Combinatie van knelpunten speelt opleidingen parten: ‘Als school kunnen wij niet alleen de tekorten in de zorg oplossen’

Met een 'wonderbaarlijk circus' een open dag promoten, een grootscheepse onderwijs- en beroepenbeurs organiseren in Ahoy, het aanbieden van onderwijs-op-maat. Zorgopleidingenhalen alles uit de kast om nieuwe leerlingen en studenten te trekken. Maar doen ze wel genoeg? 'Tussen 1992 en 1997 zijn er gewoon te weinig mensen opgeleid. Daar ondervindt de sector nu de gevolgen van.'

Met gepaste trots loopt Lies van Loon door de

praktijklokalen en laat haar bezoek de modernste materialen zien waar leerlingen

van de zorgopleidingen mee werken. De nieuwste modellen oefenpoppen die

hulpbehoevende cliënten moeten nabootsen en een serie kunstarmen van het mooiste

materiaal waarmee leerlingen ervaring kunnen opdoen met injecteren.

De directeur van de divisie gezondheidszorg van het Albeda College praat

duidelijk met plezier over haar werk en de sector. Ze is blij dat zich bij het

Rotterdamse ROC steeds meer leerlingen aanmelden voor een opleiding in de zorg.

In 1997 volgden in totaal ruim 1300 leerlingen een zorgopleiding aan het Albeda

College, het afgelopen jaar was dat rond de 2200. Ook de meeste andere ROC’s in

het land kennen sinds 1998 met name voor de mbo-opleidingen verpleegkundige en

verzorgende een toenemende instroom.

Maar of die toename voldoende zal zijn om het voorspelde grote tekort van

44 duizend verplegenden en verzorgenden voor 2004 op te lossen is zeer de vraag.

Van Loon: ‘We zijn blij met de groei van het aantal leerlingen, maar het zou

niet reëel zijn om te zeggen dat nu alles geweldig gaat. We kampen intussen met

knelpunten en het is niet eenvoudig die het hoofd te bieden.’

Passend aanbod

Het voorkomen dat leerlingen tussentijds afhaken en het vinden van

voldoende passende stageplekken kosten de onderwijs- en leidinggevenden de

meeste hoofdbrekens. Van Loon: ‘Vijftig tot zeventig procent van de leerlingen

haalt bij ons de eindstreep. Dat vind ik een relatief hoog aantal. Dus dan denk

ik “waar hebben we het over”. Maar het behouden van dit rendement vraagt wel om

een zeer goed functionerende communicatie met het werkveld. Allereerst moeten er

natuurlijk leerlingen enthousiast worden gemaakt voor het zorgvak. ‘We houden

onze gebruikelijke open dagen op school. Daarnaast zijn we drie jaar geleden

begonnen met de groots opgezette Albedagen, een jaarlijks terugkerende

onderwijs- en beroepenbeurs in Ahoy,’ vertelt Van Loon.

Als leerlingen zich bij het Albeda College aanmelden, krijgen ze een

intensief intake-gesprek. Van Loon: ‘We willen op die manier kijken welke

opleiding en welk niveau het beste bij iemand past. Zo maken we de kans dat een

leerling de opleiding met een diploma afsluit zo groot mogelijk.’De

directeur vertelt dat het met de invoering van het hernieuwde onderwijsstelsel

voor verpleging en verzorging in 1997 makkelijker is geworden om de juiste

opleiding bij de juiste persoon te vinden. Sinds drie jaar zijn de

zorgopleidingen van het inservice-onderwijs, het leerlingwezen en het

middelbaar- en hoger beroepsonderwijs vervangen voor opleidingen voor

kwalificaties op vijf niveaus, namelijk: hbo-verpleegkundige (niveau 5),

verpleegkundige (niveau 4), verzorgende (niveau 3) en helpende (niveau 2).

Afgelopen augustus is op niveau 1 de opleiding zorghulp gestart.

Van Loon: ‘De invoering van het nieuwe stelsel was een intensieve operatie,

maar het heeft wel tot gevolg dat de zorg aantrekkelijker wordt voor nieuwe

groepen leerlingen waarvoor in de sector eerder nog geen opleidingsmogelijkheid

bestond. Tussen 1992 en 1997 werden er gewoon veel te weinig mensen opgeleid. Er

was nauwelijks mobiliteit op de arbeidsmarkt en instellingen namen toen een

afwachtende houding aan. Het gevolg is dat er bij instellingen niet voldoende

begeleiders zijn, door de huidige werkdruk en personeelskrapte. Dat is wrang,

want daar ondervindt de sector ook zelf de gevolgen van.’

‘Met name in de kraamzorg en de gehandicaptenzorg is het momenteel moeilijk

voldoende praktijkplekken te vinden,’ stelt Van Loon. ‘Als een leerling aangeeft

het liefst in één van deze sectoren praktijkervaring op te doen, kan die wens

niet altijd gehonoreerd worden. Dan moet leerlingen noodgedwongen naar een

andere stageplek, want ze moeten intussen wel aan bepaalde kwalificaties

voldoen.

In het uiterste geval zorgen we binnen de opleiding voor

simulatie-oefeningen. Dan bootsen docenten verschillende situaties na om

leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op de praktijk. Volgens de

directeur kunnen zaken als een modern schoolgebouw en de aanwezigheid van

voldoende computers een opleiding voor leerlingen aantrekkelijk maken. ‘Maar

leerlingen kiezen nog steeds vooral voor een zorgopleiding omdat ze “iets met

mensen willen”, vertelt ze. ‘Dat wil niet zeggen dat wij van een jongere met

zogenaamde roepingsmotieven een moderne Florence Nightinggale maken. Wat wij wel

doen, is leerlingen opleiden tot professionals, tot ondernemende zorgmensen die

zich verantwoordelijk weten op te stellen.’

Her- en bijscholing

De ervaringen van Van Loon stroken met de resultaten van de studie van

de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA) die eind november

officieel worden gepresenteerd. In het jaarlijkse OSA-rapport zijn de nieuwste

cijfers en gegevens over de arbeidsmarkt en het onderwijs voor de sectoren zorg

en welzijn te vinden. De onderzoekers stellen dat de belangrijkste reden van

jongeren om te kiezen voor een opleiding in de zorg nog steeds is: mensen willen

helpen. Andere relevante argumenten zijn de grote kans op een baan, het loon na

enkele jaren en de uitwijkmogelijkheden naar deelsectoren.

Uit de gegevens die de onderzoekers hebben verzameld, blijkt dat voor

de potentiële werknemers inhoudelijke tevredenheid het belangrijkste aspect is

van hun toekomstige beroep. Voor werkgevers is het dus belangrijk om het werk

inhoudelijk aantrekkelijker te maken, onder meer door her- en

bijscholingsfaciliteiten. Niet geheel verrassend is de conclusie dat

beroepsbeoefenaren in de zorg hun beloning negatiever beoordelen dan werknemers

in de rest van de economie. En daar blijft het soms niet bij, want volgens een

ander recent rapport is de groep die om redenen van salaris de zorgsector

verlaat groeiende. De OSA stelt verder dat lager- en middelbaar opgeleiden in

zorg en welzijn helemaal niet slechter dan gemiddeld worden betaald, met

uitzondering overigens van de thuiszorg. ‘Vergeleken met een sector als de

detailhandel, die voor rekrutering van lager- en middelbaar opgeleide vrouwen

als een belangrijk concurrent kan worden gezien, is de beloning zelfs duidelijk

beter,’ schrijven de onderzoekers. En op alle opleidingsniveaus worden

deeltijdbanen relatief goed beloond.

Wel stellen de onderzoekers dat voor hoger opgeleiden, vooral hbo’ers,

de beloning duidelijk achter blijft. Dit zou een weerspiegeling kunnen zijn van

een gering verschil in functieniveau tussen middelbaar- en hoger opgeleiden. Het

geringe verschil in werkzaamheden is ook direct één van de redenen voor de

enorme terugloop van inschrijvingen voor de opleidingen hbo-verpleegkunde. Maar

liefst 25 procent minder studenten dan in 1999 hebben zich dit jaar aangemeld

voor een hbo-v opleiding.

Niet voor softies

Een bezoek aan een open dag van het Instituut voor Verpleegkunde van de

Hogeschool van Amsterdam begin november bevestigt nagenoeg alle conclusies van

het onderzoek wat betreft de hbo-opleiding. Dit jaar heeft de school voor het

eerst een blik artiesten opengetrokken om de informatiedag onder de aandacht te

brengen van jongeren. Maar de acrobaten van Circus Wonder die op verschillende

locaties in het gebouw aan de Tafelbergweg hun kunsten vertonen, moeten het

stellen met een wel zeer karig publiek van enkele tientallen belangstellenden,

inclusief ouders.

‘Het is de eerste keer dat we een open dag houden met artiesten. Maar ik

heb niet meer bezoekers gezien dan vorig jaar en toen waren er al weinig,’ zegt

communicatie-medewerkster van het instituut Irma de Waal. ‘De laatste jaren

ondervinden we een terugloop, waar wij ook moeilijk een antwoord op kunnen

vinden. We timmeren hard aan de weg met goed en aantrekkelijk onderwijs en we

begeleiden de studenten echt zo zorgvuldig mogelijk. Maar wij kunnen als school

ook niet alleen alle tekorten in de zorg oplossen.’

Tweedejaars student Inge Timmerman, die bezoekers van de open dag

informeert, is wel enthousiast over het onderwijs: ‘Wat mij bevalt is het

kleinschalige van deze opleiding, daardoor is er een goed contact met de

docenten. Mijn eerste stage viel ook mee. Ik heb in een verpleeghuis gewerkt met

demente bejaarden, daar had ik zelf eerst nogal negatieve beelden bij. Maar het

bleek reuze mee te vallen. Zolang je je eigen grenzen maar aangeeft, daar wordt

ook heel erg op gehamerd in de opleiding. Je moet leren omgaan met werkdruk en

zelfstandig kunnen werken. Verpleegkunde is zeker niet iets voor softies.

Bovendien houd ik wel van een beetje complexiteit, het moet niet te makkelijk

worden. Anders is de uitdaging weg. Ik wil ook niet heel mijn leven mensen

wassen, op den duur wil ik toch wel een management functie. En ik vind dat we

meer moeten verdienen, want de lonen voor beginners zijn echt veel te

laag.’

Onlangs heeft de ‘Verkenningscommissie Hoger Gezondheidszorgonderwijs’ op

verzoek van de HBO-raad advies uitgebracht over de inrichting en het aanbod van

hbo-opleidingen voor beroepen in de zorgsector. De commissie beveelt aan dat de

sector in samenspraak met de opleidingen specialistische- en vervolgopleidingen

ontwikkelt, waardoor de carrièreperspectieven voor hbo’ers verbeteren. Maar of

die oplossing voor de hbo-opleidingen en de sector afdoende zal zijn om de

krapte op de arbiedsmarkt te beteugelen, valt sterk te betwijfelen. Vooralsnog

blijft het voorspelde tekort van 44 duizend verzorgenden en verplegenden in 2004

als een zwaard van Damocles boven de sector hangen./Jeannine

Westenberg

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.