Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Professional moet oog hebben voor brussen

Opgroeien met ziekte en zorg heeft niet alleen een grote impact op het zorgvragende kind in een gezin. Ook de broers en zussen voelen die impact. Maar voor hen is er niet altijd aandac ht, zo blijkt uit onderzoek van Nederlands Jeugdinstituut.
Barry Atsma met zijn broer Rimmert
Barry Atsma is een bekende 'brus'. Zijn broer Rimmert heeft het Syndroom van Down. - Foto: ANP Kippa

Broers en zussen (brussen) van een kind met een beperking, stoornis of langdurige ziekte, hebben bijna drie keer meer kans op grote problemen dan andere broers en zussen. Jonge brussen worstelen bijvoorbeeld met thema's als jaloezie en ruzie mogen maken met hun zorgintensieve broer of zus. Pubers hebben problemen met hun eigen identiteit ten opzichte van hun broer of zus en het grenzen mogen stellen. En volwassen brussen hebben vaak zorgen over de toekomstige zorg en hun verantwoordelijkheden als hun ouders en niet meer zijn.

Lotgenoten

Het Nederlands Jeugdinstituut onderzocht welke ondersteuning deze brussen nodig hebben. Uit deze quickscan blijkt dat het merendeel van de brussen (60%) helemaal niet weet waar ze terecht kunnen voor ondersteuning, maar dat zij graag meer hulp zouden krijgen. Ze willen vooral ervaringen delen met lotgenoten (76%) of een luisterend oor bij vrienden of familie vinden.

Anjet van Dijken (38) weet hoe het is om op te groeien met een broer met een beperking. 'Wat mij opvalt is dat er zoveel brussen inspraak willen in de ondersteuning aan hun broer of zus.' Lees hier meer >>

Aandacht

Dat hun zorgintensieve broer of zus veel aandacht vraagt, begrijpen brussen wel. Maar ook zij hebben behoefte aan tijd en aandacht van hun ouders. Ze willen graag dat hun ouders begrijpen welke impact de beperking van hun boer of zus heeft op hun leven. Meer dan de helft van de brussen (57%) vindt dat de ouder hen de weg zouden moeten wijzen naar ondersteuning, zo blijkt uit het onderzoek.

Toekomst

Ook willen brussen meer inspraak hebben in de ondersteuning van hun zorgintensieve broer of zus. Ruim een kwart voelt zich niet gehoord door professionals die bij hen thuis komen. Ze willen graag informatie krijgen over de handicap en leren hoe ze met het gedrag van hun broer of zus om kunnen gaan. Ook willen ze graag meepraten over later, want 68 procent van de brussen maakt zich zorgen over de toekomst met hun zorgintensieve broer of zus.

Aanbeveling

Naast de ondersteuning van het zorgintensieve kind moeten professionals dus expliciet aandacht hebben voor  de praktische en psychosociale steun die nodig is om het gehele gezin in balans te houden, zo luidt een van de aanbevelingen in het onderzoeksrapport. Professionals kunnen belangrijke mensen om brussen heen – vrienden, familie, klasgenootjes –  vertellen over de impact van het brus-zijn. Zodat ook zij een actieve rol kunnen spelen in de ondersteuning. Ook zouden zorgintensieve gezinnen een beroep kunnen doen op een gezinscoach die meeloopt met het gezin en kijkt wat er aan informatie en sociaal-emotionele ondersteuning nodig is.

Download hier het rapport: Quickscan naar de ondersteuningsbehoefte van zorgintensieve gezinnen van het Nederlands Jeugdinstituut >>

Alexandra Sweers

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden