Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Hoe doorbreek je die hulpverlenersreflex? ‘Ik stel vraag na vraag om de stilte op te vullen’

Sociaal werker Max Poolman schiet vaak, sneller dan hij zou willen, in de ‘hulpverlenersreflex’: de neiging om te fixen, op te lossen en het gesprek over te nemen. Steeds duidelijker ziet hij dat die reflex vooral iets zegt over hemzelf, en veel minder over wat de ander op dat moment nodig heeft. Daarom besluit hij uit te zoeken hoe hij deze reflex kan voorkomen.
Max Poolman, Jongerencoach en coördinator Nazorg na Detentie / Founder Bureau Bliksem / Freelance coach, schrijver en spreker
Max Poolman, Jongerencoach en coördinator Nazorg na Detentie / Founder Bureau Bliksem / Freelance coach, schrijver en spreker. Foto: Foto: Sophie Laubert Photography

Op een regenachtige dinsdagmiddag, na afspraken door heel Rotterdam, stap ik Heilige Boontjes binnen: een grand café waar jongeren hun weg naar de arbeidsmarkt (terug) kunnen vinden. Ik wacht op een jongere die ik sinds kort begeleid; we kennen elkaar nog nauwelijks. Terwijl ik mijn natte jas ophang, loopt hij binnen. Nog voordat hij goed zit, stel ik hem vraag na vraag. Zodra hij antwoord geeft, rollen de adviezen alweer uit mijn mond, als opdringerige pushnotificaties. De hulpverlenersreflex.

Het opvullen van stiltes, advies geven voordat iemand erom vraagt, het gesprek onbewust overnemen: de reflex is voor velen herkenbaar. Niet alleen binnen de hulpverlening, maar ook daarbuiten. Wanneer dierbaren met een probleem bij ons komen, schieten oplossingen ons vaak sneller te binnen dan vragen of ruimte. Maar waar komt die reflex vandaan? En wat vraagt het van ons om hem te herkennen én te onderscheppen?

De behoefte aan de hulpverlenersreflex

Dit heb je waarschijnlijk allemaal tijdens je opleiding tot sociaal werker al gehoord, maar ik herhaal het toch. Tot in de jaren zeventig was het behaviorisme dominant in de kijk op menselijke motivatie: verandering in gedrag werd vooral gezien als reactie op beloningen en straffen. Maar hoogleraren Richard Ryan en Edward Deci toonden aan dat dit juist averechts kan werken op hoe gemotiveerd mensen zijn om hun gedrag te veranderen.

In hun onderzoek naar motivatie kwamen Ryan en Deci uit op een organismisch perspectief: mensen worden hierin gezien als actieve organismen die een aangeboren neiging tot groei en ontwikkeling hebben. Ryan en Deci ontwikkelden de zelfdeterminatietheorie (ZDT), waarin het draait het om drie psychologische basisbehoeften als basis voor motivatie: autonomie, verbinding en competentie. In de volksmond kan het ook wel beschreven worden als het gevoel invloed te hebben op je eigen leven, je verbonden te voelen met anderen en te ervaren dat je ergens toe in staat bent.

Terug naar de hulpverlenersreflex

Nu kom ik terug op de hulpverlenersreflex. Want deze reflex gaat vaak voorbij aan die basisbehoeften en ondermijnt dus de motivatie van een jongere/cliënt of buurtbewoner om zelf iets op te pakken. Dus het is essentieel om te herkennen waarom en wanneer we in deze reflex schieten.

Deze reflex gaat niet over ander maar over onze eigen behoefte om spanning te reguleren. Wanneer wij die spanning verminderen door te adviseren, beïnvloedt dat het gevoel van autonomie van de ander. In een vakgebied waar het onze taak is om actieve hulp te bieden kan een passieve houding door bijvoorbeeld stiltes te laten vallen een ongemakkelijk gevoel geven. Taal geeft houvast. Woorden kun je spiegelen, structureren, analyseren. Maar bij stilte is het anders. Wat denkt hij? Zeg ik iets verkeerd? Stel ik slechte vragen? Moet ik iets anders doen? Dat heeft weinig met hen te maken en veel met onze eigen behoefte om het ongemakkelijke gevoel op te lossen. Als het lukt die neiging even te parkeren, ontstaat er ruimte. Ruimte voor iemands eigen tempo. Voor eigenaarschap van iemands eigen verhaal.

De jongere die tegenover mij aan een tafel in het grand café zit, is stil. Zijn mond lijkt op slot. Ik blijf vragen stellen. Na afloop van het gesprek realiseer ik me hoe hard ik mijn best heb gedaan. Ik probeer bij mezelf na te gaan waarom ik dat doe en kom tot de conclusie dat ik hem beter wil leren kennen omdat ik denk dat ik hem dan beter kan helpen. Maar was dat wat hij op dat moment nodig had?

Waar het werkelijk om draait

Bewustzijn op deze reflex maakt een wereld van verschil. Als hulpverleners kennen we de theorie zoals ik die eerder schetste, maar door de hoge werkdruk is het logisch dat we opnieuw in dit soort valkuilen trappen. Waarschijnlijk helpt je caseload of tijdsdruk die je ervaart niet mee. Maar daar hebben we niet altijd invloed op. Waar we wel invloed op hebben, is het herkennen en onderscheppen van de reflex. Dan verschuift de focus van onszelf weer naar de ander. De vraag is niet óf we de hulpverlenersreflex hebben. Die hebben we allemaal. De vraag is: hoe onderscheppen we hem zodra we erin belanden?

Inleven

Als ik naar mezelf kijk, dan helpt het om me opnieuw in te leven in de situatie van de ander. Als jongerencoach in Rotterdam begeleid ik jongeren die uit detentie komen. Zij leven in een heel andere realiteit dan ik; zij liggen niet wakker van de stress die ik voel om mijn perspectiefplan op tijd af te ronden. Zij hebben te maken met veel meer wezenlijke problemen: onveiligheid, schulden, detentie, dakloosheid. Soms alles tegelijk. In zulke contexten volgen plannen zelden het spoor dat ik vooraf uitstippel. En hoe harder je trekt, hoe moeilijker het voor hen kan worden een stap te zetten.

Veel van mijn jongens leven in een overlevingsstand. Hun aandacht gaat uit naar wat onderaan de piramide van Maslow ligt: waar slaap ik vannacht? Hoe kom ik aan eten? Hoe kom ik aan geld? De berg die voor hen ligt is steil en soms mistig. Ze weten vaak zelf ook wel dat klimmen de enige weg omhoog is. Dat hoef ik ze niet te vertellen. Omhoogkijken is soms zo overweldigend dat ze soms niet eens kijken. Wat ze dan nodig hebben is iemand die naast hen staat en ze even niet ziet als “een probleem dat opgelost moet worden”.

Vertragen

Als ik de reflex wil onderscheppen, moet ik me aansluiten bij het tempo van de ander. Wanneer we aansluiten bij het tempo van de ander, ondersteunen we autonomie. Wanneer we naast iemand staan in plaats van tegenover hem/haar, versterken we verbinding. En wanneer we aandacht hebben voor kwaliteiten, talent en veerkracht, bouwen we aan competentie. Zoals de zelfdeterminatietheorie goed laat zien, zetten mensen zelf de stap wanneer zij daar zelf aan toe zijn. Niet wanneer wij vinden dat het tijd is.

Laat stiltes vallen

En misschien is dit mijn grootste inzicht. Je kunt er alle gesprekstechnieken van de wereld op loslaten, maar ik ervaar zelf dat juist stilte een verschil kan maken. Bewust een paar seconden langer zwijgen dan comfortabel voelt. Maar waarom werkt dat zo?

Wetenschapspedagoge Mary Budd Rowe liet met haar onderzoek in klassikale interacties zien dat het bewust laten vallen van stiltes een groot effect heeft op de kwaliteit van antwoorden. Wanneer docenten na een vraag enkele seconden langer wachtten, bleken reacties van leerlingen niet alleen langer, maar ook inhoudelijker en doordachter. Die paar secondes stilte geven ruimte om na te denken, te voelen en woorden te vinden. In plaats van dat wij het gesprek sturen of onderbreken, ontstaat er beweging vanuit de ander. Daarmee versterk je ook de autonomie van je gesprekspartner. Dit principe zien we ook terug in benaderingen zoals motiverende gespreksvoering, waarin het bewust laten van ruimte en het vertragen van het gesprek juist wordt ingezet om de ander zelf tot inzichten te laten komen.

Mijn concrete tip om de hulpverlenersreflex morgen al te onderscheppen: stel een open vraag en tel in jezelf een paar seconden voordat je weer iets zegt. Merk op wanneer je de neiging voelt om in te grijpen, en wacht dan bewust nog even. Juist in dat moment onderschep je de hulpverlenersreflex.

Loslaten van je eigen plannen

Toen mijn collega en ik laatst in een jeugdgevangenis waren om een training te geven rondom het thema “mannelijkheid”, gebeurde er iets moois. Het was Ramadan: veel jongens vinden binnen deze muren steun en rust in hun geloof. De lesstructuur die wij zorgvuldig voorbereiden, dat kan de jongens binnen echt een worst wezen. Het kan er binnen de trainingen hectisch aan toe gaan met de groepen. Voor ons is het de kunst om binnen de hectiek aansluiting te vinden. Maar deze dag kwam een van de groepen in stilte binnen. We zetten de muziek aan, zoals gebruikelijk. Een van de jongens vroeg of de muziek uit mocht. Ze hadden allemaal de Koran bij zich en wilden in stilte lezen en samen in bezinning zijn.

Er heerste een kalmte die we niet eerder binnen hadden ervaren. Een van de jongens kwam naar ons toe om te zeggen dat het niet aan ons lag, dat ze even met zichzelf bezig waren. Hij sprak zijn waardering uit dat wij hen de ruimte gaven om dit uur aan stilte en bezinning te besteden. Er was geen dankwoord nodig in mijn ogen, ik vond het juist mooi om te zien hoe de jongens hier zo bewust mee bezig waren.

We hadden veel vragen en gespreksonderwerpen voorbereid. Maar dit was precies wat er op dat moment nodig was. Een stap terug doen en stil zijn. Misschien is dat wat het onderscheppen van de hulpverlenersreflex soms betekent: ruimte laten voor stilte en het loslaten van je eigen plannen.

Dit artikel is onderdeel van een serie artikelen door sociaal werkers. Daarin schrijven zij over iets waar ze in het werk tegenaan lopen. Ben je sociaal werker, kun je schrijven en wil je meedoen? Stuur een berichtje via Linkedin of mail ons op zorgenwelzijn@bsl.nl

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.