Haagse wethouder Noordanus bestrijdt conclusies onderzoek Duyvendak: ‘Je redt het niet meer met een bloembak en een opbouwwerker’

De bouw van dure woningen in achterstandswijken draagt niet bij aan een grotere sociale samenhang in de buurten. Een opmerkelijke conclusie van hoogleraar opbouwwerk Jan Willem Duyvendak, omdat vrijwel alle landelijke en lokale beleidsmakers positieve sociale effecten van deze zogenoemde herdifferentiatie verwachten. Wankelt de sociale pijler van het grotestedenbeleid? Onzin, vindt Peter Noordanus, wethouder Ruimtelijke Ordening, Stadsvernieuwing en Volkshuisvesting in Den Haag voor de PvdA.

Herstructurering en differentiatie zijn de nieuwe mode

in de wereld van de volkshuisvesting. Anders dan in de periode van de

stadsvernieuwing proberen overheden in de jaren negentig zo goed mogelijk in te

spelen op de woonwensen van consumenten. Achterstandswijken willen zij upgraden

door er duurdere huur- en vooral koopwoningen te bouwen. Wijken met een

gedifferentieerd woningaanbod moeten een in sociaal opzicht gedifferentieerde

bevolkingssamenstelling krijgen of behouden. Op die manier hopen gemeenten het

gevaar van gettovorming af te wenden. Uit vrijwel alle beleidsstukken van de

landelijke en lokale overheden spreekt tevens de verwachting dat

herdifferentiatie de sociale cohesie bevordert. Door die hoop zetten de

onderzoekers Jan Willem Duyvendak, Lex Veldboer en Reinout Kleinhans onlangs een

flinke streep. In opdracht van het ministerie van VROM analyseerden zij 36

plannen die vorig jaar geld kregen uit de Tijdelijke Stimuleringsregeling

Herstructurering van de goedkope woningvoorraad. Daarnaast deden zij

veldonderzoek in drie buurten, waaronder de Gasseltestraat en omgeving in Den

Haag. Gemengd wonen leidt niet tot gemengd leven, is de conclusie die zij

trekken in hun rapport Integratie door differentiatie? . In de Gasseltestraat is

het aantal sociale contacten na de herstructurering zelfs afgenomen. De bewoners

van de nieuwe, dure woningen organiseren jaarlijks een straatfeest waar andere

buurtbewoners niet welkom zijn. En de bewoners van de oudere flats plaatsen

borden Verboden te voetballen op hun velden. Alleen hun eigen kinderen mogen er

een balletje trappen.

Bent u geschrokken van deze conclusies?‘Nee.

Iedereen die door een Nederlandse loopt, kan met eigen ogen zien dat de

traditionele buurt, waar iedereen bij elkaar op de koffie gaat, niet meer

bestaat. De onderzoekers gaan nog uit van de wijkgedachte, die al lang ter ziele

is. Ze suggereren dat je met een bloembak en een opbouwwerker de mensen aan hun

wijk kunt binden, maar dat is een illusie. In de concrete Haagse case hebben ze

gelijk dat de leefstijlen van de oude en nieuwe bewoners botsen. Op een

binnenterrein tussen de oude en nieuwe woningen wordt nogal luidruchtig

gevoetbald. Daarom maken we een blokje verder een speelvoorziening voor kinderen

die tegelijkertijd een hangplek zal zijn voor jongeren. Maar dat er twee groepen

met de rug naar elkaar toe staan, is een geforceerde conclusie. Anoniem wonen

komt niet alleen voor in de Gasseltestraat, maar ook in wijken waar geen

duurdere woningen zijn neergezet. Om dit soort conclusies te trekken hoef je

geen universitair onderzoek te doen.’

De beleidsnota’s verwachten zonder uitzondering positieve

sociale effecten van herstructurering. U ook?
‘Ik heb nooit

verwacht dat iedereen in de Gasseltestraat met elkaar zou gaan barbecuen. De

bewoners van de nieuwe woningen in de Gasseltestraat zijn voor 80 procent

gerecruteerd uit de wijk. Dat geldt ook voor andere herstructureringsprojecten

in Den Haag. Uit de stadsvernieuwing hebben we een belangrijke les geleerd.

Bewoners die de kaders vormden van bewonersorganisaties en het verenigingsleven

grepen toen de kans om zich elders in Den Haag of in een andere gemeente te

vestigen. Met de differentiatie geven we mensen de kans een grotere of luxere

woning in hun eigen buurt te huren of te kopen. Sociale stijgers kunnen zo in de

buurt blijven. Op een hoger schaalniveau hadden de onderzoekers kunnen zien dat

familieverbanden en sociale netwerken in de wijk dankzij herstructurering juist

in stand blijven. Nu voorkomen we dat de kinderen en kleinkinderen in het Groene

Hart in een twee-onder-één-kappertje gaan wonen en oma alleen in de wijk

achterblijft en verkommert. Het onderzoek heeft geen oog voor het

consumentengedrag van bewoners en het effect daarvan op sociale netwerken. Als

je de woningvoorraad niet herstructureert, verhuizen de stijgers naar andere

wijken. En deze selectieve migratie leidt tot een afname van de leefbaarheid,

waardoor steeds meer bewoners de pest krijgen aan hun eigen leefomgeving en de

sociale cohesie afneemt.’

De onderzoekers constateren dat steden met differentiatie

aanvankelijk rijkere bewoners van elders de wijk in wilden lokken, terwijl ze

zich nu steeds meer op de wijkbewoners richten.
‘Wij hebben

ons altijd in de eerste plaats op de bewoners van de wijk zelf gericht. Ik ben

het met Duyvendak eens dat re-urbanisatie een mythe is, mensen die naar de

randgemeenten vertrokken zijn, keren niet terug naar de stad. Politiek gesproken

vind ik het onwenselijk als oorspronkelijke wijkbewoners verdrongen worden door

koopkrachtiger groepen van elders. Van dat beleid is VROM de krachtigste

bepleiter, maar ik ken geen wethouder die op die manier met herstructurering

bezig is.

Toch verzetten de bewoners van de Gasseltestraat zich tegen

herstructurering. En de inwoners van Duindorp zeggen dat ze niet willen wijken

voor de rijken. Is steun van de bevolking geen voorwaarde voor een geslaagde

herstructurering?
‘Zeker. Daarom zoek ik naar zoveel mogelijk

draagvlak in de wijken. In een aantal wijken lukt dat behoorlijk. In Spoorwijk

bijvoorbeeld, waar we net als in Duindorp zo n 1100 woningen gaan slopen,

gebeurt dat in heel fatsoenlijk overleg en in overeenstemming met het

bewonerskader in de wijk. Soms is die consensus er niet, zoals in de

Gasseltestraat en in Duindorp. Maar ik kan de Duindorpers met voorbeelden laten

zien dat de buurt juist een soort doorgangshuis wordt als we niet ingrijpen. En

het bouwplan is zodanig opgezet en gefaseerd dat bouwen voor de buurt een

cruciale randvoorwaarde is. Overigens is lang niet iedereen daar tegen onze

plannen.’

Treft u naast herstructurering nog andere fysieke maatregelen

om sociale cohesie in buurten te versterken?
‘In de eerste

plaats verbeteringen in de openbare ruimte. Samen met het buurtkader hebben we

in de Schilderswijk het Vermeerpark grondig opgeknapt, zodat het een centraal

ontmoetingspunt in de wijk is geworden. Buurtbewoners met een Melkert-baan

zorgen voor het beheer. Zowel het proces als het resultaat bevorderen de sociale

samenhang. Deze aanpak passen we in meer wijken toe. Daarnaast proberen we het

voor ouderen mogelijk te maken in hun wijk te blijven wonen door aangepaste

woningen met liften te realiseren en goede woon-zorg-complexen te bouwen. Dan

gaat het om een combinatie van fysieke ingrepen met het organiseren van goede

zorg- en dienstverlening. Tenslotte proberen we de winkelstructuur op orde te

brengen, zodat elke wijk ook in dat opzicht voldoende voorzieningen

houdt.’

En het bouwen van Brede Scholen en andere multifunctionele

gebouwen?
‘Brede Scholen zijn prima omdat ze hun blik op de

wijk richten en combinaties met welzijnswerk, kinderopvang en andere

voorzieningen mogelijk maken. Maar andere steden zijn daar verder mee en daarom

zwijg ik er maar bescheiden over.’/Kees Neefjes

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.