Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Transitie deel 3: Het mes op tafel

De meicirculaire 2013 is verspreid onder de gemeenten. Op 't nippertje, zoals verwacht, op de laatste dag van een koude en natte meimaand. Voor ambtenaren is de meicirculaire een begrip, een fenomeen waar ieder jaar weer reikhalzend naar wordt uitgezien. Ik heb zomaar het idee dat de meeste werkers in zorg en welzijn er nog nooit van gehoord hebben, en ook van het management weet ik het nog niet zo zeker.
'Het is slim wanneer aanbieders stevig inzetten op communicatie met de gemeenten'
'Het is slim wanneer aanbieders stevig inzetten op communicatie met de gemeenten'

In de meicirculaire wordt het geld verdeeld over alle gemeenten in Nederland. De meicirculaire van dit jaar omvat dus 156 pagina's. Behalve dat er paragrafen gewijd zijn aan de bommenregeling (3.2.3) en de herdenking slavernijverleden (3.2.2) gaat het toch vooral over de middelen die naar gemeenten overkomen in relatie tot de transities in het sociaal domein: maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen, en jeugdzorg.

Gemeenten weten dus nu hoeveel (of: hoe weinig) geld ze in 2015 krijgen in relatie tot het historisch gebruik van jeugdzorg vanuit hun gemeente. Dus: gemeenten met relatief veel jeugdigen in jeugdzorg krijgen meer geld dan jeugdigen met weinig jeugdigen in zorg. Op termijn gaat dat veranderen, en krijgen gemeenten met evenveel jeugdigen hetzelfde bedrag, ongeacht het historische gebruik. We rekenen op een soepele en geleidelijke overgang.

Alles bij elkaar gaat het natuurlijk om veel geld, en zijn er grote belangen mee gemoeid, ook al omdat er bezuinigd moet worden. Dus die cijfers gaan gedoe geven. Op korte, en op langere termijn. Op korte termijn, omdat gemeenten keuzes gaan maken (het gaat nu om echt geld!) en sommige instellingen of aanbieders het gevoel gaan krijgen dat ze in de gevarenzone komen.

Om te gevaar van fact-free politics te voorkomen denk ik dat het slim is wanneer aanbieders (bestuur, management èn uitvoering) stevig gaan inzetten op communicatie met de gemeenten. Voor zover dat al niet gebeurt. Kom met scenario's voorstellen, plannen, opties en alternatieven. Maak duidelijk wat consequenties van keuzes zijn. Denk organisatie-overstijgend, en niet alleen in termen van prestaties en resultaten, maar denk ook na in welke mate je bijdraagt aan het realiseren van gewenste maatschappelijke effecten.

Op langere termijn krijgen we natuurlijk ook gedoe omdat de verschillen tussen historisch gebruik en aantal jeugdigen in een gemeente fors kan oplopen. Dat kan nog voor veel dynamiek gaan zorgen. In de ene gemeente ontstaat onvermoede ruimte, en in de andere moet overconsumptie met kracht bestreden gaan worden. Hoe krijgen we dat in de hand?

Maar misschien is het ook wel een krachtige impuls om tot een daadwerkelijke stelselvernieuwing te komen, de transformatie waar het allemaal om begonnen was. Want ook al komt op de korte termijn onafwendbaar het mes op tafel, laten we de langere termijn niet uit het oog verliezen: de droom, de wens en de noodzaak om het anders en beter te gaan doen.


Bob van der Schaft is in en buiten Brabant betrokken bij de ontwikkelingen in het jeugddomein. Als adviseur heeft hij in 2012 een bijdrage geleverd aan de Transitie Jeugdzorg in de regio Gooi en Vechtstreek. Inmiddels in Bob mede betrokken bij de inrichtingsvraagstukken en functioneel ontwerp van de Transitie in de regio Midden-Brabant.

K2

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden