Bereik jeugdhulp uit balans

Jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond groeien bijna zes keer zo vaak op in armoede dan jeugdigen met een Nederlandse achtergrond. Daarnaast groeien ze ruim twee keer zo vaak op in een eenoudergezin, zijn ze ruim drie keer zo vaak werkloos en zijn ze ondervertegenwoordigd in de lichtere vormen van jeugdhulp. Dit blijkt uit onderzoek van Kennisplatform Integratie & Samenleving. ‘We moeten hier serieus aandacht aan besteden.’
AdobeStock_98843606.jpg
'Kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond scoren hoog op een aantal risicofactoren

Rob Gilsing is senior onderzoeker bij Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS). Samen met collega’s stelde hij het rapport  Feiten & Cijfers: Leefomstandigheden van kinderen met een migratieachtergrond op. ‘We weten dat kinderen met een migratieachtergrond vaker kwetsbaar zijn. Met dit onderzoek wilden we in beeld brengen in welke mate dat het geval is.’

Risicofactoren

In het rapport geeft KIS met behulp van vier indicatoren (kinderen in armoede, kinderen in eenoudergezin, jeugdwerkloosheid en jeugdzorg)  aan hoe het staat met de leefomstandigheden van kinderen met een migratieachtergrond. Het onderzoek komt voort uit het gedachtengoed van Kinderen in Tel, dat tot doel heet de leefsitutie van kinderen op de agenda te krijgen (zie het databoek Kinderen in Tel 2016). De onderzoekers baseerden hun conclusies op cijfers van het CBS. Gilsing: ‘Een van de belangrijkste conclusies van het rapport, is dat kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond hoog scoren op een aantal risicofactoren, maar ondervertegenwoordigd zijn in de, met name lichtere vormen van, jeugdzorg. De transformatie jeugd is gericht op onder meer lichte zorg, er vroegtijdig bij zijn en in de eigen omgeving. Dat lukt voor bepaalde groepen jongeren dus nog niet zo goed en dat is gegeven de problematiek die ze hebben opmerkelijk.’

Kinderen in armoede

Uit het onderzoek blijkt dat jeugdigen (nul tot en met zeventien jaar) met een niet-westerse migratieachtergrond bijna zes keer zo vaak opgroeien in armoede dan leeftijdsgenoten met een Nederlandse achtergrond. Het armoederisico is het grootst onder jeugdigen met een Antilliaanse, Marokkaanse en overige niet-westerse achtergrond. Maar ook onder Surinaams- en Turks-Nederlandse jeugdigen is het armoederisico zo’n vijf keer hoger dan onder Nederlandse jeugdigen.

Eenoudergezin

Jeugdigen (nul tot en met zeventien jaar) met een niet-westerse achtergrond groeien ruim twee keer zo vaak op in een eenoudergezin dan jeugdigen met een Nederlandse achtergrond. Jongeren met een Antilliaans- of Surinaams- Nederlandse groeien zelfs drie tot vier keer vaker op in een eenoudergezin. ‘Het opgroeien in een eenoudergezin is op zich niet problematisch, maar het vergroot het armoederisico en de kans op opvoed- en opgroeiproblemen.’

Werkloosheid

Jongeren (zestien tot en met tweeëntwintig jaar) met een niet-westerse migratieachtergrond zijn ruim drie keer zo vaak werkloos dan jeugdigen met een Nederlandse achtergrond. Het werkloosheidsrisico is het grootst onder jeugdigen met een Antilliaanse, Marokkaanse en overig niet-westerse achtergrond. Maar ook onder Surinaams- en Turks-Nederlandse jeugdigen is het werkloosheidsrisico ruim twee keer hoger dan onder Nederlandse jeugdigen.

Jeugdzorg

Waar jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond op de eerste drie indicatoren juist hoger scoren dan hun Nederlandse leeftijdsgenoten, laat het gebruik van jeugdzorg een ander beeld zien. Hoewel jeugdigen met een migratieachtergrond vaker risico lopen op probleemgedrag, maken ze in het algemeen niet vaker gebruik van de lichte vormen van jeugdhulp: de wijkteams en de jeugd-ggz. Ze hebben daarentegen wel vaker te maken met zwaardere vormen van jeugdhulp, zoals de jeugdreclassering of jeugdbescherming.

Bereik

Gilsing: ‘Het verschil tussen de drie factoren die de leefsituatie van jeugdigen met een niet-westerse migratieachtergrond beschrijven aan de ene kant en het gebruik van jeugdhulp aan de andere kant levert een opmerkelijk beeld op. Gegeven de problematiek die de eerste drie factoren laten zien, zou je verwachten dat deze groep jongeren ook in beeld moet zijn bij, in elk geval ook de lichte, jeugdzorg. Maar dat blijkt dus niet het geval.’ Gilsing benadrukt dan ook dat het van belang is dat sociaal werkers en wijkteams moeten zorgen dat ze deze groepen bereiken. Juist in de lichtere vormen van jeugdhulp. ‘Kijk als wijkteam goed naar de mensen die je bereikt. Is dit een afspiegeling van de populatie in de wijk waar je werkt? Zo nee, zijn er echt manieren om deze groepen makkelijker te bereiken. Bijvoorbeeld door te werken vanuit scholen, door samen te werken met informele organisaties die contacten kunnen leggen en door aandacht te hebben voor cultuur specifieke factoren.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.