Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Hoe pak je pesten aan?

Pesten op het schoolplein los je over het algemeen op door structurele inzet van extra surveillance. Maar mijn eerste advies is: laat leerlingen zelf meedenken. Dat zorgt regelmatig voor verrassende uitkomsten
Hoe pak je pesten aan?

De vorige keer blogde Yvette over hoe je het beste op een incident kunt reageren >>
Eén op de tien schoolkinderen wordt gepest. Dit betekent dat er op elke school en in iedere klas sprake is van pesten. Mede door de opkomst van social media stoppen de pesterijen niet buiten het schoolplein. Sommige kinderen worden jaar in, jaar uit en zelfs dag en nacht gepest. Vaak grotendeels onzichtbaar. De gevolgen zijn groot: kinderen durven niet meer naar school, worden depressief en zien soms geen uitweg meer.

Samen met maar liefst 700.000 anderen, keek ik dit najaar naar het programma 'Project P: Stop het pesten'. Het programma maakt zichtbaar op welke schaal pesten voorkomt en hoe de pesterijen regelmatig uit de hand lopen. Ik merk dat scholen steeds vaker het verwijt krijgen van ouders dat ze niet in actie komen. Het gevoel van urgentie, dat ze echt iets met het thema pesten moeten doen, groeit bij overheid én scholen. Vanaf augustus 2015 zijn scholen in zowel het basis- als voortgezet onderwijs dan ook verplicht om een pestprotocol en -coördinator te hebben. De overheid hoopt hiermee het pesten terug te dringen.

Een pestprotocol, dat voorziet in een anti-pestcoördinator en een bewezen effectieve anti-pestmethode, draagt bij aan een veilige leeromgeving. Natuurlijk stopt het pesten niet door het aanstellen van een coördinator. Maar de verwachting is wel dat het aantal pesterijen vermindert, wanneer je er binnen een school één persoon verantwoordelijk voor maakt. Een pestprotocol biedt hem of haar duidelijke handvatten hoe pestsituaties te voorkomen –of in ieder geval snel en effectief aan te pakken en op te lossen.

Het is niet voldoende om leerlingen die gepest worden naar een weerbaarheidstraining te sturen. Een totaal-aanpak richt zich namelijk niet alleen op de gepeste of de pester(s)/aanstichter(s), maar juist ook op ouders, leerkrachten en klasgenoten. Een integrale aanpak met verschillende acties richting alle betrokken partijen is nodig om pesten het hoofd te bieden. En je ziet dat ouders doorgaans dankbaar gebruik maken van de kennis die zij opdoen over de invloed van hun eigen handelen. Dit gaat van praktische tips over zicht op internet en cyberpesten tot het creëren van een open pedagogisch klimaat waarin kinderen zich vrij voelen om zich te uiten en waardoor je als ouder zicht hebt op hoe je kind omgaat met leeftijdsgenoten.

Naast het inzicht in wie alle betrokkenen zijn, is het één van de taken van de school om te monitoren waar de pesterijen plaatsvinden en vervolgens de knelpunten aan te pakken. Pesterijen op het schoolplein los je over het algemeen op door structurele inzet van extra surveillance. Maar ons eerste advies is: laat leerlingen zelf meedenken; dat zorgt regelmatig voor verrassende uitkomsten. Zo vertelde mijn collega, Ans van de Borst, laatst over een klas waar klasgenoten spontaan aanboden om voortaan als buddy met de gepeste mee te fietsen, toen bleek dat hij niet meer alleen naar huis durfde.

Of een verplichte anti-pestcoördinator dé oplossing is moet nog blijken. Ik heb in ieder geval goede hoop. Elk stukje awareness in dit probleem, brengt ons dichter bij de oplossing.

Yvette Broeren

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden