Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Wat is het taalniveau voor participatie?

Mensen die heel slecht Nederlands spreken en daardoor niet aan het werk komen, worden door de gemeenten verplicht om Nederlands te leren. Het gaat dan om een taalniveau dat aansluit bij de eisen die nu gelden op grond van de Wet inburgering. Wat betekent dat precies?
Wat is het taalniveau voor participatie?
Foto: ANP XTRA

Volgens de Wet inburgering moet een  inburgeringsplichtige binnen drie jaar ten minste het niveau A2 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen spreken en begrijpen. Volgens die richtlijnen moet iemand dit kunnen:

Luisteren

De persoon begrijpt de belangrijkste punten van korte en eenvoudige boodschappen en aankondigen als er langzaam en duidelijk gesproken wordt. Hij kan bijvoorbeeld een bestelling in een winkel of restaurant opnemen, aanwijzingen van politie of een wegomleiding begrijpen, uitleg over de werking van een apparaat begrijpen.

Mensen in de bijstand die weigeren Nederlands te leren, krijgen een korting op hun uitkering van 20 procent. Die korting loopt na een half jaar op tot 40 procent. Wie zich na een jaar nog niet heeft ingespannen de taal te leren, raakt zijn uitkering kwijt. Lees hier meer >>

Lezen

De persoon kan korte en eenvoudige teksten lezen over concrete onderwerpen uit de eigen werk- of leefomgeving. Hij kan bijvoorbeeld prijslijsten vergelijken, dienstregelingen en openingstijden begrijpen, een bestelling samenstellen op basis van een opdrachtformulier, een werkrooster lezen.

Gesprekken voeren

De persoon kan korte gesprekken voeren in standaardsituaties, vragen stellen en beantwoorden en ideeën en informatie uitwisselen over vertrouwde onderwerpen in voorspelbare, alledaagse situaties. Hij kan bijvoorbeeld een boodschap doorgeven aan een collega, een dienst ruilen, iets bestellen, overleggen over hoe je een taak gaat uitvoeren en een klant ontvangen en doorverwijzen. Gesprekjes hebben met collega's over hun gezin, wat ze het weekend gaan doen, een telefoongesprek aannemen, een bedrijf opbellen met een vraag.

Spreken

De persoon kan in eenvoudige bewoordingen een beschrijving geven van mensen, leef- en werkomstandigheden, dagelijkse routines enzovoort. Hij kan bijvoorbeeld basisinformatie geven over de werkzaamheden, een collega uitleggen waar het magazijn te vinden is, een klant informatie geven over een product.

Schrijven

De persoon kan korte, informele briefjes schrijven en boodschappen noteren in telegramstijl. Hij kan bijvoorbeeld een werkbriefje invullen, tijdens een gesprek een adres of tijdstip voor een afspraak noteren, een serie korte zinnen over zichzelf opschrijven in een vragenlijst en een felicitatie of een groet op een kaart schrijven.

Bron: Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen

Zorg + Welzijn is veranderd! Heb je het al eens gelezen? Blader hier een van onze nieuwe nummers door >> En we hebben een mooi aanbod voor je: nu meer dan 40% korting op een  abonnement >>

ANP

Eén reactie

  • J.G.M. Mistrate Haarhuis

    Ik ben het helemaal eens met de eisen die u stelt aan gebruik en beheersing van het Nederlands. Maat ik wil er ook op wijzen dat ik bij| Nederlandse autochtonen een taalgebruik zie met veel fouten. Dat kan bet vervelend zijn. Als je bijv. als Verzorgende niveau 3, ook een logboek moet invullen bij een thuiszorgclient en je maakt fouten tegen het Nederlands, dan komt dat wel bij de familie. Ik hoop dat fam. dan wat fatsoen heeft om daar niet al te nadrukkelijk op te wizjen, maar er zijn ook situaties waarbij familie nogal eens wil wijzen op die stomme foute, zorg zal ook wel navenant zijn. Kortom in beroepsopleidingen naast aandacht voor aanleren van beroepsvaardigheden ook aandacht voor Nederlandse taal.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden