Helden rond de velden maakt geweld beheersbaar: Koffie en broodjes voor de tegenstander

De supportersbussen van de tegenpartij kunnen tegenwoordig rustig vertrekken uit Leeuwarden. Vier jaar geleden lagen de ramen er nog uit. Eén vrouw houdt de ‘lastige’ Cambuursupporters in het gareel: fancoach Angelien Leemburg begeleidt de jongens naar elke wedstrijd. En praat, luistert, houdt contact, geeft respect en krijgt respect. De fancoach is onderdeel van het met de Hein Roethofprijs bekroonde project ‘Helden rond de velden’.

‘We waren uitgenodigd bij Ajax, om een gesprek bij te

wonen tussen het bestuur en de F-side supporters. Ze mochten hun mening geven,

hun grieven spuien tegen de grote bazen, Michiel van Praag en de KNVB-bonzen. De

voorzitter van de F-side, Ronald Pieloor, hield de hele menigte supporters

buiten het stadion tegen. Ze lieten die hoge heren gewoon wachten. De spanning

was voelbaar: wie heeft het voor het zeggen? De supporters kwamen pas toen

Pieloor het sein gaf. Voor ons was het een eye-opener: je moet als club in

gesprek komen met je supporters.’

De projectleiders André Saris en Cor Greben hebben met iedereen en alles

gesproken, onderzoek gedaan en veel gewijzigde projectopzetten gemaakt voor ze

in 1999 uiteindelijk begonnen met ‘Helden rond de velden’. De uitkomst was de

meest eenvoudige: intensieve persoonlijke begeleiding, aandacht voor wat

supporters willen en ze het gevoel geven dat ze serieus worden genomen. ‘Een

kwestie van benaderen,’ volgens Cor Greben. ‘Ze niet als lastposten

beschouwen, maar ze een taak geven in de club. En ze aan de regels houden.

Overtreden ze die, dan volgen er sancties. Je moet ze er persoonlijk op

aanspreken.’

‘Helden rond de velden’ is een samenwerkingsproject tussen gemeente,

politie en voetbalclub. Het wordt uitgevoerd door de stichting Het Buro in

Leeuwarden, gespecialiseerd in intensieve begeleiding van probleemjongeren. Het

project kost jaarlijks zo’n 48.000 euro en volgt een driesporenaanpak.

Allereerst spreekt men de 10 tot 12-jarigen aan. Club en spelers bezoeken

scholen om waarden en normen duidelijk te maken. Er is onder meer een

discussiemiddag met rondleiding door de spelers in het stadion. Verder krijgen

de jongens – meisjes horen nog steeds niet bij de ‘lastige supporters’ – met een

stadionverbod wegens wangedrag de mogelijkheid weer wedstrijden bij te wonen. Ze

worden intensief begeleid door vrijwilligers en door de projectleiders van Het

Buro in het zogenaamde buddy-mentor traject. Daar hoort ook bemiddeling bij door

de fancoach met politie, het jeugdwerk of met het Centrum voor Werk en Inkomen.

Het derde spoor is het contact met de club. Door een eigen supportersvereniging

op te zetten, via overleg met het bestuur en door een taak in het clubbeleid te

krijgen, bijvoorbeeld het uitwerken van ideeën voor een betere sfeer tijdens

wedstrijden.

Dubieuze rol

De resultaten zijn goed, zo blijkt uit een evaluatie door een onafhankelijk

bureau. Het voetbalvandalisme tijdens de wedstrijden is afgenomen – rond het

stadion is het echter gelijk gebleven – en het aantal stadionverboden is

drastisch teruggelopen van 57 in 1999 naar negen dit seizoen. En succes is

broodnodig. Want de rellen en knokpartijen blijken moeilijk uit het voetbal te

bannen. Volgens het jaarverslag van het CIV – Centraal Informatiepunt

Voetbalvandalisme – is het geweld in de stadions afgenomen, maar verplaatsen de

incidenten zich naar buiten. Verder blijkt het geweld te muteren: intimidatie en

bedreigingen naar beveiligingsmensen, bestuur en ook de spelers komen steeds

vaker voor. Zeer kritisch is het CIV overigens over de controle bij kaartverkoop

en toegang door de clubs ‘en de soms dubieuze rol die een aantal betrokkenen bij

het voetbal spelen’.

Is dat voor de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond voldoende reden om het

project ‘Helden rond de velden’ verder te verspreiden? ‘Wij hebben de

projectopzet met het juryrapport naar alle clubs gestuurd,’ zegt

KNVB-woordvoerder Rob de Leede. ‘Maar het is één voorbeeld van hoe je met

supporters om kunt gaan. Clubs moeten zelf bekijken wat bij hun doelgroep past.

Er zijn verschillen tussen supporters, ja. Mensen in de Randstad zijn anders dan

bij wijze van spreken in Zuid-Limburg. In de provincie kun je een groepje

jongeren eerder toespreken. In de Randstad zijn de lastige supporters moeilijker

te benaderen, ook al omdat ze veel groter zijn in aantal.’

De zogenoemde sociaalpreventieve aanpak, waar ‘Helden rond de velden’ een

uitwerking van is, is niet geheel nieuw. Andere clubs als Vitesse, Twente en PSV

werken al enkele jaren met een vertrouwenspersoon en aanspreekpunt voor de

supporters. Patrick van de Voort is supporterscoördinator bij PSV. Die club

begeleidt supporters al vanaf 1988. Drie coördinatoren werken met naar schatting

drieduizend ‘harde kern’-supporters. Het werkt absoluut, zegt Van de Voort.

‘Maar het is een illusie te denken dat je iedereen op het rechte pad kunt

houden. Het is goed dat we de supporter die van het rechte pad afwijkt, kennen.

Toch gaat het af en toe mis. Waarom? Omdat voetbal emotie is en dan kan je over

de schreef gaan. Vooral als je club er slecht voor staat. Of de scheidsrechter

een verkeerde beslissing neemt. Dan slaat de vlam in de pan.’

Beheersbaar

Cor Greben, die de Cambuursupporters begeleidt, kan dat beamen. Ze hadden

de Hein Roethofprijs nog niet binnen, of er ontstonden relletjes op de

Cambuurtribune. ‘En weet je wat er was gebeurd?’ Greben veert op: ‘een van de

jongens gooide een kop koffie naar achteren. Er werd wat getrokken en geduwd en

twee stoeltjes zijn kapot gegaan. Maar dat wordt dan direct in de media breed

uitgemeten. Deze mensen zijn direct opgepakt en kunnen een stadionverbod

verwachten.’ Inderdaad moet je niet de illusie hebben dat alle geweld is

uitgebannen, verklaart André Saris. ‘Wij willen het beheersbaar maken. En dat

lukt.’ Opmerkelijk is het verhaal over de start van het project. Feyenoord zou

op bezoek komen bij Cambuur. ‘Wij hebben een avond belegd met de ‘harde

jongens’. Tegen ze gezegd: “jullie lopen altijd te zeiken over dat de

tegenstander jullie als honden ontvangen. Wij gaan dat nu dus goed doen.” We

hebben de Feyenoordaanhang met koffie en broodjes ontvangen. Het stadion was

uitverkocht, we hebben met 3-2 verloren, maar het was een superavond. De

Feyenoordsupporters konden na afloop gewoon voor het stadion in de bus stappen.

Niks aan de hand.’

De harde jongens zijn geen makke lammeren geworden, weet Greben. ‘Het is

een kwestie van benadering. Je moet supporters ook mogelijkheden geven om sfeer

te maken, om mee te leven met de club. Want dáár komen ze voor. Niet om te

knokken, dat is een misvatting. De meeste hebben gewoon een baan, studeren of

hebben een gezin. In de anonimiteit van de groep kan je ook met een topfunctie

jezelf te buiten gaan.’

Natuurlijk is er de categorie raddraaiers, waar niks mee te beginnen is,

erkent Greben. ‘Wij kunnen er kennelijk wel iéts mee. Door ze positief te

benaderen, ze iets te bieden, namelijk een rol bij hun club. We begeleiden ze,

halen ze uit de criminaliteit. Gaat een van de problemen onze pet te boven, dan

sturen we ze door. We houden intensief contact met verschillende instellingen en

met de gemeente. De jongens komen wel vrijwillig natuurlijk. Inmiddels komen er

meer dan we direct kunnen begeleiden.’

Angelien Leemburg, 32 jaar

fancoach van ‘Helden rond de velden.’

Opleiding sociaal-pedagogische hulpverlening

‘Je moet niet groot en sterk zijn, dat schrikt misschien wel af. Ik ben

straight, ik behandel de jongens eerlijk en gelijkwaardig. Niet als

jongerenwerker; zo van: ‘ik zal jou nu even toespreken’. Het eerste jaar heb ik

gebruikt om te observeren: met welke mensen krijg je te maken. En om te

netwerken, bij de club, bij de instanties. Als fancoach moet je overal in de

smaak vallen. Want je moet dingen gedaan krijgen. En vertrouwen krijgen en

houden. Als ik een fout maak, ben ik het vertrouwen kwijt en kan ik

ophoepelen.

Je wint respect door eerlijk te zijn, te kletsen, door respect te

geven. Als ik zie dat iemand opgefokt is, ga ik praten: ‘hé, waarom doe je dat?

Weet je wat het de club kost als het knokken wordt?’ Je moet hun taal spreken.

Ik heb een goede babbel, ik ken het spelletje, want heb zelf vrij hoog

gevoetbald. Je moet de discussies over scheidsrechtersbeslissingen wel kunnen

voeren.

De grootste valkuil is dat je je laat meezuigen in het gedrag. Ik doe

niet mee met kwetsende spreekkoren. En ik zeg ook waarom ik dat niet doe. Maar

ik hoef niet in m’n eentje tegen twintig man te zeggen dat ze ermee moeten

stoppen.’/Carolien Stam

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.