Blog: Ik zorg graag, maar liever niet in de zorg

Begin november werd door ministers de Jonge en Bruins en staatssecretaris Blokhuis de campagne ’Ik zorg’ gestart. Inmiddels ziet u overal in het land billboards waarop professionals hun werk belijden. Doel: dat meer mensen gaan kiezen om in zorg en welzijn te werken. Initiatiefnemers: het ministerie van VWS en zo’n beetje alle brancheorganisaties. De nood is hoog, binnen een aantal jaar dreigt het tekort 125.000 mensen te zijn.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Piet-Hein Peeters

De vorige keer beschreef Piet-Hein waarom hij voorstander is van een stresstest voor peuters >>

Eind oktober publiceerde de Volkskrant een fors artikel over het rap groeiend aantal zzp-ers in de zorg. ’Meer verdienen, meer keuzevrijheid, meer tijd voor de cliënt’ stond in de lead. Die boodschap lees je ook terug in het artikel Professional nieuwe stijl dat in het novembernummer van Zorg+Welzijn stond. Steeds meer professionals in het sociaal domein kiezen ervoor als zzp-er aan de slag te gaan. Daaronder twee sociaal werkers die in de afgelopen jaren tot sociaal werker van het jaar zijn verkozen.

Autonomie

Onlangs sprak ik een bestuurder van een organisatie voor jonge mensen met een beperking die constateerde dat steeds meer professionals van zijn organisatie ‘franchise’ ondernemer worden en een kleinschalige voorziening starten onder de vlag van de instelling. Meer autonomie voor die professionals en daardoor een hoge professionele betrokkenheid, ook voorbij kantooruren, vertelde hij.

Weglopen

Dit soort zorgondernemers, zonder personeel dan wel als motor van een kleinschalige voorziening, kunnen doorgaans op sympathie rekenen. Tikje rebels, groot hart voor cliënten, voegen daad bij (kritisch) woord, altijd bereid een stapje extra te doen, innovatief; dat soort termen. Maar die bewondering stemt ambivalent. Bijvoorbeeld omdat in deze ontwikkeling het risico schuil gaat dat de kwaliteit van de achterblijvende organisatie verslechtert. Het is geen al te dappere hypothese dat het vooral kwalitatief goede professionals zijn die voor zichzelf beginnen, zie die twee sociaal werkers van het jaar. En dat dat vermaledijde, bureaucratische, regeldichte, financieel armzalige zorgsysteem niet verandert door er uit weg te lopen.

Radicaal integraal

Een deel van de oplossing ligt in Ruwaard. Die wijk in Oss, uitgebreid beschreven in het decembernummer van Zorg+Welzijn, is momenteel één van de  paradepaardjes in het sociaal domein. Er wordt radicaal integraal gewerkt, zeggen ze. Voor een keukentafelgesprek is daar een flinke tafel nodig. Betrokken professionals schuiven aan, de eigenaars van die keukentafel ook, mensen uit het informele netwerk ook. En vervolgens wordt afgesproken wie gaat doen wat nodig is. Dat wordt betaald uit een ook weer integraal wijkbudget. Cliënten tevreden. De wethouder financiën ook, want het zou geld besparen.

Werkplezier

Maar, hier belangrijker, bij dit soort, overigens nog vrij schaarse, praktijken neemt bovendien het werkplezier van de professionals zelf toe. Doen wat nodig is, in de tijd die je daarvoor nodig acht, met een vastgesteld budget waarover je zelf mag beschikken. Lekker werken. En dat kan dus ook binnen zorg en welzijn.

Werkdruk en bureaucratie

Op ontdekdezorg.nl, de website bij de overheidscampagne ’Ik zorg’, vind je korte portretten van mensen die nu in de zorg werken. Het zijn de mensen die ook op die billboards staan. Hun verhalen zijn miniatuurtjes die telkens weer gaan over het bijzondere van het contact tussen zorgverlener en patiënt of cliënt. Je leest er niet over hun werkdruk, hun salaris, de bureaucratie, de regeltjes wat juist dat bijzondere onder druk zet. Je leest er niet dat veel mensen momenteel de zorg uit gaan omdat ze willen werken op de manier die past bij de reden waarom ze de zorg zijn ingegaan.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.