
Wie met de sociaal werker in het achterhoofd het vandaag gepresenteerde Coalitieakkoord Aan de Slag doorneemt, ziet dat er tussen de regels door best wat wordt gevraagd van die sociaal werker. De term ‘sociaal domein’ komt 4 keer terug (dat is ook wel eens 0 geweest). Vooral de nadruk op preventie valt op.
Wijken versterken, buurthuizen behouden
Er wordt dan ook in allerlei verschillende sectoren geld uitgetrokken voor uitdagingen in het sociaal domein. Voor specifiek het versterken van wijken en buurten is in 2027, 2028 en 2029 40 miljoen euro beschikbaar. Ook komt er een Gemeenschapsfonds ‘om voorzieningen zoals buurthuizen, verenigingsgebouwen en dorpswinkels te realiseren en te behouden’. Overheid, samenleving en bedrijfsleven moeten samenwerken voor deze ontmoetingsplekken. Daarvoor is tot en met 2030 jaarlijks 50 miljoen euro beschikbaar.
Van jeugdzorg naar sociaal domein
Ook schrijven de coalitiepartners dat er veel jeugdzorg wordt geboden bij problemen die eigenlijk geen zorgproblemen zijn. ‘Denk aan kinderen die het thuis lastig hebben vanwege problemen van hun ouders: een scheiding of schulden.’ Het nieuwe kabinet wil deze problemen leggen waar ze thuishoren, bijvoorbeeld in het sociaal domein.
Het onderscheid tussen preventie, lichte opvoedondersteuning en specialistische jeugdzorg wordt veel helderder, beloven D66, VVD en CDA. ‘Niet het systeem, maar het perspectief van kinderen en gezinnen staat centraal en is leidend bij besluitvorming.’ De hervorming van de jeugdbescherming wordt doorgezet, want ook dat is in het belang van het kind, vinden de coalitiepartners.
GGZ-paragraaf: vaker bemoeizorg
Voor de ggz is de algemene boodschap grotendeels hetzelfde als voor de jeugdzorg. Meer inzet op preventie, waardoor hopelijk tegelijk de mensen die de ggz juist keihard nodig hebben sneller en beter kunnen worden geholpen.
Ook richt het nieuwe kabinet zich op bemoeizorg. Dat moet vaker kunnen worden aangeboden bij mensen die zorg mijden of onbegrepen gedrag vertonen, ook om de politie te ontlasten. Programma’s die criminaliteit nu al proberen in te dammen, zoals het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en het programma Preventie met Gezag, worden voortgezet.
Investeren in schuldenaanpak
Er wordt jaarlijks 150 miljoen euro vrijgemaakt voor een betere aanpak van armoede en schulden. Over waar dit geld naartoe is het kabinet nog niet heel concreet. Maar ook hier wordt wel het woord ‘preventie’ genoemd.
Wel een wat concreter plan: ‘Om grip te krijgen op de portemonnee zorgen we dat alle regelingen van de overheid op een vast moment in de maand worden uitbetaald. Ook streven we samen met aanbieders van vaste lasten zoals banken, zorgverzekeraars en energiemaatschappijen naar één vaste betaaldag voor de maandlasten indien de klant dit wenst.’
Verder wordt in dit deel ook de hervorming van de Participatiewet genoemd. ‘Met inzet op zeer intensieve begeleiding, investeren in gemeenschappen en een goede samenwerking met (sociale) werkgevers. We gaan door met het ingeslagen pad waarin we meer uitgaan van vertrouwen, waarbij we ook effectief handhaven op de plichten die erbij horen zoals de taaleis of de aanpak van fraude.’
Financiering Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA)
Het ging er de afgelopen tijd vaak over: hoeveel geld trekt het nieuwe kabinet uit voor het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord? In de budgettaire tabel bij het coalitieakkoord staat het voorlopige antwoord:
- Voor het uitvoeren van de afspraken in het AZWA is in 2027 794 miljoen euro beschikbaar
- In 2028 709 miljoen euro
- In 2029 230 miljoen euro
- In 2030 nog eens 230 miljoen euro
Wordt het aantrekkelijker om in zorg en welzijn te werken?
Daar wil het nieuwe kabinet in ieder geval voor gaan. Met deze plannen:
- ‘We benutten het potentieel van mensen die al in de zorg werken beter. Door slimmer organiseren, minder administratieve lasten en meer ruimte voor innovatie en professionele autonomie wordt het voor zorgverleners aantrekkelijker om meer uren te werken en tijd te hebben voor dat waar ze goed in zijn: de beste zorg geven aan wie dat nodig heeft.’
- ‘Professionals moeten worden opgeleid voor het leveren van zorg waar ze het hardste nodig zijn. In opleidingen komt meer aandacht voor werken buiten het ziekenhuis. Ook maken we ruimte voor opleiden in de eerstelijnszorg, de wijkverpleging, de ouderenzorg en het sociaal domein en maken het overstappen van werk in het ene zorgdomein naar het andere makkelijker.’
- ‘Agressie en intimidatie richting zorgverleners zijn onacceptabel. We pakken
incidenten stevig aan.’
Femicide bestrijden
Dit is een van de meest concrete onderdelen van het coalitieakkoord. Het nieuwe kabinet wil in ieder geval een Clare’s Law invoeren. Dat betekent dat een vrouw naar de politie kan stappen als ze bang is voor mogelijke mishandeling van haar partner. Ze mag dan de politie vragen naar zijn verleden (heeft hij eerder huiselijk geweld gepleegd?). Het is wel aan de politie of die informatie dan ook echt gedeeld wordt.
Ook moet elke professional die een rol heeft in de aanpak van huiselijk geweld een training krijgen om huiselijk geweld te kunnen signaleren. Rode vlaggen van femicide herkennen is dan een vast onderdeel. Een Nationaal Actieplan Stop geweld tegen vrouwen komt er trouwens ook, maar eigenlijk was dit al bekend. Vanuit dat plan wordt bijvoorbeeld ook beoordeeld of Veilig Thuis een grotere rol kan krijgen.
‘Daarnaast verbeteren we de mogelijkheden om sneller verplichte hulptrajecten op te leggen aan daders. En er komt een wettelijke adviesplicht bij signalen van huiselijk geweld en andere schadelijke praktijken voor onderwijs- en zorgprofessionals.’ wordt voortgezet. Voor een betere aanpak van eergerelateerd geweld worden nog nieuwe strafmaatregelen uitgewerkt.
Andere coalitieafspraken die relevant zijn voor sociaal werkers
- Het eigen risico gaat omhoog naar 460 euro per maand.
- De huishoudelijke hulp wordt inkomensafhankelijk.
- Diverse zorgkosten zijn straks niet meer aftrekbaar van de belasting, denk aan steunzolen en gehoorapparaten
- Het kabinet wil dat op Europees niveau besproken wordt hoe de AVG eenvoudiger kan.
- ‘Jonge sekswerkers zijn extra kwetsbaar voor dwang en uitbuiting. We verhogen daarom in drie jaar tijd de minimumleeftijd voor sekswerk van 18 naar 21. Uitstapprogramma’s voor wie vrijwillig wil stoppen met sekswerk worden voortgezet. Daarnaast onderzoeken we of een verbod op het illegaal tewerkstellen van sekswerkers kan worden vormgegeven door middel van een zogeheten pooierverbod.’
- ‘We versterken de rechtspositie van sekswerkers onder andere door betere toegang tot verzekeringen, zakelijke bankrekeningen en andere financiële dienstverlening. We zetten het programma ‘Samen tegen mensenhandel’ voort.’
