenwerking vraagt in het begin een investering in tijd en geld, geduld en tact.’

2 REACTIES

  1. Lees alle reacties

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.