Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Hoe komen we achter de voordeur?

In mijn jeugd kwamen bij ons regelmatig maatschappelijk werkers over de vloer. Niet alleen bij ons thuis, maar ook bij de buren en andere bewoners in de ‘Woonschool’ waar ik opgroeide. De gemeente had ons in deze nieuwe buurt geplaatst om te ‘leren wonen’. De maatschappelijk werkers waren druk met blussen en pleisters plakken, maar konden niet voorkomen dat de echte problemen bleven. Tot op heden is er weinig veranderd.
Hoe komen we achter de voordeur?

In de Woonschool woonden 62 gezinnen. Het idee was om ze bijvoorbeeld te leren hoe ze een huishouden moesten runnen, hoe ze het beste voor hun kinderen konden zorgen en ook hoe ze met geld om moesten gaan. Er was overigens geen enkel gezin dat van zichzelf vond dat ze in het huishouden of bij de opvoeding hulp nodig hadden, maar met de financiële problemen, daar konden ze altijd wel hulp bij gebruiken.

Bij ons thuis was er altijd geld te kort en er waren bergen schulden. Waren we blij dat de elektriciteit weer aangesloten was, dan dreigden we wel uit huis gezet te worden vanwege huurachterstand. De maatschappelijk werkers hadden hun handen vol aan het treffen van regelingen met de schuldeisers of ergens wat geld los te peuteren zodat we wat boodschappen konden doen. Als dank voor hun inspanning knikten mijn ouders braaf ja wanneer er voorstellen werden gedaan over een ander, reëler bestedingspatroon. Dat 'ja' hielden ze vol tot de maatschappelijk werker weer de voordeur uit was. Daarna leefden ze gewoon verder op de oude voet.

Zo ging dit maar verder, jaar in jaar uit. De focus van het maatschappelijk werk lag op de grootste problemen die mijn ouders ervoeren. En omdat zij zich door deze hulpvraag lieten sturen, bleef het huishouden een grote puinhoop en kwam de zorg voor de kinderen in het geheel niet aan bod. Mogelijk heeft het maatschappelijk werk wel pogingen gedaan hierin iets te betekenen,  maar mijn ouders lieten zich, net als alle andere bewoners, niet vertellen hoe zij moesten leven.

Dit verhaal is van alle tijden. Sociale hulpverleners herkennen dit allemaal. Lees het Pauperparadijs van Suzanne Jansen, lees De Woonschool van Christel Jansen, een boek dat gaat over mijn jeugd. Anno 2014 heb ik 2 generaties familie op zien groeien die zo leven als mijn ouders destijds.

'Hoe komen we achter die voordeur?', vragen hulpverleners me. Waarom zou je dat graag willen? Het is niet reëel te denken dat dat een oplossing biedt. Ik zou wensen dat ik een ander antwoord had waar iedereen heel blij van werd maar mijn antwoord is: stop met heel veel energie steken in volwassen mensen die niet willen veranderen.

Laten we proberen om die cirkel van overerving te doorbreken en te kiezen voor een duurzame oplossing. Laten we onze energie steken in de kinderen die opgroeien in achterstandsmilieus, zodat zij het anders kunnen doen. Alle kinderen in Nederland hebben gelijke rechten voor wat betreft onderwijs. Dat is mooi. Maar van gelijke kansen is geen sprake als je opgroeit in een achterstandsmilieu. Help deze kinderen hun kansen te vergroten. Dat is waar ik als kind behoefte aan had en dat is waar de oplossing ligt.

Lucie Kessens (1961) groeide op in een gezin met zwakbegaafde ouders, broers en zussen. Bovendien woonden ze in een 'Woonschool': een geplande woonbuurt waar probleemgezinnen onder toezicht werden gehuisvest en 'heropgevoed'. Lucie gebruikt haar ervaring om sociale professionals te helpen die werken met sociaal zwakke gezinnen. Over Lucie's jeugd verscheen een boek: De Woonschool.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden