Geen duidelijkheid over vrijheidsbeperking in de jeugdinstelling

Kinderen in gesloten jeugdinstellingen worden te veel opgesloten, gefixeerd of gesepareerd. Bovendien is er geen controle op toegepaste maatregelen en ook geen overeenstemming bij jeugdhulpverleners over wat wel en niet kan bij het nemen van vrijheidsbeperkende maatregelen. Dat zegt Defence for Children, die onderzoek deed na klachten van cliënten.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
foto AdobeStock

Jeugdinstellingen en hun medewerkers hebben geen zicht op wat wel en niet kan als kinderen in de instelling in een situatie komen dat professionals vrijheidsbeperkende maatregelen nemen. Dat zegt Defence for Childeren in een rapport dat zij vandaag heeft aangeboden aan de Tweede Kamercommissie. ‘Een nadere omschrijving van vrijheidsbeperking in de instelling ontbreekt en er wordt in jeugdinstellingen verschillend gedacht over de functie van vrijheidsbeperkende maatregelen’, zo staat in het rapport: “Uithuisgeplaatst, en dan?”

Wettelijke regels

In Nederland groeien zo’n 16.000 kinderen op in een jeugdhulpinstelling, waarvan ruim 1.900 in een gesloten – residentiële – instelling. Er zijn wettelijke regels voor de aard van de vrijheidsbeperkende maatregelen en in welke situatie ze kunnen worden toegepast. Maar die worden niet deskundig genoeg gebruikt en het is niet duidelijk wanneer vrijheidsbeperking kan worden gebruikt, vindt Defence for Childeren, de internationale organisatie die opkomt voor de rechten van kinderen. De organisatie kreeg via haar helpdesk verschillende klachten en vragen over vrijheidsbeperking, waarop Defence for Children een onderzoek instelde naar vrijheidsbeperkende maatregelen in residentiële – gesloten – jeugdinstellingen.

Vrijheidsbeperkende maatregelen

Enkele bevindingen uit het rapport van Defence for Children: In  jeugdinstellingen ontbreekt een goede en duidelijke definitie van wat geoorloofd is aan vrijheidsbeperkende maatregelen. Er is geen registratie van maatregelen, waardoor toezicht op wat er gebeurt ontbreekt. Door de grootte en de samenstelling van de groepen is het moeilijk om een alternatieve pedagogische aanpak te gebruiken in moeilijke situaties. Er is geen structureel overleg onder professionals, noch tussen instellingen over vrijheidsbeperkende maatregelen, volgens het rapport van Defence for Children.

Plan om zorg te verbeteren

Jeugdzorg Nederland, de brancheorganisatie van jeugdzorginstellingen, onderschrijft de conclusies en de aanbevelingen van Defence for Children, maar zegt dat er het afgelopen jaar ook al veel is opgepakt. ‘Bovendien zijn we op dit moment bezig met een plan om de zorg in de gesloten jeugdinstellingen te verbeteren’, zegt Eva de Vroome, woordvoerder van Jeugdzorg Nederland. Het plan heet “passende zorg voor de meest kwetsbare jongeren” en gaat ook over de zorg vóór de jeugdzorginstellingen. ‘Uitgangspunt is de vraag hoe je kunt voorkomen dat kinderen in een gesloten in stelling worden geplaatst. We kijken naar de brede hulpverlening, dus ook naar de zorg vóór dat kinderen in een instelling komen. Het is niet goed voor kinderen als ze steeds worden doorgeplaatst van de ene naar de andere instelling.’

Plan jeugdzorg

Eind maart presenteren de branches jeugd-ggz en de jeugdhulpverlening hun gezamenlijke plan voor beter passende zorg voor kinderen in jeugdinstellingen. ‘In het plan wordt ook de kritiek meegenomen op de moeizame samenwerking tussen jeugd-ggz en jeugdhulpverlening op lokaal niveau’, zegt De Vroome. ‘De aanbevelingen van Defence for Children over vrijheidsbeperkende maatregelen worden ook opgepakt’, aldus De Vroome van Jeugdzorg Nederland.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.