Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Hoe kun je gebruik van psychofarmaca verminderen?

De kwaliteit van leven van de cliënt verbetert behoorlijk als psychofarmaca wordt afgebouwd. Belangrijk is om cliënten en hun netwerk te betrekken bij de zorg. Vijf tips om psychofarmaca te verminderen in de ouderenzorg en in de gehandicaptenzorg.
Medicijnen
Beter leven voor cliënten met minder medicijnen - Foto: Freeimages

5 tips om psychofarmaca te verminderen in ouderenzorg

1. Ga na waar de cliënt van houdt. Betrek de familie daarbij en wees flexibel, ook als het om zorghandelingen gaat.

2. Laat de cliënt meehelpen bij dagelijkse taken. Betrek cliënten bij de dingen die ze vroeger ook deden, zoals afwassen, aardappels schillen of de planten water geven. Het geeft ze het gevoel dat ze meetellen en van betekenis zijn.

3. Laat de cliënt zoveel mogelijk bewegen. Mensen met dementie zitten soms een hele dag aan tafel. Dat veroorzaakt spierstijfheid en drukplekken. Meer bewegingsvrijheid en af en toe een wandeling scheelt al enorm.

4. Begin bij onrust met eenvoudige pijnbestrijding, bijvoorbeeld met paracetamol. Als dat werkt, weet je dat de onrust door pijn veroorzaakt wordt. Daarna volgt de zoektocht naar de oorzaak van de pijn, maar intussen is de cliënt minder onrustig met een minder sterk middel.

5. Zet familie in op ‘onrustige’ momenten. Als je merkt dat de cliënt tussen 7 en 9 uur 's avonds onrustig is, kun je vragen of familieleden hun bezoek bij de cliënt daarop willen afstemmen en rond die tijd bij hun naaste willen zitten.

Cliënten in de ouderenzorg en in de gehandicaptenzorg krijgen regelmatig gedragsmedicatie als ze probleemgedrag vertonen. Vaak is dat niet nodig, want er zijn alternatieven. Dat blijkt uit een pilot van kennisinstituut Vilans. Lees meer >>

5 tips om psychofarmaca te verminderen in de gehandicaptenzorg

1. Bespreek de medicatie met de cliënt, met de mantelzorger en de begeleiding. Welke positieve en negatieve effecten ervaart de cliënt? Wil hij zijn medicatie wijzigen? Zijn er nog andere problemen die niet behandeld of onder behandeld worden?

2. Is de cliënt gevoelig voor prikkels? Afbouw van medicatie kan ervoor zorgen dat hij (tijdelijk) overprikkeld raakt. Verwar dit niet met ‘nieuw’ probleemgedrag. Dit is tijdelijk.

3. Beschrijf het probleemgedrag uit het verleden en maak aan de hand hiervan een signaleringsplan. Start met dit plan voordat de afbouw van de medicijnen begint. Zo worden de wisselingen in gedrag en stemmingen duidelijk, bijvoorbeeld in reactie op omgevingsfactoren. Je voorkomt hiermee dat onrustig gedrag ten onrechte wordt toegeschreven aan de afbouw. 

4. Wanneer de cliënt probleemgedrag vertoont in de afbouwfase, pauzeer dan even met de medicatie in plaats van de dosis weer op te hogen. Het afbouwtempo ligt dan waarschijnlijk te hoog.

5. Zorg dat het hele team op de hoogte is van de afbouw zodat de medewerkers allen hetzelfde kunnen reageren. Maak hierover afspraken en zorg ervoor dat zoveel mogelijk dezelfde medewerkers ingezet worden.

Meer informatie:
'Beter af met minder: bewust gebruik psychofarmaca' van Vilans

Carolien Stam

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden