
1. Marga Klompé (1912-1986)
Na de Tweede Wereldoorlog sluit Marga Klompé zich aan bij de Katholieke Volkspartij. Ze ergerde zich eraan dat haar partij geen vrouwelijke Kamerleden heeft. Vrouwen zijn volgens haar net zo geschikt voor de politiek als mannen. Deze rotsvaste overtuiging is voor haar een belangrijke drijfveer om de politiek in te gaan. In 1946 richt zij, samen met enkele anderen, het nog altijd bestaande Katholiek Vrouwendispuut op, bedoeld om de politieke participatie van katholieke vrouwen een zetje in de goede richting te geven.
Haar politieke carrière neemt in 1956 een vlucht: Marga werd in 1956 minister van Maatschappelijk Werk en was de eerste vrouw in Nederland die een ministerpost bekleedde. Haar ministerie had tot dan toe weinig aanzien, maar onder haar leiding veranderde dat. Ze gaf het maatschappelijk werk betekenis en richting.
Voor haar was maatschappelijk werk niet alleen een vorm van hulp aan mensen in nood, maar een middel om mensen sterker te maken. Ze vond dat werk moest helpen om beter met veranderingen in de samenleving om te gaan. Daarbij ging het niet alleen om individuele hulp, maar ook om het versterken van de gemeenschap.
Het idee van gemeenschapsopbouw kreeg in haar tijd vorm: het bevorderen van samenwerking in dorpen en wijken, zodat mensen samen verantwoordelijkheid konden nemen voor hun leefomgeving. Klompé stimuleerde dat werk, liet onderzoek doen en zorgde voor een betere opleiding van maatschappelijk werkers.
Zo ontstond een nieuwe manier van kijken naar sociale zorg. Welzijn was belangrijker dan materiële welvaart. Bovendien moest de overheid niet alles uit handen nemen. De samenleving moest leren om te bouwen aan een goed leven voor iedereen. Dankzij het beleid van Marga Klompé kreeg het maatschappelijk werk een vaste plaats in de verzorgingsstaat.
2. Helena (of Hélène) Mercier (1839-1910)

Halverwege de negentiende eeuw veranderde Nederland snel door industrialisatie. Fabrieksarbeiders in sterk overbevolkte steden leefden vaak onder erbarmelijke omstandigheden. Deze sociale misstanden wakkerden zorg én verantwoordelijkheidsgevoel aan bij vrouwen uit de gegoede burgerij, voor wie maatschappelijk engagement een nieuwe vorm van emancipatie werd.
In deze context ontwikkelde Helena Mercier zich tot een van de pioniers van het maatschappelijk werk in Nederland. Ze schreef vanaf 1870 over sociale hervorming en nam het initiatief tot praktische projecten. Zoals de eerste volkskeuken in de Jordaan en de introductie van het Engelse woningwerk.
Mercier speelde een belangrijke rol in de discussies over het woningvraagstuk. Ze stimuleerde initiatieven die uiteindelijk leidden tot de Woningwet van 1901. In 1899 stond zij aan de basis van de eerste beroepsopleiding voor sociaal werk, geïnspireerd door haar opvatting dat vrouwen professioneel geschoold moesten zijn. Door haar werk inspireerde Helena Mercier een hele generatie maatschappelijk betrokken vrouwen. Zij legde daarmee het fundament voor het moderne sociale werk.
3. Marie Kamphuis (1907-2004)

Marie Kamphuis was een van de belangrijkste pioniers van de professionalisering van het sociaal werk in Nederland. Na haar opleiding aan het CICSA werkte zij in Drenthe en later in Groningen, waar zij leiding gaf aan de opleiding die zou uitgroeien tot de Academie voor Sociale en Culturele Arbeid.
Tijdens langdurige studiereizen naar de Verenigde Staten in 1946/47 en 1954/55 liet zij zich inspireren door vooraanstaande sociaal werkers zoals Mary Richmond en Gordon Hamilton. Haar boek Wat is social casework (1950) introduceerde een nieuwe methodiek waarin de zelfredzaamheid en de hulpbronnen van cliënten centraal stonden. Deze benadering wordt gezien als een vroege vorm van empowerment. Hiermee brak zij met de paternalistische tradities binnen de hulpverlening.
Kamphuis gaf richting aan een meer wetenschappelijk gefundeerd en methodisch sociaal werk. Door haar publicaties en onderwijs vormde zij generaties sociaal werkers. Zo werd Kamphuis een sleutelfiguur in de modernisering van het sociaal werk en in de verankering van casework als professionele werkwijze in Nederland.
4. Alida Bosshardt (1913-2007)

Alida Bosshardt, bekend als Majoor Bosshardt, was jarenlang het gezicht van het Leger des Heils. Ze groeide uit tot een van de meest invloedrijke sociale werkers van Nederland. Vanaf de jaren dertig werkte zij in het maatschappelijk werk van het Leger, waar ze zich tijdens de oorlog inzette voor kwetsbare Joodse kinderen en later werd erkend als Rechtvaardige onder de Volkeren.
Na 1945 richtte Bosshardt het Goodwillwerk op, waarmee zij laagdrempelige hulpverlening organiseerde voor mensen in de meest kwetsbare posities, vooral op en rond de Amsterdamse Wallen. Ze stond bekend om haar onvoorwaardelijke aanwezigheid in het leven van mensen die door anderen vaak werden afgeschreven, zoals prostituees, drugsgebruikers en daklozen.
Bosshardt brak met moreel oordeel en werkte vanuit een benaderingswijze die respect, nabijheid en praktische hulp centraal stelde; een vroege vorm van presentie in het sociaal werk. Door haar optredens op radio en televisie bracht zij sociale problematiek onder de aandacht van het brede publiek en droeg ze bij aan het maatschappelijk draagvlak voor hulpverlening. Majoor Bosshardt wordt daarom gezien als een icoon van menswaardige zorg en een voorbeeld voor generaties sociaal werkers.
5. Emilie Knappert (1860-1952)

Emilie Knappert was een vrijzinnig-protestantse sociaal-cultureel werkster die in Leiden en later in Amsterdam uitgroeide tot een pionier van het sociaal werk in Nederland. Geïnspireerd door Britse denkers als Carlyle en Ruskin én door het Toynbeewerk van Helene Mercier, zette zij vanaf 1890 vernieuwende initiatieven op voor fabrieksmeisjes, waaronder leesclubs, cursussen en wijkwerk.
In de Leidse volkswijken richtte zij het wijkgebouw Geloof, Hoop, Liefde op, waar onderwijs, cultuur, alfabetisering en sociale ondersteuning samenkwamen. Ze was in 1899 de eerste directrice van het Leidse Volkshuis, een centrum voor ontspanning, vorming en gemeenschapsontwikkeling voor arbeiders. Daarnaast introduceerde ze professionele wijkverpleging en zette zij het bekende vakantieproject Buitenbedrijf op, dat arbeidersjeugd toegang gaf tot natuur en gezonde ontspanning.
In 1915 werd Knappert directrice van de School voor Maatschappelijk Werk in Amsterdam. Ze versterkte de opleiding met aandacht voor humanistische vorming en persoonlijke ontwikkeling. Door haar visie, talloze initiatieven en leiderschap wordt ze nu nog steeds geroemd als een van de grondleggers van het sociaal-cultureel werk in Nederland.
Dit overzicht is tot stand gekomen met behulp van Jos van der Lans, die zich bezighoudt met de Canon Sociaal Werk. Bronnen: Canon Sociaal Werk, Huygens Instituut. Een overzicht met mannelijke invloedrijke denkers uit de geschiedenis volgt nog.

