Arcares-directeur Mariëlle Rompa over beleidsvisie VWS ‘Zorg op toekomst’: ‘De ouderenzorg is een enorm openliggende markt’

In de verkenning ‘Zorg met Toekomst’ die onlangs aan de Tweede Kamer is gepresenteerd gaat minister Borst in op de toekomstige ontwikkelingen en beleidsvraagstukken die een rol kunnen spelen bij de volgende kabinetsformatie. Mariëlle Rompa, directeur van Arcares, reageert op de belangrijkste conclusies. ‘U wilt een hondje? Dan krijgt u een hondje.'

‘Een ouderenverzorger kan met goed fatsoen niet meer

tegen een cliënt zeggen: “Mevrouw, ik ga u eens even lekker wassen”. De attitude

die de ouderenverzorger van de toekomst nodig heeft is: “Goedemorgen mevrouw, u

wilt nog een uurtje in bed blijven liggen? Dat is prima, dan kom ik later bij u

terug”. Met een voorbeeld illustreert directeur Mariëlle Rompa van de

brancheorganisatie verpleging en verzorging dat personeel zoveel mogelijk naar

ondersteunende hulpverlening zal moeten overschakelen. Rompa vertelt dat veel

instellingen al een begin hebben gemaakt met het organiseren van vraaggestuurde

zorg. Maar een werkelijke omslag moet nog plaatsvinden. ‘Het is niet zo dat

medewerkers niet willen, want bij hen leeft al de wens om zoveel mogelijk

rekening te houden met de behoeften van de klant. Maar door het enorme

capaciteitstekort komen ze vaak niet toe aan meer dan het hoogst noodzakelijke.

Dus als Borst zegt dat er meer ruimte moet komen voor individuele keuzes van de

cliënt, zeg ik: dat is prima. Maar dan moet een nieuw kabinet wel schuiven met

extra middelen.’

De verkenning ‘Zorg met Toekomst’ gaat in op maatschappelijke

trends als vergrijzing, individualisering en welvaartsgroei. Wat betekenen deze

ontwikkelingen voor de ouderenzorg?
‘Vast staat dat de vraag

naar zorg zal toenemen door de vergrijzing. We verwachten met name een groei van

mensen met psychogeriatrische problematiek. Verder zullen er ook grotere

verschillen ontstaan in de vraag naar zorg. Dat hoeft overigens niet te leiden

tot tweedeling. Zolang de zorg uit het basispakket maar royaal genoeg is,

toegankelijk voor iedereen en aan een zeker kwaliteitsniveau voldoet, moeten we

niet te spastisch doen over verschillen. Voorts zullen instellingen in de

toekomst steeds meer een eigen identiteit aannemen, zich steeds meer ontwikkelen

op specifieke terreinen. Het is daarvoor ook belangrijk dat ze voor zichzelf in

kaart brengen wat de zorgvraag in de regio precies is.’

Zorgaanbieders krijgen meer vrijheid om als ondernemers aan de

slag te gaan. Zijn ze daar klaar voor?
‘Er zijn 1700

organisaties lid van Arcares en ze staan niet allemaal even hard te trappelen om

als risicodragende ondernemer aan de slag te gaan. Er zijn er die heel

welwillend al een begin hebben gemaakt met een meer klantgerichtere manier van

werken. Daar zegt een manager: “Meneer, u wilt een hondje? Dan krijgt u een

hondje.” Bij anderen hebben wij nog wat missiewerk te verrichten. We hebben ons

inmiddels aangesloten bij MKB Nederland om zoveel mogelijk kennis op te doen

over goede bedrijfsvoering, die kennis geven we door aan onze leden. MKB

Nederland werkt momenteel aan een programma voor organisaties in de verzorging

en verpleging. Ook stelt Borst in haar verkenning dat de doelmatigheid en het

probleemoplossend vermogen van de sector vergroot moet worden. We worden echter

al jarenlang ontmoedigd door de strenge wet- en regelgeving in de zorg. Het

ontbreekt managers daardoor wel eens aan moed om weer een oplossing voor een

probleem te bedenken. Ze lopen steeds op een betonnen muur, ze mogen veel niet

van de wet. De verantwoording die je in deze sector moet afleggen is

ongelooflijk groot. Onlangs kreeg de sector meer geld voor het wegwerken van de

wachtlijsten. Daar zijn we blij mee, maar daar moeten we bij wijze van spreken

dan wel weer in 23-voud verantwoording over afleggen.

Er wordt nog veel te weinig gebruik gemaakt van ict in de zorg,

vindt Borst.
‘In 1994 is er al een prognose gedaan welk percentage

van de instellingsbudgetten nodig zou zijn om de ict in de zorg op een goede

manier van de grond te tillen. Grote instellingen zijn vaak al verder met het

ontwikkelen van een informatiesysteem, die hebben het geld daarvoor ergens uit

hun budget weten weg te persen. Ook bespaart het hen op kortere termijn geld.

Maar voor kleine organisaties duurt het langer voordat de investering zich

terugverdient. Als ze daar eens geld over hebben, steken ze dat liever in

personeel. Ze zijn al blij als ze een computer hebben die werkt. Ik denk dat een

benchmark-traject voor deze organisaties een uitgelezen kans is om de

achterstand in te halen. Ze kunnen leren van de ervaringen die de voorlopers

hebben opgedaan. Met het ministerie van VWS wordt momenteel gewerkt aan een

brede registratie van AWBZ-zorg. Iedereen in de sector is overtuigd van het

belang van één systeem met één taal.’

Alle plannen voor de sector zijn mooi en aardig, maar wie gaan

ze uitvoeren? Hoe komen organisaties in de toekomst aan

personeel?
‘Er is een mammoet- èn deltaplan nodig om de

uitholling, die de zorg de afgelopen twintig jaar heeft ondergaan, te

herstellen. Als eerste wordt gewerkt in de vorm van de stelselwijziging die voor

de deur staat. Een deltaplan moet de vicieuze cirkel doorbreken van zowel het

tekort aan personeel als het imagoprobleem. Er is een stormvloedkering nodig om

de negatieve spiraal te doen doorbreken. Daar ligt echt een taak voor de

politiek. Zij moeten het signaal afgeven dat de zorg iets is wat ze zien zitten.

Het is niet meer van deze tijd om de zorg als kostenpost te benaderen. In 2030

is ongeveer een kwart van de inwoners in Nederland 65 jaar of ouder. De

ouderenzorg is een enorme openliggende markt, commerciële aanbieders weten ons

al steeds beter te vinden. Een andere benadering is nodig. Ik verwacht dat

politieke partijen het thema dan ook goed oppakken in het komende

regeerakkoord.’/Jeannine Westenberg

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.