Delinquenten: maken ze slachtoffers of zijn ze slachtoffer?

Ze sloegen de boel kort en klein en zetten regelmatig een kraak. Geen lieve jongens, die veelplegers. Maar kun je ze hun daden toerekenen? Zijn ze slachtoffer van hun verleden of is het toch een kwestie van eigen schuld?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Delinquenten: maken ze slachtoffers of zijn ze slachtoffer?
Foto: Fotolia

Het meubilair vloog door het klaslokaal en voor een kraak zetten draaide hij zijn hand niet om, vertelde Bart. Axel blowde, dealde hasj, stal en sloeg met vrienden voor de lol dingen op straat kapot. Kevin bekende een scooterdiefstal en bij hem thuis sneuvelde er nogal eens een ruit als hij kwaad was.

Het zijn geen jongens die je graag ‘s avonds laat tegenkomt. Je zou zomaar zelf slachtoffer van zo’n veelpleger kunnen worden. Maar begint daderschap misschien bij het gegeven dat een deel van deze ernstige delinquenten zelf óók slachtoffer is? In een driedelige serie licht Merel van Dorp toe welke oorzaken samenhangen met antisociaal en agressief gedrag. Deze aflevering: Dader of slachtoffer? In deel 1 zocht Merel uit waarom de ene jongere baldadig is en de andere een boef, in deel 2 beschreef ze dat jonge delinquenten vaak meerdere problemen hebben.

Halt

Zomaar drie 20-jarigen die ik als journalist in de afgelopen jaren sprak over hun jeugd. Ze kregen Halt-straffen en groeiden op in (gesloten) jeugdzorginstellingen en/of justitiële jeugdinrichtingen. Alle drie delinquent. Alle drie hebben ze ongetwijfeld te maken met één of meer van de factoren die een rol spelen bij criminaliteit, zoals rondhangen met foute vriendjes, wonen in een achterstandsbuurt, moeite hebben met zelfcontrole als gevolg van adhd of een lvb. En de drie hebben nog iets gemeen.

Logisch dat ze iemand in elkaar slaan

Behalve de factoren die van invloed zijn op delinquent gedrag, is er nog iets waarmee veel daders te maken krijgen in hun jeugd. Als kind ervoeren ze traumatische gebeurtenissen, die het moeilijk maken om de vraag te beantwoorden of je ze hun daden kunt toerekenen. Zijn ze slachtoffer van hun verleden of is het toch een kwestie van eigen schuld? Kun je het helpen dat je iemand in elkaar slaat als je in een gewelddadig gezin bent opgegroeid?

Onveilig en onvoorspelbaar

Bart, Axel en Kevin hadden alle drie als kind al te maken met ingewikkelde opgroei-omstandigheden. Bij Bart thuis was vroeger veel ruzie. Was hij brutaal of luisterde hij niet, dan werd zijn vader woest en sloegen ze elkaar. Bij Kevin thuis streden zijn stiefvader en hij om de aandacht van zijn moeder. Al die tijd was er een geheim waar hij pas jaren later achter kwam: zijn moeder bleek zijn tante. Axels stiefvader, pooier en kickbokser, sloeg de moeder van Axel en zijn broertje. Zijn stiefvader stalkte hen toen zijn moeder hem verliet en met Axel en zijn broertje buiten de stad in een stacaravan ging wonen. Al op jonge leeftijd maakten deze jongens heftige gebeurtenissen mee en kregen te maken met een onveilige en onvoorspelbare gezinssituatie.

Nare jeugdervaringen, nare uitkomsten in de volwassenheid

Traumatische jeugdervaringen (Adverse Child Experiences, ACE’s) hangen samen met chronische en dodelijke ziektes, maar ook met betrokkenheid bij geweld en gevangenisstraf. Onder ACE’s vallen psychische of fysieke mishandeling en verwaarlozing; seksueel misbruik; getuige zijn van geweld naar de moeder; gescheiden ouders hebben; een ouder hebben met een psychische aandoening of verslaving; en/of een gezinslid hebben dat in de gevangenis zit. En: Hoe meer soorten traumatische jeugdervaringen, hoe meer kans op de ontwikkeling van lichamelijke problemen en op gedragsproblemen als volwassene, zoals criminaliteit.

Vaker delinquent als adolescent

Op die negatieve uitkomsten hoef je niet te wachten tot iemand volwassen is. Een recente review van 55 onderzoeken trekt vergelijkbare conclusies over de samenhang van traumatische jeugdervaringen (ACE’s) en delinquent gedrag als adolescent. Opgroeien met een verslaafde, criminele en/of alleenstaande ouder is gerelateerd aan delinquent gedrag. Die vlieger gaat op voor de jongeren die veelpleger worden genoemd, maar ook voor jongeren die alleen tijdens hun puberteit verzanden in ongein of daarmee pas beginnen aan het einde van hun adolescentie (zie ook deel 1 van deze serie).

