Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Wmo en burgerparticipatie? Maak een dorpsplan!

Het kernwoord van de Wet maatschappelijke ondersteuning is 'meedoen'. Volgens de Wmo is burgerparticipatie een groot goed. Gemeenten zoeken naar manieren om burgers een actieve rol te geven. Daar waar dorpsbewoners aan de slag zijn met dorpsplannen hoeft het wiel niet opnieuw te worden uitgevonden.

Door Marja Veltman, Marita Meulmeester en Astrid van der Kooij - Op veel plaatsen in Nederland zetten dorpsbewoners zich in om de leefbaarheid van hun dorp te behouden of te vergroten. Alle activiteiten en voorzieningen die volgens dorpsbewoners nodig zijn voor een leefbaar dorp kunnen worden vastgelegd in een dorpsplan (of een vergelijkbaar document als een dorpsvisie, dorpsomgevingsplan, dorpsontwikkelingsplan of dorpsagenda).

Coproductie
Kenmerk van een dorpsplan is dat het een coproductie is van het dorp en de gemeente waarvan het dorp deel uitmaakt. Dorpsbewoners of dorpsraden nemen vaak het initiatief: zij zijn degenen die aan hun leefomgeving iets willen veranderen. Het dorpsplan is hiermee een schoolvoorbeeld van burgers die verantwoordelijkheid nemen en zich actief inzetten voor hun lokale samenleving.

Actief burgerschap
Met de komst van de Wmo was het gemeentelijke blikveld in eerste instantie gericht op de organisatie van de huishoudelijke hulp. In 2008 verplaatst de focus zich meer naar de essentie van de wet, naar het organiseren van een leefbare samenleving op lokaal niveau.
Vanuit de sector Welzijn werkt de gemeente aan participatie en sociale samenhang als belangrijke thema's in de Wmo-beleidsplannen. De link met dorpsplannen wordt niet logischerwijs gelegd omdat met dit onderwerp meestal andere ambtenaren en andere wethouders aan zet zijn. Het verbinden van Wmo en dorpsplannen kan echter veel opleveren.
Gemeenten kunnen dorpsplannen gebruiken om de participatie van burgers te vergroten. Dorpen kunnen gemeenten aanspreken op de basisgedachte van de Wmo om met de gemeente in gesprek te komen en hun thema's te agenderen. Er zijn ook duidelijke inhoudelijke verbindingen. Leefbaarheid, vrijwilligers en welzijn van bewoners zijn zowel vanuit de dorpsplannen als vanuit de Wmo belangrijke onderwerpen.

Voorbeeld: Horst aan de Maas
De gemeente Horst aan de Maas in Noord Limburg bestaat uit 10 dorpen. Al jaren stimuleert de gemeente in het kader van de leefbaarheid het eigen initiatief van de dorpen. Horst stelt geld beschikbaar voor de organisatie van dorpsraden, de ondersteuning bij het opstellen van een dorpsplan én voor de daadwerkelijke uitvoering van activiteiten. Nu worden bijvoorbeeld eetpunten voor ouderen opgezet. Participatie kost nu eenmaal geld en energie. Horst ziet de Wmo als een katalysator die het proces van participatie verder kan versnellen.

Samenwerking
Niet altijd loopt de samenwerking tussen dorp en gemeente zo soepel als in Horst aan de Maas. De gemeente wordt vroeger of later bij dit proces betrokken en bij de uitvoering van alle plannen is zij een belangrijke partner. Vaak blijkt echter dat als het dorpsplan klaar is, het plan niet verder komt bij de gemeente. De gemeente vindt bijvoorbeeld dat het dorp te veeleisend is, of de taal sluit niet aan bij het gemeentelijke jargon waardoor dorp en gemeente langs elkaar heen praten. Ook kan de aansluiting op de gemeentelijke begrotingscyclus ontbreken en ziet de gemeente om die reden geen kans om budget beschikbaar te stellen. Dorpsbewoners raken vervolgens gedesillusioneerd.

Proces én inhoud
Van oudsher hebben dorpsplannen vooral een fysiek-ruimtelijke invalshoek. Het gaat om geschikte woningen voor jong en oud, over begaanbare en veilige wegen, de groenvoorziening en de aanwezigheid van basisvoorzieningen als een postkantoor, een huisarts, een supermarkt en een school. De laatste jaren komen sociale onderwerpen als eenzaamheid en sociale netwerken, specifieke voorzieningen voor mensen met een fysieke beperking en aandacht voor economisch kwetsbare mensen meer in beeld.

Voorbeeld: Dorpsplanplus
Dorpsplanplus is een initiatief van vijf Overijsselse ondersteuningsorganisaties met als doel de uitvoerbaarheid van dorpsplannen te vergroten. Dorpsplanplus levert intensieve procesbegeleiding om tot een door alle partijen gedragen resultaat te komen. Een dorp kan alleen aan een dorpsplan beginnen als de gemeente het traject bij Dorpsplanplus aanvraagt en zich committeert aan de uitvoering van het dorpsplan.

Het proces van het maken van een dorpsplan is een resultaat op zichzelf. Dorpsbewoners worden gemobiliseerd en aangesproken op hun capaciteiten, de mensen doorlopen met elkaar een intensief traject en leren elkaar op een andere manier kennen. Ondersteuning bij dit traject is vaak gewenst. Dit geldt zowel voor het hanteren van een methodiek, als het begeleiden van het proces.

Het activiteitenplan is het concrete resultaat van het proces. Hierin kunnen over het algemeen drie typen projecten worden onderscheiden: - projecten die het dorp zelf kan uitvoeren, zoals een dorpsfeest, een verenigingenoverleg, het maken van een dorpswebsite;- projecten waarbij bewonersparticipatie juridisch is uitgesloten, zoals de uitvoering van verkeersmaatregelen;- samenwerkingprojecten die samen met de gemeente en andere instanties moeten worden opgepakt, zoals het bouwen van een brede school of een dagvoorziening voor ouderen.

Wijk- of buurtplannen
Al met al vormen de Wmo en dorpsplannen een krachtige verbinding die niet alleen voor dorpen interessant is. Ook grotere gemeenten kunnen zich laten inspireren door de dorpsplannen en bewoners stimuleren wijk- of buurtplannen te maken. In alle gevallen is een goed samenspel tussen bewoners en gemeenten onmisbaar voor een leefbare samenleving.

Marja Veltman en Marita Meulmeester zijn werkzaam bij Meulmeester & Veltman, adviesbureau in zorg en welzijn. Astrid van der Kooij is senior projectleider Trends en Onderzoek bij MOVISIE.

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden