Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Miljoenennota 2004: benadrukken van eigen verantwoordelijkheid: De simpele filosofie achter delegeren

Veel onderwerpen in de begrotingen dateren al van de beleidsvoornemens van vorig jaar, zoals de stelselherziening in de zorg en de gemeentelijke verantwoordelijkheden voor de bijstand. De economische teruggang dwingt er toe hard in de plannen te snijden. Een visie op een nieuwe koers ontbreekt echter in de kabinetsplannen.

Of het gaat om gezondheidszorg, welzijn, werkgelegenheid, jeugdbeleid of veiligheidsbeleid - de ministers en staatssecretarissen hameren in koor op de eigen verantwoordelijkheid. De burger moet er zelf voor zorgen dat hij een zelfstandige rol in de samenleving vervult, een baan heeft, niet onterecht een beroep doet op zorg en zijn kinderen goed opvoedt. Daarnaast is de instelling zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit en doelmatigheid van de zorg. De gemeenten moeten ouderen, gehandicapten en chronisch zieken ondersteunen en bijstandsontvangers naar werk toeleiden. En zorgverzekeraars moeten erop toezien dat zorgaanbieders efficiënt en kostenbewust werken.

Delegeren

De afgelopen twee jaar zijn de zorguitgaven met maar liefst vijftien procent gestegen. De uitgaven voor AWBZ-voorzieningen stegen zelfs tien keer zo snel als de economie groeide. ‘Daar moeten we een simpele filosofie op loslaten: de eigen verantwoordelijkheid stevig verhogen,’ zo zei minister Hans Hoogervorst tijdens de presentatie van de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Om de zorg ook in de toekomst haalbaar en betaalbaar te houden, zijn daarom ingrepen nodig. De vraag is echter of de geboden oplossingen niet iets té simpel zijn. Want het kabinet zoekt veel oplossingen in het delegeren van vraagstukken. Maar delegeren op zichzelf is nog geen antwoord, hooguit een verlegging van de vraag.

Zo gaat het kabinet de AWBZ stevig op de schop nemen. De bezuinigingen hebben volgens staatssecretaris Clémence Ross-van Dorp vooral betrekking op mensen die niet in een instelling wonen. Alle zaken die niet direct met zorgverlening te maken hebben - de welzijnsgerelateerde diensten - moeten uit de AWBZ. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat ze collectieve vangnetvoorzieningen hebben gericht op wonen, zorg en welzijn. Mensen die nu een vorm van maatschappelijke ondersteuning nodig hebben, melden zich bij het Regionale Indicatie Orgaan (RIO). Dat bekijkt of iemand in aanmerking komt voor een AWBZ-voorziening. In de toekomst zal de burger in eerste instantie veel meer naar zijn eigen mogelijkheden moeten kijken. Huishoudelijke zorg, wonen en vervoer vallen niet zonder meer onder de verzekering. In beginsel moeten mensen dat zelf regelen, evenals delen van de persoonlijke verzorging en woonbegeleiding.

Pas als men zich niet zelf kan redden, kunnen mensen zich voor ondersteuning tot de gemeente wenden. De weg naar het RIO staat pas open als de zorgbehoefte zo zwaar is dat gemeentelijke voorzieningen geen soelaas meer bieden. De RIO’s zullen overigens niet langer onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten, maar direct onder het rijk vallen. Wat burgers precies van de gemeente mogen verwachten, wordt vastgelegd in de ‘Wet maatschappelijke zorg’. In die nieuwe wet moeten de huidige Wet voorzieningen gehandicapten, de Welzijnswet en de toekomstige gemeentelijke ondersteuningstaken die nu nog onder de awbz vallen, worden samengevoegd.