Veelpleger, veel ACE’s

Bij jongvolwassen ernstige delinquenten (de veelplegers) is een schokkende samenhang te zien van kindermishandeling met delinquentie, blijkt uit een andere studie onder ruim 64.000 jeugdige overtreders in Florida. De jonge criminelen hebben gemiddeld met drie tot vier (!) ACE’s te maken. Traumatische jeugdervaringen vergroten bovendien niet alleen de kans om in aanraking te komen met politie en justitie, maar verhogen ook het risico op recidive.

Alarmbellen

De alarmbellen moeten dus helemáál gaan rinkelen zodra bekend is dat een jongere zowel met jeugdbescherming als met justitie te maken heeft. Vooral als hij ook nog aan de startfase van de puberteit staat, want de kans op het ontwikkelen van of volharden in delinquentie is dan groot. Het verband van nare jeugdervaringen met delinquentie pleit eveneens voor de inzet van multisysteemtherapie en familie-interventies.

Revictimisatie

Jeugdige slachtoffers van geweld thuis kunnen getraumatiseerd raken, zich depressief voelen of boosheid ervaren. Het sneue is dat hoe vaker kinderen en adolescenten slachtoffer zijn van nare ervaringen, hoe meer kans ze lopen om nogmaals slachtoffer te worden van bijvoorbeeld geweld of andere nare gebeurtenissen. Dit heet revictimisatie. Hoe vaker een adolescent als kind werd mishandeld, misbruikt of getuige was van huiselijk geweld, hoe groter het risico op posttraumatische stressstoornis (ptss), middelenmisbruik en delinquentie. Nare jeugdervaringen zorgen dus voor psychische kwetsbaarheid, kans op herhaald slachtofferschap en een hoger risico op delinquent gedrag, en zorgen er zo voor dat jeugdigen zowel slachtoffer als dader kunnen worden.

Veranderde hersenen, veranderde genen

De nare jeugdervaringen blijken inmiddels ook direct neurobiologisch effect te hebben op de hersenen, het stressresponssysteem en zelfs het DNA. Dat de impact van traumatische jeugdervaringen voortduurt, heeft deels te maken met epigenetische veranderingen: genen die een erfelijke aanleg in zich dragen, veranderen door invloed van buitenaf. Er verandert iets aan de chemische structuur van het DNA, waardoor de erfelijke aanleg voor bepaald gedrag of een ziekte wordt ‘aangezet’ of ‘uitgezet’. Dit wordt DNA-methylatie genoemd. Misschien zijn die gen-veranderingen er mede debet aan dat jongeren eerder agressief reageren? Want traumatische ervaringen hebben ook gevolgen voor het stressresponssysteem in het lichaam, dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van hormonen en zo het lichaam beïnvloedt in hoe het omgaat met stress.

Koele kikker

Als het stressresponssysteem verstoord raakt, reageert het lichaam met overdreven stresssymptomen op situaties of reageert juist nauwelijks fysiek op hevige stress. Een verstoord stresssysteem kan op jonge leeftijd weer te maken hebben met een minder goede beheersing van emoties, zodat een kind sneller agressief gedrag laat zien (waarop de omgeving dan weer reageert en vice versa). Of het verstoorde stresssysteem zorgt dat een jongere lauw reageert. Bekend is dat zulke ‘koele kikkers’ minder gevoelig zijn voor straf en meer geneigd zijn tot riskant of gevaarlijk gedrag. Zo dragen traumatische jeugdervaringen via veranderingen in het lichaam bij aan een grotere neiging tot delinquent gedrag.

Draaideurcriminelen

Delinquente jongens als Axel, Kevin en Bart máken niet alleen slachtoffers, ze zijn ook zelf slachtoffer, denk ik. Zo lang we aan de oorzaken van slachtofferschap en delinquentie niet genoeg (blijven) doen, is de kans groot dat slachtoffers als dader terechtkomen in het justitiële systeem. En dat ze als draaideurcrimineel blijven terugkeren.

Slachtoffer en dader: dezelfde behandeling?

Zo vroeg mogelijk kijken of een kind met (te veel) traumatische jeugdervaringen te maken heeft en of er onvoldoende beschermende factoren aanwezig zijn, kan het aantal slachtoffers beperken of misschien zelfs voorkomen. En dan heb ik het ook over het slachtofferschap van de daders zelf, variërend van psychische problematiek als een posttraumatische stressstoornis tot slachtoffer worden van geweld vanwege bijvoorbeeld vergelding. In de hulpverlening krijgen slachtoffers en daders echter elk een andere behandeling, wat de vraag opwerpt of dat recht doet aan de omstandigheden. Vroeg proberen te signaleren of sprake is van onveilige en traumatiserende opvoedsituaties blijft een belangrijk aangrijpingspunt om delinquentie en recidive te voorkomen. Kijk bij dat boefje dus ook naar de andere gebeurtenissen die hij meemaakt of mee heeft gemaakt. Liefst voordat hij zich ontwikkelt tot boef.

Meer weten over jeugdige delinquenten? Lees dan ook het boek dat Merel van Dorp erover schreef.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.