Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Eenzaamheid onder jongeren is een veelkoppig monster’

Eva Prins
Redacteur Zorg+Welzijn
De aanpak van eenzaamheid onder jongeren bevindt zich in veel gemeenten nog in de opstartfase, concludeert Movisie op basis van inventariserend onderzoek. Mede-onderzoeker Jan Willem van de Maat ziet een belangrijke rol voor jongerenwerkers bij het voorkomen en verminderen van dit ‘taboeonderwerp.’

Eenzaamheid werd, en wordt, nog vooral vaak geassocieerd met ouderen, maar de laatste jaren komt daar langzaam verandering in, constateert Jan Willem van de Maat, projectleider eenzaamheid bij Movisie. Voor Movisie waren een toename van het aantal signalen en vragen rond eenzaamheid bij jongeren aanleiding voor een inventariserend onderzoek naar de stand van zaken, in literatuur, beleid en praktijk.

Cijfers

Eerst maar eens de cijfers. Volgens het CBS voelde in 2019 een kwart van de 15-25-jarigen zich ‘enigszins eenzaam’ en 9 procent ‘sterk eenzaam. ‘Ik vind dat heel veel’, zegt Van de Maat. Dat betekent dat ongeveer één op de tien jongeren niet terug kan vallen op mensen, weinig tot geen betekenisvolle contacten heeft en/of een leegte in zijn of haar leven ervaart. En we weten dat door corona deze aantallen nog fors zijn toegenomen.’

Opstartfase

Gemeenten moeten daar dus iets mee. Dat willen ze ook wel, zegt Van de Maat, maar van een ‘goed doordachte aanpak’ is meestal nog geen sprake. ‘Zo’n aanpak begint met het in kaart brengen van het probleem: om hoeveel jongeren gaat het? Wat zijn risicogroepen? Wat is het aanbod en sluit dit aan bij de vraag?’ Gemeenten zitten hierbij nog in de opstartfase, blijkt uit het Movisie-onderzoek.

Mondjesmaat

Dat wil overigens niet zeggen dat er niks gebeurt. Van de Maat. ‘Vaak is er wel een aanbod, bijvoorbeeld assertiviteits- of weerbaarheidstrainingen. Maar dat is algemeen en indirect. Specifieke eenzaamheidsinterventies zijn er nog maar mondjesmaat.’ Gemeenten willen graag ook jongeren zelf betrekken bij het bepalen van beleid, aanpak en aanbod, maar dat blijkt in de praktijk nogal eens lastig. Vertegenwoordigers van bijvoorbeeld jongerenorganisaties zijn namelijk niet persé jongeren die weten hoe het is om eenzaam te zijn. Oftewel: hoe vind je als beleidsmaker jongeren, die vanuit hun eigen ervaringen, mee kunnen en willen denken? Van de Maat ziet hier een rol weg gelegd voor het jongerenwerk.

Op 21 september vindt het jaarcongres Eenzaamheid plaats, met sprekers als hoogleraar Andries Baart en Hoogleraar Humanisme en Sociale Weerbaarheid Anja Machielse. Ook worden praktijkvoorbeelden gegeven van succesvolle interventies en initiatieven. Meer informatie over het congres is hier te vinden.

Veelkoppig monster

Het jongerenwerk heeft sowieso een belangrijke rol bij het voorkomen en verminderen van eenzaamheid onder jongeren, meent hij. Voor het onderzoek sprak hij met acht jongerenwerkers. Voor hen is eenzaamheid vaak ook een ‘nieuw’ onderwerp, constateert hij. ‘In het jongerenwerk is het nooit zo expliciet benoemd als probleem of thema, zoals in de ouderenzorg.’ Wat daarbij meespeelt is dat eenzaamheid vaak onderdeel (of oorzaak) is van andere problematiek zoals problemen thuis of slechte schoolprestaties.

Vroeg bij zijn

Van de Maat: ‘Eenzaamheid is een veelkoppig monster. Er zijn vele oorzaken en vele uitingsvormen, en soms is het de oorzaak van andere problemen en soms het gevolg. Zo is bekend dat depressie en eenzaamheid elkaar versterken: wie langdurig depressief is, wordt eenzamer, en wie langdurig eenzaam is, kan depressief worden.’

Juist daarom is het ook belangrijk in er een vroeg stadium bij te zijn, stelt hij. ‘Dat voorkomt dat jongeren nog verder afdalen in een negatieve spiraal en uiteindelijk veel zwaardere hulp nodig hebben om hier weer uit te komen.’

Taboeonderwerp

Om te weten of eenzaamheid speelt, is het belangrijk om goed uit- en doorvragen, stelt hij. En dat vraagt soms wat creativiteit, weet hij, want expliciet naar eenzaamheid vragen, kan soms een averechts effect hebben. ‘Het is een taboeonderwerp en dat maakt het moeilijk om het bespreekbaar te maken’, zo is te lezen in het onderzoek. Van de Maat: ‘Rondom eenzaamheid hangt een negatief stigma, en daardoor schaamte. Je kan er daarom soms beter ‘omheen vragen’ naar sociale contacten, aansluiting bij anderen, of iemand ergens zijn verhaal kwijt kan enzovoort.’

Vertrouwensband

In het onderzoek benoemen de jongerenwerkers zelf een aantal ‘werkzame onderdelen’ bij het ondersteunen van jongeren die worstelen met eenzaamheid. Tijd en ruimte om een vertrouwensband op te bouwen, is een belangrijke, net als het creëren van een veilige setting waarin jongeren kunnen oefenen met het ontwikkelen van sociale vaardigheden en het aangaan van nieuwe sociale contacten. En daarvoor geldt: laat jongeren ook elkaar ondersteunen, creëer succeservaringen en sluit aan bij de talenten van jongeren.

Online aanbod

Voor jongeren die al kampen met gevoelens van eenzaamheid, is de drempel op het jongerenwerk of een jongerenwerker af te stappen of hem of haar te bellen, soms nog te hoog. Voor hen kan een online aanbod – als eerste stap – helpend zijn, zoals een anonieme chat via internet of Whatsapp. Dit gebeurt volgens Van de Maat ook al steeds meer.

Vindplaatsen

Offline pleiten de onderzoekers voor een zogenaamde ‘vindplaatsgerichte aanpak’: oftewel: wees daar waar de jongeren zijn: op school, op straat, bij sportclubs. In dat kader liggen er ook kansen bij (een betere) samenwerking tussen onderwijs en jongerenwerk, zegt Van de Maat. En nog breder, want uiteindelijk, zo stellen de onderzoekers, ‘is het een opgave van de hele samenleving dat deze jongeren in beeld komen en de problematiek bespreekbaar wordt.’

Het onderzoek ‘Eenzaamheid onder jongeren Een verkenning van de stand van zaken in literatuur, beleid en praktijk’ vind je hier.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.