Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Jeugdtrauma beter begrijpen: ‘Wat echt ontwricht, zien we vaak te laat’

Psychiater Christiaan Vinkers zag een grote kloof tussen wat we weten over jeugdtrauma en hoe erover wordt gesproken. In zijn nieuwste boek laat hij zien wat jeugdtrauma is, hoe complex jeugdtrauma kan zijn en wat het niet is. ‘Niet alles wat pijn doet is trauma, maar wat echt ontwricht, zien we vaak te laat.’
Psychiater Christiaan Vinkers. Copyright: Daan van Eijndhoven (Digidaan)

Christiaan Vinkers is psychiater bij GGZ InGeest. Daarnaast is hij hoogleraar Stress en veerkracht aan Amsterdam UMC. Over jeugdtrauma schreef hij het boek Littekens uit je jeugd. Hoe jeugdtrauma je vormt en hoe herstel mogelijk is. Het boek werd uitgegeven door Prometheus. Voor Zorg+Welzijn bespreekt Christiaan Vinkers 7 feiten over jeugdtrauma.

1 Jeugdtrauma gaat over patronen die de ontwikkeling van een kind ondermijnen

De meeste kinderen hebben géén jeugdtrauma en dat is een belangrijk uitgangspunt, schrijft Vinkers. ‘Het risico is dat we elk ongemak of elke botsing traumatisch noemen. Dat doet geen recht aan kinderen voor wie de jeugd echt ontwrichtend was, en het helpt volwassenen evenmin verder in hun zoektocht naar betekenis of herstel.’

Langdurig en ontwrichtende patronen

Niet elke pijnlijke jeugdherinnering is dan ook jeugdtrauma. Jeugdtrauma ontstaat pas wanneer zulke ervaringen zich herhalen, lang duren of plaatsvinden in een omgeving waar herstel, steun en veiligheid ontbreken, benadrukt Vinkers. Jeugdtrauma gaat niet over de normale fricties van opvoeden of over de stress die onvermijdelijk bij opgroeien hoort. Stress en conflict zijn niet per definitie schadelijk; een kind heeft ze zelfs nodig om te leren omgaan met spanning. Pas wanneer patronen langdurig en ontwrichtend zijn, en wanneer herstel uitblijft, spreken we van jeugdtrauma.

Vinkers: ‘We zoeken jeugdtrauma soms in incidenten, maar missen de patronen. Het probleem is dat we trauma tegelijk overschatten én onderschatten.’ De meeste mensen met jeugdtrauma ontwikkelen overigens geen ernstige problemen, benadrukt de psychiater.

2 Er zijn 6 vormen van jeugdtrauma

Bij jeugdtrauma kan het gaan om een overschot van het verkeerde (mishandeling) of een tekort aan het goede (verwaarlozing). In de wetenschap wordt jeugdtrauma verder onderverdeeld in zes vormen:

  1. Lichamelijke mishandeling,
  2. Emotionele mishandeling,
  3. Lichamelijke verwaarlozing,
  4. Emotionele verwaarlozing,
  5. Seksueel misbruik,
  6. Pesten.

In de praktijk komen deze vormen zelden geïsoleerd voor, maar versterken ze elkaar. Een ingrijpende gebeurtenis kan bovendien in meerdere categorieën van jeugdtrauma vallen, legt Vinkers uit. ‘Denk aan een moeder die tegen haar dochter schreeuwt dat ze zichzelf maar moet redden en vervolgens wegloopt. Dat is zowel een vorm van emotionele mishandeling als verwaarlozing.’

3 Verwaarlozing wordt vaak niet herkend

Dat geldt ook voor lichamelijke verwaarlozing maar zeker voor emotionele verwaarlozing, zegt Vinkers. Juist emotionele verwaarlozing blijft vaak onzichtbaar, en is daardoor hardnekkig.

Lichamelijke verwaarlozing

Bij lichamelijke verwaarlozing gaat om het een tekort aan basale zorg en veiligheid voor een kind. Vinkers geeft voorbeelden in zijn boek:

  • Geen medische hulp zoeken als dat nodig is,
  • Onvoldoende of ongezonde voeding aanbieden,
  • Kinderen in een vervuild huis laten wonen,
  • Een kind urenlang buiten zetten als straf,
  • Een kind niet wassen,
  • Een kind met sandalen in de sneeuw laten lopen,
  • Een kind onder toezicht laten van iemand die daar niet toe in staat is (zoals een ander kind, of iemand met een verslaving).

Lichamelijke verwaarlozing is vaak, in tegenstelling tot emotionele verwaarlozing, wel zichtbaar. Toch worden signalen lang niet altijd opgemerkt of wordt er pas laat ingegrepen, uit angst of onwetendheid, schrijft Vinkers. In de eerste helft van 2023 ontving Veilig Thuis meer dan drieduizend meldingen van lichamelijke verwaarlozing. Volgens Vinkers is dit waarschijnlijk nog maar het topje van de ijsberg.

Emotionele verwaarlozing

Bij emotionele verwaarlozing gaat het om het structureel onthouden van genegenheid, aandacht en emotionele beschikbaarheid, legt Vinkers uit. ‘Het gaat om wat uitblijft: luisteren, troosten, interesse tonen en met warmte grenzen stellen. Meestal gebeurt dit over een langere periode.’

Volgens Vinkers is emotionele verwaarlozing de meest voorkomende, maar ook de lastigst herkenbare vorm van jeugdtrauma. ‘Want zelfs als er ogenschijnlijk niets mis is, kan er veel ontbreken. Neem hoogopgeleide ouders die veel werken en hun kinderen vrijheid geven, maar nauwelijks tijd hebben om grenzen te stellen of steun te bieden. Het tegenovergestelde komt ook voor: gezinnen met strikte regels waarin geen ruimte is voor zelfstandigheid of het maken van fouten. Beide situaties ontnemen kinderen de essentiële ervaring van veiligheid en autonomie.’

4 Meestal vallen de gevolgen van jeugdtrauma niet snel op

Veel mensen met jeugdtrauma zijn zo gewend aan hun patronen dat ze niet meer zelf kunnen inzien hoe groot de gevolgen zijn, zegt Vinkers. ‘Natuurlijk kennen we tragische zaken zoals in Ruinerwold, misbruik op kinderdagverblijven, het meisje in Vlaardingen. Heel heftig. Maar meestal is jeugdtrauma veel minder “spectaculair”, en zijn het alledaagse patronen van gebrek aan liefde en aandacht die bepalend zijn.

Jeugdtrauma als betonrot

Dan is het als betonrot. In de jaren waarin het fundament moest worden gelegd ontstonden steeds meer hele kleine scheurtjes. Die scheurtjes zijn onzichtbaar en daarom lijkt er voor de bewoner van dat huis eigenlijk niks aan de hand. Daardoor herkennen mensen vaak pas laat dat wat “normaal” leek, dat niet was. En juist daardoor blijven deze patronen zo lang buiten beeld. Toch is dat fundament dan minder stevig.’

Patronen die sterker terugkomen

En dan kan jeugdtrauma zich later in het leven op allerlei manieren uiten: in relaties, werk, gezondheid. Alleen heeft diegene zelf waarschijnlijk nooit een referentiekader gehad, waardoor de gevolgen verborgen blijven. Soms kan iemand zich zelfs tientallen jaren heel goed staande (lijken te) houden. Maar na een nieuwe ingrijpende gebeurtenis, zoals een burn-out door werk of een scheiding, kunnen patronen van eerder nog sterker terugkomen.

5 Herstel gaat over het herkennen, herschrijven en verzachten van patronen

Met zijn boek wil Vinkers laten zien wat jeugdtrauma is, wat het niet is en hoe complex het kan zijn. Daarnaast is het ook een boek met een hoopgevende boodschap. De veerkracht van mensen wordt uitgebreid beschreven. Als je jeugdtrauma hebt meegemaakt, is het geen vaststaand gegeven. Patronen kunnen veranderen, ook later in het leven.

Als sociaal werker helpen bij jeugdtrauma

Hoe kun je als sociaal werker bijdragen aan herstel? Hoe veerkrachtig iemand is, hangt sterk af van wat iemand heeft meegemaakt én wat er later beschikbaar is aan steun en veiligheid. En hoe die veerkracht aangesproken kan worden is ook per individu verschillend. Wel is het altijd verstandig om open vragen te stellen als je vermoedt dat je cliënt met een jeugdtrauma worstelt, zegt Vinkers. ‘Hoe gebeurde dat precies? Wat voelde je daar toen bij en wat voel je er nu bij? Dat soort vragen. Probeer samen met je cliënt beelden en geluiden te geven aan wat hij of zij heeft meegemaakt Herstel zit zelden in één interventie, maar in kleine, herhaalde verschuivingen.’

