Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Aparte opleiding tot sociaal psychiatrisch verpleegkundige dreigt te verdwijnen: Het einde van de gespecialiseerde generalist

De opleiding voor sociaal-psychiatrisch verpleegkundige gaat verdwijnen. Althans, in zijn huidige vorm. De opleiding tot spv’er moet een differentiatie worden van de HBO-Verpleegkunde. Daar is echter veel verzet tegen. ‘Je gaat dan net afgestudeerden met weinig levenservaring en zonder praktijkervaring in de psychiatrie inzetten voor mensen met complexe problemen. Dat kunnen ze helemaal niet.’

‘Stel, je werkt als sociaal-psychiatrisch verpleegkundige bij een crisisdienst en je wordt ingezet in een situatie waarbij een allochtone man volkomen doordraait. Die man blijkt ook nog zijn kinderen mishandeld te hebben en is verslaafd aan de drugs. Als spv’er moet je in staat zijn te helpen in een dergelijke situatie met complexe problemen. Dan kun je niet zeggen: “ik ben alleen opgeleid voor volwassenzorg. Voor de rest moet ik er een spv’er bijhalen die gespecialiseerd is in jeugdproblematieken en eentje voor verslavingshulpverlening.” ‘SPV-ers zijn gespecialiseerde generalisten. Dat moeten ze ook blijven.’ Dit stelt Ivonne van der Padt, docent verpleegkunde en stagecoördinator maatschappelijke gezondheidszorg/geestelijke gezondheidszorg (mgz/ggz) aan de Hogeschool van Amsterdam. De opleiding mgz/ggz, die psychiatrisch verpleegkundigen, wijkverpleegkundigen en arbo-verpleegkundigen aflevert, moet echter verdwijnen.

Reden voor het afschaffen van de opleiding in zijn huidige vorm is de invoering van de bachelor-masterstructuur (BaMa), die dit jaar in het hoger en wetenschappelijk onderwijs wordt ingevoerd. Doel daarvan is het gelijkschakelen van internationale titels en diploma’s. Na het behalen van het diploma voor een driejarige bacheloropleiding krijgt een student toegang tot een mastersopleiding aan een hogeschool of universiteit.

De mgz/ggz opleiding valt echter onder de korte HBO-opleidingen. Wanneer je een diploma als B-verpleegkundige hebt of een diploma verpleegkunde op MBO-niveau met tenminste twee jaar werkervaring in de psychiatrische verpleegkunde, dan kun je de vervolgopleiding tot sociaal psychiatrisch verpleegkundige in drie jaar doen. Met een HBO-Verpleegkunde diploma en een jaar werkervaring in de psychiatrische verpleegkunde kun je de opleiding ook in twee jaar volgen. De BaMa-structuur biedt echter geen plaats meer voor zulke korte HBO-opleidingen. In december 2007 zullen de laatste diploma’s voor deze opleiding worden uitgereikt. Dat bekent dat de driejarige opleiding al vanaf september volgend jaar geen nieuwe studenten meer zal toelaten.

Praktijkervaring

Het is de bedoeling dat de opleiding tot sociaal psychiatrisch verpleegkundige op gaat in de HBO-Verpleegkunde. De laatste twee jaar van deze studie zouden leerlingen zich tot spv’er kunnen bekwamen. Ivonne van der Padt is daar, net als vele hogescholen die een opleiding mgz/ggz bieden, fel op tegen. ‘Ik kan me voorstellen dat je opleidingen in Europa gelijkschakelt,’ aldus de docent. ‘Dat is alleen maar gunstig. Minder gunstig is dat de structuur dominant wordt. En als er iets niet in de structuur past dan pers je het er op zo’n manier in dat het wel past. Maar het eigenlijke doel, het bieden van kwalitatief goede hulpverlening, wordt daarbij al snel uit het oog verloren.’

Het grootste bezwaar tegen omvormen van de opleiding tot sociaal psychiatrisch verpleegkundige tot een differentiatie van de HBO-V opleiding is volgens Van der Padt dat de studie jonge mensen aflevert, die geen ervaring hebben met werk in de psychiatrie. ‘Je gaat deze mensen, met weinig levenservaring en zonder praktijkervaring in de psychiatrie, inzetten voor mensen met complexe problemen. Dat kunnen ze helemaal niet. Dat kun je noch de patiënt noch die werknemer aandoen.’

Ook Jeanne Derks, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen (NVSPV), zegt dat het werkveld niet zit te wachten op HBO-V’ers die vers uit te schoolbanken als spv’er aan de slag gaan. ‘Een HBO-V’er kan heel goed als verpleegkundige in de thuiszorg werken. Maar je kunt ze zonder werkervaring niet zomaar verantwoordelijk maken voor een caseload van 40 tot 60 cliënten met meervoudige en complexe problemen. Daar zijn ze onvoldoende voor geschoold. Jaren geleden sprak de Ziekenfondsraad al uit dat de deskundigheid die leerlingen aan het HBO-V opdoen onvoldoende is om in het spv-werkveld aan de slag te gaan. De complexiteit is er de afgelopen jaren alleen maar groter op geworden. Dus ik kan me niet voorstellen dat de HBO-V nu wel voldoende kennis kan bieden.’

De NVSPV zou liever zien dat de opleiding tot sociaal psychiatrisch verpleegkundige zowel op bachelorsniveau als op mastersniveau wordt aangeboden. Gevolg is wel dat er op die manier drie verschillende soorten spv’ers het werkveld betreden. Want de Hogeschool Utrecht biedt een Voorgezette Opleiding Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige. Die opleiding wordt niet bekostigd door het Ministerie van Onderwijs en kan dus ook na invoering van de BaMa-structuur blijven bestaan. Al met al zal het er voor het werkveld niet duidelijker op worden, zo geeft Jeanne Derks toe. Maar, zo denkt ze, ‘met nauwgezet overleg met het werkveld komen we daar wel uit. We verwachten dat de Voortgezette Opleiding de komende jaren in een soort van overgangsfase het voortraject van de masteropleiding wordt en op termijn mogelijk helemaal daarin opgaat. Dat biedt een uitstekend carrièreperspectief voor spv’ers.’

Vermaatschappelijking

Karel de Groen, beleidsmedewerker van de werkgeversvereniging GGZ Nederand, is echter allerminst overtuigd van de zin van spv-opleidingen op verschillende niveaus. ‘Het is zeker niet ons vertrekpunt om tot allerlei verschillende gradaties te komen,’ zegt hij. GGZ Nederland is er juist voorstander van om van de opleiding tot spv-er een differentiatie van de HBO-V te maken. Mensen die deze opleiding achter de rug hebben, zullen volgens Groen inderdaad niet direct op alle spv-functies ingezet kunnen worden. ‘Maar er zijn veel functies waar ze wel voor toegerust zijn. Voor het werken met bepaalde complexe doelgroepen zullen ze een vervolgopleiding nodig hebben, bijvoorbeeld op het gebied van forensische psychiatrie of kinder- en jeugdpsychiatrie.’

Verschillende hogescholen menen dat het niet mogelijk is de 3360 studiebelastinguren die voor de mgz/ggz opleiding staan in te voegen in de HBO-V opleiding. Volgens Groen hoeft dat echter geen probleem te zijn. ‘Je kunt niet zomaar uitgaan van die 3360 uren, want veel dingen die je daarin leert, zitten ook in het curriculum van de HBO-V. Daarbij kent deze opleiding nu een differentiatie ggz van een jaar en een gecombineerde differentiatie ggz/verstandelijk gehandicaptenzorg van een jaar. Wij willen de ggz differentiatie, die opleidt tot spv-er, uitbreiden tot twee jaar, exclusief de verstandelijk gehandicaptenzorg. Dat moet voldoende ruimte bieden.’

De NVSVP wijst op ontwikkelingen in de samenleving, zoals de inzet van hoogopgeleide verpleegkundigen, die juist tot een grotere vraag naar goed opgeleide spv’ers zal leiden. Want spv’ers nemen van oudsher al taken over van de psychiater. En ook de vermaatschappelijking van zorg zal volgens Derks een extra claim op spv’ers leggen.

Ook Karel de Groen onderkent die nieuwe ontwikkelingen. Maar de extra claim is volgens hem niet uitsluitend het domein van spv’ers. ‘Vroeger had je alleen A-verpleegkundigen voor de intramurale somatische verpleging en B-verpleegkundigen voor de intramurale psychische verpleging. De spv-opleidingen zijn in de jaren zestig ontstaan omdat er behoefte was aan mensen die de verpleegkunde konden koppelen aan de maatschappelijke kant van de geestelijke gezondheidszorg. Door de vermaatschappelijking vervagen de grenzen tussen de maatschappelijke en de klinische zorg steeds meer. Dat betekent dat iedere ggz-verpleegkundige in staat moet zijn om binnen en buiten de muren van de kliniek te werken. De exclusiviteit van spv-ers op dat gebied is niet meer van deze tijd.’

Ivonne van der Padt van de Hogeschool Amsterdam kijkt daar anders tegenaan. ‘Als je de gespecialiseerde opleiding voor spv’ers tot een differentiatie van de HBO-V wilt maken, dan geef je aan dat je de complexe hulpvraag van je cliënten niet serieus neemt. Dan wil je voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Maar je cliënten hebben recht op een hooggekwalificeerde hulpverlener.’

Eric de Kluis

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden