Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Tweede Kamer akkoord met Verwijsindex risico’s jeugdigen

Op 1 januari 2010 gaat de wet Verwijsindex risico’s jongeren in. De Verwijsindex brengt risicomeldingen van hulpverleners bij elkaar en informeert hulpverleners onderling over hun betrokkenheid bij jongeren. De index moet bijdragen aan effectievere samenwerking van hulpverleners en gemeenten.
Tweede Kamer akkoord met Verwijsindex risico’s jeugdigen

In 122 gemeenten wordt proefgedraaid met de verwijsindex risico’s jongeren (VIR). Van de bijna 70.000 meldingen die tot nu toe in de pilots zijn gedaan, hebben ruim 11.000 gevallen geleid tot een ‘match’. Hierbij zijn professionals met elkaar contact gebracht zodat de hulpverlening aan kinderen kon worden afgestemd.

Problemen
De VIR is een landelijk digitaal systeem dat risicomeldingen van hulpverleners over jongeren bij elkaar brengt. Het gaat om jongeren tot 23 jaar die problemen hebben waardoor hun persoonlijke ontwikkeling wordt bedreigd en zij buiten de maatschappij dreigen te vallen. De Tweede Kamer is akkoord gegaan met het wetsvoorstel van minister Rouvoet tot landelijke invoering van de VIR. Nu moet de Eerste Kamer nog haar goedkeuring geven.

Systeem
Hulpverleners uit de jeugdhulpverleningsketen melden het risico via de website verwijsindex.nl, via een lokaal signaleringssysteem of via een van de landelijk werkende sectorale systemen. Zoals het systeem van de Raad voor de Kinderbescherming of het toekomstig elektronisch kinddossier. Bij twee of meer meldingen over één jongere aan de verwijsindex krijgen zijn hulpverleners automatisch een mailtje dat er een melding is gedaan en door wie, met vermelding van de contactgegevens. Ze kunnen dan contact opnemen met elkaar om samen te werken.

Wat of dat
De verwijsindex bevat geen inhoudelijke informatie over de aard van het probleem en de behandeling. De index bevat uitsluitend 'dat'-informatie, geen 'wat-'informatie. Als een jongere bijvoorbeeld verhuist, meldt de gemeentelijke basisadministratie dit aan de verwijsindex.

Afspraken
Het systeem helpt gemeenten om de regie te voeren in het jeugdbeleid en verbetert de uitwisseling van informatie. Ondanks – of dankzij – de verwijsindex is het belangrijk dat er goede afspraken worden gemaakt over wie eindverantwoordelijk is voor een kind en wie de zorg coördineert. Voordat zij kunnen aansluiten op de verwijsindex moeten gemeenten hierover afspraken maken met lokale partijen.

Meer weten? Lees dan ook de gratis Zorg + Welzijn Nieuwsbrief. Daarvoor kunt u zich hier aanmelden.


Bron: foto: ANP Marcel Antonisse

Carolien Stam

3 reacties

  • no-profile-image

    Ellen

    Een hulpverlener mag pas melden indien er zich problemen voordoen waardoor de lichamelijke, psychische, sociale of cognitieve ontwikkeling wordt bedreigd van de jeugdige en waardoor zij een gevaar voor zichzelf of hun omgeving zijn, of (vroegtijdig) buiten de maatschappij dreigen te vallen.
    Er is een niet-uitputtende lijst met meldcriteria ontwikkeld als richtlijn. Wanneer er sprake is van een vermoeden wordt er een onderzoek ingesteld waarin dit vermoeden weerlegt of bevestigd gaat worden. Een hulpverlener zal hierover echter altijd een weloverwogen, professionele afweging moeten maken en deze motiveren en onderbouwen.
    In deze melding wordt bovendien geen inhoudelijke informatie verstrekt, over bijvoorbeeld de inhoud van de zorg. Pas wanneer er twee of meer meldingen over dezelfde jeugdige binnenkomen ontvangen de melders een bericht met het BSN-nummer van de jeugdige en elkaars contactgegevens. Dit is om onderling de zorg af te stemmen. Pas vanaf dit moment kan er inhoudelijk informatie uitwisseling plaatsvinden. Ook deze uitwisseling is gebonden privacy reglementen van de betreffende instelling en de wet bescherming persoonsgegevens.

    Ook zal de hulpverlener van deze melding de jeugdige/wettelijke vertegenwoordiger moeten inlichten alvorens hij dit doet.
    De jeugdige/wettelijke vertegenwoordiger kan een inzage vragen van deze melding bij het College van burgemeester en wethouders.

    Daarnaast heeft de instelling een eigen coordinator die deze meldingen controleert. Ook het College van burgemeester en wethouders heeft een regievoerder aangewezen die de activiteiten van deze hulpverleners met betrekking tot de verwijsindex controleert.

    Dit hulpmiddel is niet bedoeld om lukraak te gebruiken, maar om de zorg voor jeudigen die risico's lopen te verbeteren. Dit vind ik persoonlijk een goed streven...

  • no-profile-image

    Ellen

    Heb je je uberhaupt wel in dit onderwerp verdiept?

  • no-profile-image

    Ava

    Ik maak me ernstig zorgen over dit soort registraties en dossiers.
    Wie controleert?

    Wat voor sancties staan er op foute cq onterechte meldingen?

    Uit het dossier wordt niet duidelijk wie de zorg coordineert rondom een jeugdige.
    Men kan dus vrijelijk persoonlijke inzichten rondstrooien en tot een visie komen die mogelijk onjuist is.

    Tevens kan iemand die een aanvaring met de ouders heeft gehad over de zorg een melding doen en hierdoor een jeugdige in een zorgtraject brengen wat niet nodig is. Zeker niet als de aanvaring de wijze en inhoud van zorg betreft.

    Men gaat er te veel van uit dat hulpverleners 100% deskundig zijn.

    Is er iets geregeld over inspraak door ouders en andere hulpverleners?

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden