Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

‘Tijd lost problemen door huiselijk geweld niet op’

Kinderen die getuige zijn geweest van huiselijk geweld lopen een groter risico dat ze later gedragsproblemen ontwikkelen. Zij kunnen cursussen volgen om probleemgedrag te voorkomen of terug te dringen. Dat deze cursussen kunnen werken, wijst onderzoek uit. Maar waarom precies, was nog onduidelijk, weet Mathilde Overbeek.
‘Tijd lost problemen door huiselijk geweld niet op’
Foto: ANP XTRA

Overbeek deed aan de Vrije Universiteit Amsterdam onderzoek naar de effectiviteit van traumagericht groepsaanbod. 'Uit eerder onderzoek blijkt dat over het algemeen het probleemgedrag van kinderen afneemt wanneer zij zo'n cursus volgen', zegt de onderzoeker. 'Maar ik wilde verder kijken: welke onderdelen van deze hulpverlening werken nu juist goed? Dat is belangrijk voor de kennisontwikkeling, want als je een goed het hulpaanbod wilt ontwikkelen, dan moet je juist weten welke elementen je moet behouden.'

Minder problemen

Overbeek vergeleek  een cursus waarin aandacht werd besteed aan het huiselijk geweld ("En nu ik...!") met een andere cursus ("Jij hoort erbij!") waarin ontspannende activiteiten werden gedaan met de kinderen en de ouders, zonder dat huiselijk geweld ter sprake kwam. Uit haar onderzoek blijkt dat de kinderen na afloop van beide cursussen minder emotionele problemen, gedragsproblemen en minder posttraumatische stress-symptomen vertoonden. '"En nu ik...!" werkte niet beter dan "Jij hoort erbij"', zegt Overbeek.

Spelenderwijs

In Nederland zijn er maar enkele preventieve cursussen voor kinderen die met huiselijk geweld te maken krijgen, vertelt Overbeek. 'Ik heb me gericht op de cursus "En nu ik...!". Een programma dat al een paar jaar bestaat, waarbij kinderen praten over het huiselijk geweld en spelenderwijs hun ervaringen met huiselijk geweld verwerken. Tegelijkertijd komen de ouders op een andere plek bij elkaar om te leren hoe zij hun kind het beste kunnen ondersteunen in het omgaan met wat ze hebben meegemaakt.'

Aandacht

Zo blijkt dus dat voor een grote groep kinderen vooral de algemeen werkzame factoren in een cursus goed werken. Dat zijn factoren die de groepsbegeleiders algemeen toepassen in cursussen, zoals positieve aandacht en het stimuleren van het delen van algemene ervaringen. 'Maar dat wil dus niet zeggen dat we net zo goed koffieochtenden en speeluurtjes kunnen organiseren', waarschuwt Overbeek. 'In de cursus "En nu ik...!" is meer aandacht voor trauma en dat heeft wel degelijk een positief effect, maar het effect wordt tegelijkertijd helaas teniet gedaan door andere mechanismen. Daarnaast kan ook het besef dat de andere ouders en kinderen in de groep ook huiselijk geweld hebben meegemaakt, een positieve werking hebben. We moeten nog meer onderzoek doen naar hoe we het perfecte recept kunnen samenstellen van algemene onderdelen en factoren die speciaal op het trauma zijn gericht.'

Ouders betrekken

Overbeek ziet dat het betrekken van ouders bij deze cursussen heel belangrijk is. Wanneer ouders psychisch beter gingen functioneren door de positieve aandacht van de hulpverleners, namen ook de problemen bij de kinderen af. 'Dat is goed om te weten, want veel instellingen vinden het moeilijk om ouders te motiveren om mee te doen. Nu is er bewijs dat hun deelname erg belangrijk is."

Zware problematiek

Kinderen met meerdere problemen naast huiselijk geweld (bijvoorbeeld ouders met psychische problemen) hebben niet een te zware problematiek voor deze cursussen, zo blijkt uit het onderzoek. 'Alleen voor kinderen met symptomen van een verstoorde gehechtheid, werkt deze aanpak minder goed. Zij hebben mogelijk meer baat bij een andere vorm van hulpverlening', aldus de onderzoeker.

Ethisch verantwoord

'Het is niet aannemelijk dat de kinderen zonder het volgen van een cursus ook minder problemen gehad zouden hebben', zegt Overbeek. 'Om dat goed te onderbouwen  hadden we eigenlijk een derde groep kinderen moeten volgen die helemaal geen cursus kreeg. Dat vond ik ethisch niet verantwoord. Dat zou betekenen dat deze groep ouders en kinderen negen maanden moeten wachten voordat ze geholpen worden. We kunnen redelijkerwijs wel aannemen dat de cursussen werken, want er deden ook kinderen mee waarbij het huiselijk geweld al een tijd geleden is gebeurd. Ook bij hen nam het probleemgedrag af. En deze kinderen hadden voor aanvang van de cursus niet minder problemen dan de kinderen bij wie het geweld al langer geleden was gestopt. Zo blijkt dat het verstrijken van tijd deze problemen niet kan oplossen.'

Huiselijk geweld komt veel voor: 13 procent van de Nederlandse jongeren zegt dat hij of zij getuige is geweest van heftige gewelddadige ruzies tussen hun ouders. Die heftigheid varieert van hard duwen tussen de ouders tot het gebruiken van een mes of pistool. Deze kinderen lopen het risico dat ze later gedragsproblemen ontwikkelen. Sommige kinderen vertonen zelfs posttraumatische stress-symptomen. Ze krijgen bijvoorbeeld nachtmerries, sluiten zich af voor de buitenwereld, zijn enorm gespannen, kunnen niet praten of zijn heel schrikachtig.

Alexandra Sweers

Eén reactie

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden