Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Toekomst Jeugdzorg: ‘Professional moet weer zelf diagnose stellen’

Laat de professional zelf bepalen welke zorg een kind nodig heeft. Dat is de conclusie van de werkgroep ‘Toekomstverkenningen jeugdzorg’ van de Tweede Kamer. GroenLinks-kamerlid Tofik Dibi: ‘We moeten niet alles van boven af dicht timmeren.’
Toekomst Jeugdzorg: ‘Professional moet weer zelf diagnose stellen’

Het geld voor jeugdzorg moet niet naar de bureaus jeugdzorg, maar naar de gemeenten. Die moeten geprikkeld worden om te investeren in preventie om de instroom in de zwaardere jeugdzorg te verminderen. ‘De stelselwijziging is niet in één jaar ingevoerd,’ zegt Tofik Dibi, lid van de parlementaire werkgroep. ‘We moeten meer vertrouwen op de deskundigheid van de professional.’

Gewicht
De parlementaire werkgroep ‘Toekomstverkenningen jeugdzorg’ publiceert dinsdag 18 mei haar rapport. De conclusie wijkt niet ver af van de bevindingen die minister Rouvoet eerder al deed: jeugdzorg moet van de provincies naar de gemeenten, met de bijbehorende financiering. Alle partijen zijn in de werkgroep vertegenwoordigd. Dibi: ‘Als de hele Kamer met één verhaal komt, heeft dat meer gewicht.’

Averechts
Iedereen is het erover eens dat de professional in de jeugdzorg meer vertrouwen verdient. Sterker nog: de jeugdzorgwerker gaat bepalen welke zorg het kind nodig heeft. De indicaties worden afgeschaft. Was de indicatie niet juist ingevoerd vanwege efficiëntie en minder kosten? Tofik Dibi: ‘Het heeft een averechts effect gehad; de indicatie werd ingewikkeld en last voor de beroepskracht. Het heeft de bureaucratie aangewakkerd.’

Zwaar beroep
Dibi raakte door gesprekken met betrokkenen in de jeugdzorg onder de indruk van de zwaarte van het beroep. De werkgroepleden kregen een beeld van de verantwoordelijkheid van de professionals: ‘Een gezinsvoogd vertelde dat ze ervan overtuigd was dat ouders meer begrip zouden hebben voor een uithuisplaatsing als ze vaker in het gezin zou zijn geweest. Maar ze was een groot deel van de tijd bezig al haar handelingen te verantwoorden.’

Pijnlijke incidenten
De GroenLinks-parlementariër is zich met de andere werkgroepleden ervan bewust dat ‘ook de politiek de pijnlijke incidenten in de jeugdzorg niet kan uitbannen. Er is veel leed en verdriet in de jeugdzorg, dat kunnen wij niet tegengaan.’ Dat moet de politiek volgens Tofik Dibi ook niet willen: ‘We moeten juist meer vertrouwen op de ervaring en deskundigheid van de professional. Dat is de conclusie die de hele werkgroep deelt.’

Meer nieuws in uw inbox? Klik hier voor de gratis Zorg + Welzijn Nieuwsbrief. Voor meer achtergronden en opinies, neem hier een abonnement op Zorg + Welzijn Magazine.

Bron: Foto: GroenLinks/Margot Scheerder

Carolien Stam

Gerelateerde tags

3 reacties

  • no-profile-image

    Rudy Bonnet

    De indicatie stelling vanuit Bureau Jeugdzorg is ondermeer ontstaan vanuit de onafhankelijke positie die BJZ in de wet op de jeugdzorg kreeg om de hulpvraag te verzilveren naar geindiceerde zorg. Een van de belangrijkste doelstellingen was om de aanbieders van zorg meer vraaggericht te laten werken. Wat oorspronkelijk bedoeld was om hulpverlener en client samen de hulpvraag te laten formuleren kreeg al snel een zwaarder karakter omdat de aanbieders van zorg vanuit hun historie veel meer diagnostische capaciteit hadden en de indicatie opnieuw getoetst werd. Om daar tegengas voor te bieden moest er meer gewicht aan de indicatie gegeven worden met als gevolg de nu ontstane situatie.
    Het is een mooi uitgangspunt om weer terug te gaan naar de oorspronkelijke gedachte zoals door Dibi verwoord. De vraag is echter wel hoe we kunnen voorkomen dat het succes van een laagdrempelige toegang en instroom wederom onbetaalbaar wordt geacht door de financierende overheid.
    Vrij toegankelijke (laagdrempelige) zorg is binnen de jeugdzorg nooit aan een financiele erkende normering toegekomen.
    Een kritische beschouwing op dit gegeven moet nadrukkelijk worden meegenomen om een herhaling -maar nu binnen het lokale preventieve domein- te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door een doorberekening te maken op de beschikbare capaciteit, het volume en de (te verwachten) instroom van de Centra voor Jeugd en Gezin. (matching latente en manifeste vraag).
    Ik ben deze nog niet als indicator t.a.v. de voortgang van de ontwikkeling van de CJG's tegengekomen.
    Een veeg teken?


  • no-profile-image

    Chantal

    De medewerkers die bij BJZ werkzaam zijn kunnen goed inschatten welke zorg een jongere en/of zijn ouders op dat moment nodig hebben. Zij hebben hier een bepalende rol in, welke zeker meegenomen moet worden.
    De verdeling in de Jeugdzorg (BJZ/CJG en anderen) maakt het alleen maar moeilijker om met multiproblemgezinnen en moeilijk opvoedbare kinderen resultaten te bereiken.
    Het moet niet zo zijn dat BJZ/CJG eerst drie gesprekken met ouders moet hebben alvorens duidelijk (als het al lukt om duidelijkheid te scheppen) is bij wie de ouder/en het kind hulp kan krijgen voor welke hulpvraag. Dit is verwarrend voor de ouders en het kind waardoor het voorkomt dat ze met hun problemen en/of vragen blijven rondlopen tot het escaleert. Dat dan de problematiek zo complex is dat alleen drastische maatregelen het gezin nog kunnen helpen, dit is toch juist wat ieder wil voorkomen?

  • no-profile-image

    Boris

    Indicatiestelling (voor welke zorg dan ook) is ingevoerd uit overwegingen van kostenbesparing, onafhankelijkheid en het genereren van eenduidigheid en inzichtelijke cijfers.
    Probleem is alleen dat het middel uiteindelijk zwaarder blijkt te zijn dan het doel.
    Waar we naar toe zouden moeten is de indicatiestelling weer mandateren bij de zorg aanbieders. Daaraan voorafgaand dienen er echter eerst heldere eenduidige en niet interpretabele kaders worden opgesteld over welke zorg er nu in alle redelijkheid en in welke mate ingezet mag worden en in welke situaties. BJZ en CIZ kunnen dan worden omgevormd naar toetsingscentra voor o.a. de zorgverzekeraars.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden