Amsterdam maakt plan van aanpak tegen verruwing op scholen: Extreem gedrag in de kiem smoren

Vijftig schoolbesturen uit het Amsterdamse basis- en voorgezet onderwijs presenteren in oktober plannen om de verruwing op in het onderwijs tegen te gaan. Aanleiding vormen recente onderzoeken waaruit blijkt dat agressie, asociaal gedrag en interculturele conflicten ‘verontrustend’ toenemen. Is de commotie overtrokken of moet de noodklok worden geluid? ‘Het probleem niet erkennen, is struisvogelpolitiek.’

‘We moeten als de bliksem aan de slag.’ Dat is volgens

de Amsterdamse jeugdonderzoeker Jaap Noorda een gepast antwoord op drie recente

onderzoeken die wezen op verruwing in het onderwijs, twee van de Algemene

Onderwijsbond (AOb) in samenwerking met de stadszender AT5 en één van de

gemeente Amsterdam. De onderzoeken wezen op een toenemende verruwing op scholen,

die zich zou voordoen tussen leerlingen onderling, tussen leerlingen en

leerkrachten en tussen ouders en leerkrachten.

Beladen

‘Als je de lamlendigheid onder jongeren weghaalt, spelen tegenstellingen

veel minder op.’ Veel van de verruwing op scholen hangt volgens Noorda samen met

de perspectiefloosheid van sommige jongeren en andere vermeende daders van

agressief gedrag. ‘Jonge mensen horen op te groeien in een sfeer van uitdaging

met uitzicht op een goede plek in de wereld. Als je ziet met welke snelheid wij

polders droogleggen of Betuwelijnen uit de grond stampen, dan moeten we er toch

voor kunnen zorgen dat er geen jongeren meer rondlopen zonder bestemming. We

moeten vertrouwen, hoop en optimisme in hun leven brengen. Uitingen van

onbehagen op scholen verdwijnen op het moment dat je perspectief biedt. We

moeten niet toestaan dat mensen maatschappelijk buitenspel komen te staan. Aan

de bak. Leren en werken. Desnoods wettelijk verplicht. Het is technisch en

financieel haalbaar om voor bijvoorbeeld zeshonderd jongeren in Amsterdam-Noord

banen te regelen die nu doelloos rondhangen.’

‘Er is inderdaad sprake van verruwing,’ meent Liesbeth Verheggen, lid van

het dagelijks bestuur van de Algemene Onderwijsbond. ‘Dit is een trend; het gaat

niet meer om incidenten. Maar ik wil het niet de beladenheid meegeven dat het te

maken heeft met radicalisering en extremisme, zoals elders wel is gedaan. Het is

meer gewoon puberaal gedrag. Desalniettemin is het zorgelijk dat veel docenten

de sfeer op school en in de klas als bedreigend ervaren. Ik vind het dan ook

heel positief dat de schoolbesturen in Amsterdam zo snel bij elkaar zijn

geroepen. Het betekent dat problemen binnen het werk serieus genomen worden. Ik

vind het wel belangrijk het personeel er de volgende keer ook bij betrokken

wordt. Managers hebben nog al eens de neiging zelf oplossingen te verzinnen,

zonder mensen erbij te betrekken die de oplossingen moeten uitvoeren.’

Het valt Verheggen op dat wethouders en werkgevers in anders steden roepen

dat het probleem specifiek is voor Amsterdam, terwijl de AOb-leden zeggen dat

het in alle steden speelt. ‘Ik vind dat struisvogelpolitiek. Als je het niet

benoemt, bestaat het ook niet. Ook in die zin zijn wij blij met het Amsterdamse

initiatief. Het begin is herkennen en erkennen van de problemen. Al ben ik er

niet van overtuigd dat er in oktober, zoals afgesproken, constructieve plannen

liggen die de trend kunnen breken.’

Ook Zeki Arslan, onderwijswoordvoerder van Forum, kan zich druk maken over

het niet tijdig onderkennen van spanningen op scholen waardoor ze uit de hand

lopen. ‘Er is geen nieuws onder de zon. Het is een bekend fenomeen, maar men

heeft te lang onvoldoende animo getoond om zich echt te verdiepen in het

dossier. Het gevolg is dat de zaken behoorlijk gecompliceerd zijn geworden. Vijf

jaar geleden was er ook al voldoende indicatie dat er sociaal-economisch en

etnisch-religieuze spanningen op diverse niveaus aandacht behoefden. De scholen

ontkenden deze spanning en hadden onvoldoende inzicht in wat ze betekenden voor

de onderlinge verhoudingen. Wij roepen al heel lang dat het ten koste gaat van

de cohesie en kwaliteit van het onderwijs. Maar wij stonden alleen. Een roepende

in de woestijn. Het is goed dat Amsterdam nu het voortouw neemt en aanspoort tot

urgentie. Migranten moeten daarbij een veel actievere rol krijgen. Er zijn

vergaande structurele veranderingen nodig. Ik heb wethouder Aboutaleb

uitgenodigd om snel verandering aan te brengen in de ondervertegenwoordiging van

allochtone leerkrachten in het Amsterdamse onderwijs. Het is voor mij

bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat het aantal leerkrachten van Marokkaanse afkomst

tot één procent beperkt is gebleven.’

Afstand

Volgens Paul Jungbluth, onderwijsonderzoeker in Nijmegen en kersvers Tweede

Kamer-lid voor GroenLinks, is ‘een enorme sociale distantie’ er de reden van dat

veel leerkrachten en leerlingen zich niet veilig op school voelen. Hij is

kritisch op het Nederlandse beleid dat de problemen eerdere zou vergroten dan

verkleinen. ‘We zijn best een redelijk beschaafd land, maar het beleid getuigt

daar niet van. Als een woordvoeder van het CDA bijvoorbeeld voorstelt om Turkse

moeders een strafinhouding te geven als ze geen Nederlands met hun kinderen

spreken, dan kan ik daar met mijn hoofd niet bij. Waarom creëren we dit soort

distanties? Niemand vindt het toch erg als Máxima haar moedertaal spreekt met de

kleine? Het beleid komt bikkelhard over. Terwijl we juist zouden moeten

uitleggen dat wij twee keer zoveel uitgeven aan kwetsbare jongeren als aan

anderen. En dat moeten we ook aan leerkrachten en ouders duidelijk maken. We

moeten laten weten dat we beseffen dat de randvoorwaarden voor bepaalde jongeren

negatief zijn maar dat we er alles aan willen doen om ze gelijke kansen te

geven.’

Hoe kan die distantie ontstaan? ‘Er is vrijwel niets gemeenschappelijks,’

meent Jungbluth. ‘Leerkrachten gaan niet naar dezelfde films, ze wonen in andere

buurten, hebben andere gewoonten als leerlingen en hun ouders. Kortom: een

leerling wordt op school niet herkend als iemand die van “ons” soort is.

Leerkrachten wonen “gelukkig” niet in dezelfde buurten, parkeren hun auto

eigenlijk liever niet bij de school. Ze zijn eigenlijk een beetje bang. In mijn

ogen vormen de verruwing in taal en omgangsvormen hiervan een beetje de

achtergrondmuziek. Ik denk dat veel mensen eigenlijk boos zijn dat deze

leerlingen problemen geven. Ze kosten alleen maar geld en het levert veel

criminaliteit op. Ik vind dat we dat stadium allang voorbij zouden moeten zijn.

We moeten veel meer denken dat de leerlingen nieuwe Nederlanders zijn en dat we

samen dingen moeten neerzetten.’

Arrogantie

En nu de oplossing. Is die nabij? Arslan verwijt schoolmanagers dat het

beschikbare geld niet effectief wordt ingezet om iets aan de problemen te doen.

‘Zij stellen deelbelangen boven het algemeen belang. Zij verschuilen zich achter

het feit dat migranten niet mee zouden werken, maar ik lees ook in onderzoeken

dat deze ouders zich niet serieus genomen voelen door de school. De heersende

blanke klasse heeft te weinig affiniteit met het vraagstuk en kent de leefwereld

van de leerling onvoldoende. Ik loop al tien jaar mee en ik denk dat die

arrogantie en “ik weet het beter-houding” zal moeten veranderen, wil je

feitelijke omwentelingen bewerkstelligen.’

Voor Liesbeth Verheggen moeten de problemen bij de basis opgelost worden en

hoeft dat helemaal niet zoveel geld te kosten. ‘Ik zou zeggen: gewoon als school

met ouders, personeel, directie en kinderen om de tafel gaan zitten en afspreken

met elkaar welk gedrag wel en niet geoorloofd is. Het lijkt wel of men dit soort

oplossingen te gemakkelijk vindt en liever werkt met speciale potjes waar de ene

school wel recht op heeft en de ander weer niet. Een directie moet zorgen dat

afspraken die gemaakt zijn ook gehandhaafd blijven en dat er niet sluipenderwijs

gaten vallen. Als je afspreekt “geen petjes in de klas”, houd je daar dan ook

aan. Spreek leerlingen op hun gedrag aan, ook als die niet bij jou in de klas

zit. De directie moet helder zijn over welk gedrag wel en niet wenselijk is.

Niet pas iets bedenken op het moment dat onwenselijk gedrag zich

voordoet.’

Volgens Zeki Arslan is de toenemende agressie van ouders naar leerkrachten

een veel verbijsterende gegeven dan de verruwing die op scholen zelf wordt

gesignaleerd. ‘In de vier grote steden in Nederland is het aantal

geweldsdelicten van ouders naar leerkrachten zeven procent. Ik vind dat zeer

verontrustend. Maar ook als ik dit probleem aankaart, onderneemt men veel te

weinig stappen en neemt men adviezen niet serieus.’

‘Amsterdam is dus gewaarschuwd,’ stelt Jaap Noorda. ‘Verruwing ban je niet

zomaar uit. Alleen met een stevige landelijke en gemeentelijke aanpak is men in

staat om marginale groepen betere kansen te geven.’/Marjolijn

Onvlee

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.