Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Staatssecretaris Ross (VWS): ‘De angst voor de WMO is onterecht’

Het Kamerdebat over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning staat voor de deur. Een debat dat zich toe zal spitsen op de vraag hoeveel vertrouwen de politiek heeft in de lokale democratie, meent staatssecretaris Ross van VWS. ‘De WMO erkent de gemeente als volwaardige bestuurslaag die de burger centraal stelt.’

De datum 23 januari kan staatssecretaris Clémence Ross niet snel genoeg komen. Dan wordt het wetsvoorstel voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning in de Tweede Kamer behandeld. Deze wet, die per 1 juli 2006 moet ingaan, regelt dat de gemeenten verantwoordelijk worden voor samenhangend beleid op het gebeid van maatschappelijke ondersteuning, wonen en welzijn. Daarvoor worden de middelen uit de huidige Welzijnswet, de Wet Voorzieningen Gehandicapten en een deel van het geld uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten samengevoegd.

‘Ik zal blij zijn als de WMO door de Kamer is,’ verzucht de staatssecretaris. ‘Als het aan mij lag, was dat al veel eerder geweest. Mensen moeten weten waar ze aan toe zijn. Nu is er nog veel informatie die ik niet kan en mag geven. Nu maken mensen zich soms ongerust over zaken die niet aan de orde zijn. Ik zie onterechte angst. Maar voordat de WMO is aangenomen, kan ik geen campagne beginnen om die ongerustheid weg te nemen en misverstanden uit de weg te ruimen.’

Misverstanden rondom de WMO, die zijn er volgens Ross te over. Over toename van de gemeentelijke taken en over het financiële risico dat gemeenten zouden lopen. Daarnaast is er de zorg van welzijnsorganisaties dat de invoering van de zorgplicht die gemeenten voor drie jaar opgelegd krijgen juist in de beginfase het risico met zich mee brengt dat investeringen in preventieve, algemene en welzijnsvoorzieningen achterblijven. Klopt allemaal niet, meent de staatssecretaris.

Beknot de zorgplicht de gemeentelijke vrijheid om over de eigen budgetten te beslissen niet te veel? ‘Het is feitelijk niet anders dan de huidige verordeningen op grond van de Wet Voorzieningen Gehandicapten. Diescheppen ook verplichtingen. En er is geen enkele gemeente die zegt: “wij zijn van plan in de toekomst geen huishoudelijke hulp of geen scootmobielen meer te leveren”. Met de zorgplicht wordt de onzekerheid van mensen weggenomen dat ze straks in de kou komen te staan. Maar er verandert niets door.’

Het geeft het welzijnswerk wel het gevoel dat een deel van de fiches al verdeeld zijn voordat het spel is begonnen. Een zorgvraag is dwingender dan een welzijnsvraag. ‘Er gaat geen zorg naar de WMO. Het gaat alleen om ondersteunende voorzieningen. Het is een hele brede welzijnswet. Het feit dat de huishoudelijke hulp daar een plaats in krijgt, is ook niet nieuw voor gemeenten. Vroeger werd die dienst ook op lokaal niveau geleverd en deed de gemeente zaken met de thuiszorg. In de WMO zit geen enkele prikkel om je alleen maar bezig te houden met een klein deeltje van de maatschappelijke ondersteuning. Integendeel. Want als je alleen op ondersteuning van zelfstandig wonende ouderen goed scoort en op de rest niet, kom je er als wethouder niet best van af.’

Ouderen, gehandicapten en patiënten zijn goed georganiseerd. Maar welzijnsdoelgroepen als bewoners van achterstandswijken en mensen met schulden zijn dat niet. Hoe wordt hun stem in het beleid betrokken? ‘Gemeenten moeten kijken wat de vraag van de burger is en daarop hun aanbod aan voorzieningen afstemmen. Dat kun je in kaart brengen door contacten met belangenorganisaties, maar ook door het houden van wijkbijeenkomsten omtrent bepaalde thema’s of door te kijken naar bezoekcijfers van bepaalde instellingen, van de diaconie tot het maatschappelijk werk of van de GGD. Het moet natuurlijk niet zo zijn dat alleen de belangen gediend worden van diegenen die het hardst roepen. De WMO is een participatiewet. Het gaat er juist om dat je mensen die in een zwakke positie verkeren laat meedoen aan de samenleving. De wet biedt de gelegenheid aan gemeenten om te kijken of de hulp die zij nu verstrekken echt gaat naar de mensen die meest een steuntje in de rug nodig hebben, of naar degene die het meest mondig zijn.’

Maar gemeenten zullen wel keuzes moeten maken binnen hun budget. Ze ontkomen niet aan een nadruk op de ene of de andere voorziening. ‘Daar hebben we ook rekening mee gehouden met de financiering. Het budget voor de WMO groeit niet alleen maar mee met de indexering van het gemeentefonds. We hebben nu voor het eerst echt rekening gehouden met de extramuralisering. Voor elke 75-plusser die een gemeente heeft, krijgt zij extra geld. Daardoor zal de vergrijzing niet gaan drukken op andere doelgroepen. ‘Er is ook geen cent bezuinigd. Het geld dat gemoeid is met de huishoudelijke hulp die vanuit de AWBZ wordt overgeheveld, gaat zonder korting door naar de gemeenten. En er gaat jaarlijks extra geld voor de invoering van de WMO naar gemeenten, komend jaar 45 miljoen euro.’
Het verwijt van met name plattelandsgemeenten dat ze worden gestraft voor hun inzet voor extramuralisering in de afgelopen jaren is dus onterecht? ‘Ja. Sterker nog: extramuralisering is niet iets dat wij doen. Mensen willen zelf langer thuis wonen. En als het enigszins gaat, willen wij de zorg ook aan huis leveren. Daar gaan we de komende jaren nog veel verder in. De full package aan zorg vanuit de AWBZ die je nu krijgt bij opname, kun je straks ook thuis krijgen. Dat kost gemeenten niets, dus je kunt niet zeggen dat ze daarvoor worden gestraft. Wel zal de gemeente bij de bouw van wijken rekening moeten houden met meer bewoners die AWBZ-zorg krijgen. Dus meer schuine stoepranden en levensloopbestendige woningen, bijvoorbeeld. Inclusief beleid voeren, waarin niemand wordt uitgesloten, wordt steeds belangrijker.’

Naast de zorgplicht moeten gemeenten ook pgb’s blijven leveren. Brengt dat niet veel bureaucratie met zich mee? ‘Gemeenten moeten ernaar streven om de indicatiestelling zo integraal mogelijk te maken. Dat kan veel bureaucratie voorkomen. Ook vind ik een vrij besteedbaar bedrag voor iedere budgethouder een interessante gedachte. Het bundelt financieringsstromen en indicatieprocessen met zo min mogelijk administratieve lasten. Dat sluit goed aan bij de WMO. Het zou erg interessant zijn om dit met pilots uit te proberen.’

De MOgroep vindt dat het bevorderen van een civil society een nieuwe taak is voor welzijnsorganisaties. Daarvoor zou een breed stimuleringsprogramma Maatschappelijke Binding opgezet moeten worden. ‘De MOgroep laat daarmee zien goed door te hebben dat het bij de WMO niet alleen om individuele producten gaat, maar juist ook om sociale netwerken. Om de vraag hoe we samenhang en betrokkenheid kunnen organiseren. Maar ik denk niet dat we vanuit Den Haag één grote mal over Nederland moeten leggen en vanuit één concept moeten proberen overal hetzelfde te bereiken. Je moet juist de lokale creativiteit de ruimte geven. Het moet van onderop komen, vanuit de wijk. De WMO schept als kaderwet de voorwaarden daarvoor. Wat dat betreft ís de WMO de aanjager van maatschappelijke binding.’

Op welke punten verwacht u dat het Kamerdebat zich zal gaan toespitsen?‘Ik denk dat het debat heel sterk zal gaan over vertrouwen. Het vertrouwen dat je kunt stellen in de wijk, de buurt, de burgers. Die krijgen in de WMO een heel stevige plek. Je moet geloven in de kracht van de lokale democratie. Niet alleen in de wethouders en de raadsleden, maar vooral ook in de burgers, de private partijen, de lokale professionals. Die moeten samen het maatwerk gaan leveren dat nodig is.’

Het kabinet lijkt onbegrensd vertrouwen te hebben in de gemeenten. Dikwijls meer dan de gemeenten zelf. 'Het is geen onbegrensd vertrouwen. Het is erkennen dat de gemeente een volwaardige bestuurslaag is. In de zorg is de slag al gemaakt om de cliënt centraal te stellen. Nu moet het welzijnswerk ook gaan proberen de slag naar de burger te maken. Het beleid op het gebied van maatschappelijke ondersteuning moet op een moderne manier worden vormgegeven, gericht op resultaten en prestaties die zichtbaar worden gemaakt.'

Is invoering van de WMO per 1 juli 2006 nog een haalbare kaart? 'Wat mij betreft wel. En dat vindt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ook. Het gaat immers voor het grootste deel om taken die gemeenten al doen. Ik zie geen enkele reden waarom dat niet zou kunnen.'

Eric de Kluis

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden