Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Veilig Thuis: 'We liggen terecht onder een vergrootglas'

‘Sinds de start in 2015 hebben de Veilig Thuis organisaties een sterke groei en ontwikkeling doorgemaakt. Verdere verbetering is nu belangrijk.’ Dat zegt de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) na een onderzoek naar de kwaliteit van Veilig Thuis. Debbie Maas, adjunct-directeur van Veilig Thuis West-Brabant: ‘We zijn een jonge organisatie met een belangrijke taak dus we moeten de lat hoog leggen.’
Mishandeling-Fotolia.jpg
‘We zijn een jonge organisatie met een belangrijke taak, dus moeten we de lat hoog leggen en liggen we terecht onder een vergrootglas.' - Foto: Fotolia

In januari 2015 gingen, als gevolg van de transities, onder meer de steunpunten Huiselijk Geweld en het Advies en Meldpunt Kindermishandeling samen op in Veilig Thuis. Verdeeld over 26 regio’s werden Veilig Thuis organisaties opgericht die dienen als de advies- en meldpunten voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Sinds de start houdt de IGZ samen met de Inspectie Jeugdzorg een vinger aan de pols om de kwaliteit te waarborgen. Na een eerste controle in 2015, bleek de organisatie nog niet overal op orde en werden twee Veilig Thuis organisaties onder verscherpt toezicht gesteld.

Wachtlijsten

Na de tweede controle, die begin 2017 plaatsvond, ziet het er een stuk rooskleuriger uit, maar we zijn er nog niet. Zo staat in het nieuwe rapport: ‘Sinds 2015 hebben de organisaties een sterke groei en ontwikkeling doorgemaakt. Verdere verbetering is nu belangrijk, evenals de beschikbaarheid van voldoende capaciteit.’ Punten van verbetering zijn volgens de inspecties het op tijd afhandelen van onderzoeken, het wegwerken van wachtlijsten en goede lokale samenwerking.

‘Iedereen die met zijn voeten in de klei staat en kennis heeft van wat ouderenmishandeling is, kent een situatie van ouderenmishandeling’, zegt Marianne van der Krans van Veilig Thuis Utrecht. Lees meer >>

Nieuwe werkwijze

Veilig Thuis West-Brabant kwam, samen met Veilig Thuis Zuidoost-Brabant, als beste organisatie uit de test. Maas: ‘In West-Brabant zijn we al in 2014 gaan bouwen aan Veilig Thuis. Dat heeft ons denk ik een voorsprong gegeven waardoor we op 1 januari 2015 al direct van start konden gaan. Maar natuurlijk moesten ook wij wennen aan de nieuwe werkwijze. Iedereen was ineens medewerker van Veilig Thuis en moest gaan ontdekken wat Veilig Thuis precies inhield. Bovendien waren er verschillen in kennis, moesten we nog uitzoeken op welke manieren we gingen rapporteren en had nog geen enkele Veilig Thuis organisatie een ict-systeem.’

Doorlooptijd

Sindsdien zijn er volgens Maas grote stappen gezet. Waar na de eerste controle in 2015 bleek dat nog niet alle Veilig Thuis organisaties de basisrandvoorwaarden op orde hadden, is dat nu wel het geval. Bovendien is het heersende beeld, dat Veilig Thuis te maken heeft met wachtlijsten, ook niet correct. ‘Het beeld dat er bij veel Veilig Thuizen wachtlijsten zijn, klopt niet. Wat wel klopt, is dat de doorlooptijd niet altijd op orde is.’

Onderzoek

Na een melding bij Veilig Thuis, volgt een triage, een eerste beoordeling. Om die te maken, heeft de organisatie vijf dagen de tijd. Direct daaropvolgend start, wanneer dat nodig is, een periode van onderzoek die maximaal tien weken mag duren. Maas: ‘Dat betekent dat je direct paraat moet staan om aan de slag te gaan. Dat is niet altijd haalbaar. Daarbij zijn sommige casussen zo ingewikkeld, dat je gewoon meer tijd nodig hebt.’

Stabiel

Dat het niet altijd mogelijk was om direct aan de slag te gaan, kwam ook door personeelstekorten bij Veilig Thuis. Maas: ‘Toen we in 2014 startten met de voorbereiding, zijn we nagegaan hoeveel meldingen er binnenkwamen bij de verschillende instanties die samen zouden voegen. Die aantallen hebben we bij elkaar opgeteld en zo hebben we ingeschat wat er op ons af zou komen.’ In de praktijk ging het anders. In 2015 is het aantal meldingen verdubbeld ten opzichte van het verwachtte beeld. ‘Dat is een landelijke trend. Er is een soort trechter ontstaan. Nu duidelijk is dat er één punt is waar alle meldingen heen kunnen, heeft dat ontzettend veel meldingen opgeleverd.’ Ook in 2016 nam het aantal meldingen nog toe, inmiddels lijkt het stabiel te worden.

Personeelscapaciteit

Maas: ‘Maar we hebben dus niet goed kunnen voorzien wat er op ons af zou komen en dat had effect op de bedrijfsvoering en de personeelscapaciteit. Daardoor kwamen we allemaal een beetje in de knel en hebben we extra financiering moeten vragen om extra mensen aan te kunnen nemen. In West-Brabant hebben we eind 2016 samen met de gemeente geconstateerd dat er risico was op een wachtlijst. Daarom kregen we een extra financieringsimpuls en hebben we de wachtlijst snel kunnen wegnemen. Bij pieken in aanmeldingen blijft een wachttijd een risico.’

Follow-up

Ondanks dat Veilig Thuis West-Brabant alles goed op de rit heeft, ziet de adjunct-directeur nog wel verbeterpunten. Bijvoorbeeld in de monitoring. Wanneer een onderzoek is afgerond, is Veilig Thuis verplicht om te monitoren of de veiligheid gewaarborgd blijft. Dat wordt gedaan door twee follow-up afspraken. ‘Na een paar maanden doen we altijd een eerste follow-up gedaan. De tweede follow-up schiet er echter soms bij in. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met het stellen van prioriteiten in drukte. Hier willen we iets aan doen want die tweede follow-up is wel belangrijk. We hebben dus nu gekeken hoe andere Veilig Thuis organisaties dat aanpakken en gaan nu kijken hoe wij daarvan kunnen leren.’

Optimistisch

Uit het rapport van de IGZ blijkt dat, in tegenstelling tot West-Brabant, nog niet alle Veilig Thuis organisaties alles al goed voor elkaar hebben, maar de Inspectiedienst verwacht dat dit over een half jaar wel het geval is. Maas: ‘We zijn een jonge organisatie met een belangrijke taak, dus moeten we de lat hoog leggen en liggen we terecht onder een vergrootglas. Maar ook als netwerk Veilig Thuis zijn we heel optimistisch over. Tussen 2015 en nu hebben we allemaal hard gewerkt en veel bereikt. Met elkaar kijken we nu wat er beter kan.’

Sophie van Hogendorp

Of registreer je om te kunnen reageren.