Dat er met de decentralisatie van AWBZ-taken naar gemeenten een forse cent te bezuinigen valt, staat buiten kijf. Het is echter de vraag of het niveau van voorzieningen gehandhaafd kan blijven. Met name kleine gemeenten zullen moeite hebben om een lokaal ondersteuningsbeleid uit te voeren. En voor alle gemeenten geldt dat ouderen die veel zorg- en welzijnsdiensten nodig hebben om zelfstandig te blijven wonen dure burgers zijn. Het is dus gunstig voor het gemeentelijk budget wanneer zij naar een AWBZ-gefinancierd verzorgingshuis gaan. Alle reden voor gemeenten om niet te scheutig te zijn met ondersteunende maatregelen. De bewindslieden van VWS zien die bui ook al hangen. Daarom stellen zij voor de mogelijkheid om in een intramurale voorziening opgenomen te worden ‘streng te protocolleren en ongewenste verschuivingen te voorkomen.’

Bijstand

Een soortgelijk dilemma doet zich voor bij het werkgelegenheidsbeleid van het ministerie van Sociale Zaken. Vanaf volgend jaar zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de reïntegratie van werkzoekenden op de arbeidsmarkt. Daarvoor krijgen ze een flexibel en vrij besteedbaar reïntegratiebudget. Daarnaast krijgen gemeenten voor honderd procent de verantwoordelijkheid voor de bijstand. Gemeenten die zich te weinig inspanningen getroosten om werklozen naar een baan te begeleiden, zien zich geconfronteerd met hoge bijstandskosten. Dat zou gemeenten moeten prikkelen om vooral prioriteit aan uitstroom uit de bijstand te geven. Helaas is het omgekeerde ook waar: gemeenten met een stijgend aantal bijstandsgerechtigden zullen minder geld overhouden voor reïntegratie, nog afgezien van het feit dat ze ook nog met een korting van het rijk op hun bijdrage uit het gemeentefonds rekening moeten houden. Een andere manier om bijstandsgerechtigden te prikkelen om een baan te accepteren is het afschaffen van de bijzondere bijstand voor groepen uitkeringsgerechtigden. Alleen individuele uitkeringen uit de bijzondere bijstand zijn nog mogelijk. Daarmee moet de armoedeval - het verschijnsel dat mensen die vanuit de bijstand aan het werk gaan er in inkomen op achteruit gaan – worden tegengegaan.

De meeste mensen zullen er het komend jaar in koopkracht op achteruit gaan. ‘Daarbij is het van belang de kwetsbaarste groepen te ontzien,’ zei minister van Sociale Zaken en Werkegelegenheid Aart Jan de Geus bij de presentatie van zijn begroting. De cijfers uit zijn begroting ondersteunen dat beeld echter niet. Zo gaat een alleenstaande ouder met een minimuminkomen er in 2004 één procent op achteruit, terwijl dezelfde ouder met een modaal inkomen een procent extra te besteden heeft. En terwijl tweeverdieners met kinderen met anderhalf keer een modaal inkomen één procent in koopkracht stijgen, dalen de meeste minima en uitkeringsgerechtigden gemiddeld een kwart tot driekwart procent. Zo bevat de begroting van Sociale Zaken meer wonderlijke inconsistenties. Bijvoorbeeld op het gebied van de levensloopregeling. Werknemers krijgen het recht om maximaal 12 procent van hun bruto inkomen te sparen voor verlof. Het is echter niet de bedoeling dat dit verlof wordt gebruikt als vervroegd pensioen. Het kabinet wil juist dat ouderen langer aan het werk blijven, en schrapt daarom de belastingvoordelen voor VUT- en prepensioenregelingen. Een werknemer mag echter wel het gespaarde verlof gebruiken om de laatste twee jaar minder te gaan werken. Twee mensen van 63 die allebei half ophouden met werken, is dus mogelijk. Maar één iemand die helemaal ophoudt terwijl een ander mogelijk doorwerkt, dat kan weer niet. Een dergelijke paternalistische opstelling verhoudt zich slecht tot alle retoriek over eigen verantwoordelijkheid verder in de begrotingen. De eigen verantwoordelijkheid lijkt vooral te gelden wanneer het plichten betreft.

Eric de Kluis

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden