Beware Watch Out helpt ‘de harde kern’ weer op het rechte pad: ‘Soms krijg je een dreun, dan heb je ’t verdiend’

Draaideurcriminelen, 'harde kern', jonge ventjes die de buurt terroriseren en steeds opnieuw voor steeds zwaardere vergrijpen worden opgepakt. Ze hebben allerlei namen, maar niemand heeft een oplossing voor het probleem. In Amsterdam loopt al tien jaar lang een succesvol project: Beware Watch Out. Negentig procent van de crimineeltjes komt weer op het rechte pad.

‘Hé Elroy*, hoe was de verjaardag gisteren?’ Een klein

zwart jongetje ploft schijnbaar verlegen neer op de stoel aan het bureau van Rob

en mompelt dat ’t wel leuk ging. ‘Zou je hem niet een beertje geven?’ grijnst

Rob als Elroy even later weer naar de andere jongens in de tafeltennisruimte

gaat. ‘Dertien jaar. Als ie hier niet zou zijn, zat ie in een gesloten

inrichting. Er zit zó veel agressie in die jongen.… heel moeilijk. Opgepakt voor

vechten en steken…’

Het is zaterdagochtend elf uur. Vandaag wordt er, als elke week,

gesurveilleerd op het Osdorpplein in Amsterdam. Vanachter zijn bureau lijkt

projectleider Rob Raat spreekkwartier te houden. Jongens slenteren langs of

vallen binnen, Rob begroet hen met Amsterdamse straattaal, ieder op hun een

eigen manier: ‘Efa, blijf nou eens van hem àf, je lijkt wel ‘n homo,’ roept Rob

een Marokkaanse jongen toe die een maatje over zijn net kaalgeschoren schedel

aait. ‘O ja, je bènt een homo…’ Niks blijft onbesproken onder de jongens van BWO

(Beware Watch Out), verzekert jongerenwerker Richard Bos. ‘Of het nou gaat over

geslachtsziekten – die wij hier bovengemiddeld tegenkomen -, over de problemen

in het gezin of over die beroving die net is gepleegd. De jongens moeten alles

aan ons kwijt kunnen, dat vertrouwen moet er zijn. Wij praten niet zoveel, wij

luisteren. Naar het verhaal van zo’n kind; waarom het in de shit zit. En wat

hoor je dan? Seksueel misbruik, lichamelijk en huiselijk geweld, vader naast je

doodgeschoten zodat jij met de hersensmurrie op het gezicht geplakt zit, een

stiefmoeder die hem niet kan luchten of zien, met 15 jaar je eerste kind.’

Grote broer

Als agenten bij het tienerteam van de politie Meer en Vaart zagen Rob Raat

en Richard Bos – nu medewerkers van BWO – steeds dezelfde jongens terug. Tien

jaar geleden trokken ze zich hun lot aan. ‘We hadden te weinig tijd voor ze. En

van steeds maar weer opsluiten, daar worden ze niet beter van. Bij de politie

maken ze er soms een wedstrijd van wie weer de meeste jongens in de cel zet.’

Rob Raat, inspecteur van politie, en Richard Bos, toen politieagent, nu

jongerenwerker, riepen tien jaar geleden ‘een zestal jongens’ bij elkaar en

begonnen met Beware Watch Out: een project om criminele jongeren weer op het

rechte pad te krijgen. Zij leren zich naar behoren te gedragen, worden begeleid

om weer structuur in het leven te krijgen en als ‘werkervaring’ in de

maatschappij surveilleren ze twee maal per week in het aanpalende winkelcentrum.

Rob, in politie-uniform, start de bus. Een dikke rookpluim van

sigarettenwalm stijgt op uit het open dakvenster. Het is half een. Alle jongens

hebben gegeten – ‘dat hebben we ingevoerd omdat een heleboel jongens niet

fatsoenlijk eten’ – en zijn verkleed: zwarte joggingbroek, grijze sweater met

BWO-embleem en blauw jack met embleem. De bus rijdt richting Osdorpplein. Een

zestal groepjes van drie verspreidt zich over het deels overdekte winkelcentrum.

De bus doet dienst als pits, om te plassen, te roken en om blikjes cola te

drinken.

‘Of ’t niet saai is, de hele middag hier rondlopen?’ Mmm ja, soms. Maar we

gaan ook wel eens naar een ongeval, om wegversperringen te zetten. Of een eindje

rijden in de stad, of voetballen in ’t Twiske.’ Daniël (21 jaar) is senior

groepsoudste; hij begeleidt een viertal jongens. Vijf jaar geleden kwam hij als

jong delinquentje het project binnen, nu werkt hij er als ervaringsdeskundige.

Net als de zes andere groepsoudsten. Waarom werkt deze aanpak? ‘Je krijgt

persoonlijke aandacht,’ verklaart Daniël, ‘en meer: Rob en Richard zijn vrienden

voor je. Het is niet van: hoe gaat het, goed, mooi. Zo gaat het in de

hulpverlening. Wij zien Rob als een soort grote broer. Je kan hem vertrouwen,

hij is eerlijk, heeft pit, is streng, heel serieus en wijst je op je fouten.

Soms krijg je een dreun, dan heb je ’t verdiend.’

‘Respect moet je verdienen,’ weet Richard Bos. ‘Als de school mij opbelt

dat Pietje niet is komen opdagen, rijd ik naar z’n huis en sleur hem ’t bed uit.

Ik kan dat maken, zijn moeder niet. Omdat ik meen wat ik zeg, ik doe geen valse

beloftes. Als ik zeg: “ik kom je afhalen”, en ik kom niet, dan heb ik het

respect verspeeld.’

Ouwehoeren

De jonge delinquenten komen binnen via de hulpverlening, de kinderrechter,

de politie of via vriendjes. Inmiddels zitten er 28 jongens tussen 13 en 20 jaar

in BWO. Er staan er 56 op de wachtlijst. Gemiddeld zitten ze negen maanden in

het project. Volgens Rob Raat en Richard Bos komt meer dan negentig procent van

de jongens goed terecht. Ze krijgen structuur in hun leven: ze gaan naar school,

krijgen betaald werk, een stabiele relatie. Waarom krijgt BWO voor elkaar wat

niemand lukt: de ‘harde kern’ op het rechte pad. Richard Bos: ‘De vraag is hoe

je je beroep invult. Die jongens leven 24 uur per dag. Je kan niet van negen tot

vijf werken, je koffertje pakken en doei, tot morgen. Je moet gedreven zijn,

altijd klaar staan. Dat zie ik niet terug in de hulpverlening. Daar gaat het om

cijfers, hoeveel geld je krijgt en het gaat om rapportages. Er wordt wat

afgeouwehoerd, casuïstiek, overleg zus en zo, niemand doet ene flikker. Ik heb

niks aan rapportages, ik wil van het kind weten wat er aan de hand is.’

Het vervolgproject ‘R&B’, waarin doorgestroomde groepsoudsten uit BWO

als betaalde jongerenwerkers werken aan resocialisatie, is per 1 maart in gang

gezet door Bos en Raat, maar nog niet officieel door de politie of de gemeente

geautoriseerd. Rob Raat gaat zijn eigen gang en boekt succes. Beatrix en Kok en

andere hoogwaardigheidsbekleders zijn met ‘zijn jongens’ op de foto gegaan. CNN

is langs geweest en in dertien landen is het project via de buis de kamer

ingestraald. Een vergelijkbaar succes is nog nergens geboekt.

‘Het grootste probleem is’, verklaart Richard Bos, ‘men weet niet wat te

doen. Na de rellen van Marokkaanse jongeren op het Amsterdamse August

Allebeeplein in 1998 heb ik een overleg met de buurt en alle instanties

bijgewoond. Ik heb vier keer gevraagd: “kennen jullie die jongens?” Nee, ze

wisten waar ze woonden, ze kenden hun bijnamen, maar ze wisten niks van die

kinderen zelf. “Oké,” zei ik, “ik wil ze hier hebben en met ze praten”. Daar is

het project ‘Nu iets positiefs’ uit voortgekomen. Natuurlijk moet je de sociale

omgeving erbij betrekken, cursussen voor ouders bijvoorbeeld. Want de omgeving

bepaalt hoe het met die kinderen gaat.’

Boosdoeners

Rob roept via de mobilofoon alle surveillanceteams op terug te komen naar

de bus. De politieradio meldt een ongeval in de buurt. ‘We gaan even kijken’.

Als iedereen op de ongevalplek aankomt, blijkt alles onder controle. En

bovendien niet erg spectaculair. We rijden verder, langs de beruchte Amsterdamse

homo-afwerkplaats. ‘Kunnen jullie nog even wat geld verdienen,’ geint Rob Raat.

Hij weet dat er jongens tussen zitten die dat ook daadwerkelijk hebben gedaan.

Daniël, de groepsoudste, kijkt vanachter zijn zonnebril glimlachend toe.

Hij rustig, cool, maar duidelijk in zijn boodschap naar de jongens toe.

‘Natuurlijk kom je ook in moeilijke situaties terecht met deze jongens,’ vertelt

Daniël. ‘Soms wil ik ook wel iemand door elkaar rammelen, maar dan ga ik hem

kietelen, gaat ie lachen. Je moet blijven praten, als het moeilijk wordt met Rob

erbij. Daar luisteren ze altijd naar. Op straat zijn ze stoer, maar van binnen

zijn het kinderen.’

André Hazes schalt door de bus. We maken een kleine omweg door het

stadsdeel Bos en Lommer, weer een beruchte Amsterdamse buurt. Momenteel vanwege

de criminele Marokkaanse jongens. Allochtone moppen rollen door de bus. De

stemming raakt opgewonden als een groepje Marokkaanse jongens op de stoep met

een mengeling van bewondering en afgunst naar de bus staat te gapen. De stoerste

scheurt op z’n brommer met ‘wheelies’ voor de bus langs. ‘Kan ie dat ook zonder

handen?,’ gooit Rob er tussendoor. ‘Stop, stop, ze gooien een colablikje tegen

de bus, Rob, stoppen!’ Rob rijdt rustig verder, maar bij de rotonde draait hij

helemaal rond en rijdt terug naar de plek des onheils. Onder luid gejuich van de

inzittenden. De raddraaiers op de stoep staan even aan de grond genageld als Rob

zijn politiebus voor het groepje parkeert. Dan rennen de boosdoeners hard weg,

onder honend gelach van het publiek in de bus. Zo zijn ze zelf ooit ook

begonnen. Orde en gezag hebben gezegevierd. Het zal ze een les zijn.’/Caroline

Stam

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.