Lens op het verleden

Het is bovendien de kunst om iemand met jeugdtrauma te doen inzien dat hij/zij niet streng voor zichzelf hoeft te zijn. Het gebeurt nogal eens dat iemand die jeugdtrauma heeft meegemaakt het gevoel heeft dat hij/zij gefaald heeft, weet Vinkers. ‘Dat doorbreken is heel ingewikkeld en tegelijk heel belangrijk. Jeugdtrauma is in een feite ook een soort lens op het verleden om te snappen hoe je geworden bent. Er zijn patronen ontwikkeld die heel hardnekkig zijn.’

Perspectief

Maar hoe moeilijk het herstel ook is, mensen met jeugdtrauma zijn niet machteloos, zegt Vinkers. ‘Ik gebruik daarvoor soms de metafoor van de olietanker. Als je die met 2 graden bijstuurt kom je al op een ander continent uit. Het kan echt beter gaan, daar zijn heel veel voorbeelden van, laat dat het perspectief zijn.’

Meer weten? Kom naar het congres Stress sensitief werken in de zorg

Meer leren over jeugdtrauma en de impact van stress op het brein en op gedrag? Christiaan Vinkers spreekt op dinsdag 2 juni op het congres Stress sensitief werken in de zorg. Je leert van zijn lezing:

  • Hoe stress de hersenen, het lichaam en ons gedrag beïnvloedt, en waarom langdurige stress ontregelend werkt.
  • Waarom mensen zo verschillend reageren op stress en welke rol veerkracht hierbij speelt.
  • Hoe je stress niet alleen kunt verminderen, maar vooral beter kunt begrijpen en reguleren vanuit een persoonsgerichte aanpak.

6 Ouders zeggen te weinig: ‘Ik weet het ook niet altijd’

Stilstaan bij de invloed die je als ouder op je kind hebt is een belangrijk element in het creëren van een veilige basis, schrijft Vinkers. Dat kan natuurlijk heel lastig zijn voor mensen die zelf nog worstelen met ingrijpende ervaringen. Maar het is wel heel belangrijk om emoties van het kind te begrijpen en niet persoonlijk op te vatten. Nadenken over vragen als: wat neem ik mee, wat wil ik doorgeven en wat juist niet?

Vinkers: ‘Ouders zeggen te weinig: “Ik weet het ook niet altijd.” Zeggen dat je het niet goed weet is ook een vorm van veiligheid bieden. Dat kan juist openingen bieden voor een gesprek en verbinding tussen ouders en kind.’ Ook voor deze ouders kan het een grote steun zijn als hun ervaringen en hun twijfels om dat gesprek met hun kinderen aan te gaan, herkend en erkend worden.

7 De samenleving moet meer aandacht voor jeugdtrauma krijgen

De professionalisering van hulpverleners heeft de gezondheid van de mens veel goeds gedaan. Maar de grootste gezondheidswinst kwam door schoon drinkwater, riolering en hygiëne. Die bredere kijk op gezondheid is ook nu weer nodig, stelt Vinkers. Hij pleit voor meer aandacht voor het verleden van mensen. Behandeling wordt in zijn ogen effectiever wanneer de dimensie van jeugdtrauma erkend wordt.

‘Blijven we investeren in reparatie, of durven we te investeren in de omstandigheden waarin kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien? De grootste gezondheidswinst zit niet in behandeling, maar in het voorkomen van ontwrichtende omstandigheden. Dat vraagt om structurele steun aan de jeugdgezondheidszorg, versterking van de eerste lijn, lagere drempels naar informele hulp en het opleiden van professionals in traumasensitief werken.

Platform Jeugdtrauma

Platform Jeugdtrauma is een initiatief van Amsterdam UMC, Augeo, MIND en Universiteit Leiden. Er staan ook inzichten voor professionals die met jeugdtrauma werken. Zie jeugdtrauma.nl.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.