Zorgbehoevende ‘roze ouderen’ vaak onzichtbaar

Roze ouderen gaan vaak weer de kast in als ze naar een zorginstelling verhuizen uit angst voor pesterijen, ongepaste grappen en uitsluiting door medebewoners. Dat blijkt uit onderzoek van sociaal wetenschapper Roos Pijpers van de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Zorgprofessionals weten vaak niet of ze te maken hebben met een homo, hetero of transgender en dat komt de zorg niet ten goede.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Zorgbehoevende ‘roze ouderen’ vaak onzichtbaar
Illustratie: AdobeStock

‘Roze ouderen? Nee hoor, die hebben wij hier niet.’ De receptioniste van een zorginstelling reageerde heel stellig toen onderzoeker Roos Pijpers voor haar onderzoek informeerde naar het aantal bewoners dat homoseksueel, lesbisch, biseksueel of transgender is. Het is een onterecht beeld dat bestaat onder management en zorgprofessionals dat er geen LHBT-cliënten binnen hun organisatie zijn, zegt Pijpers. ‘De kans is namelijk groot dat er wel een bewoner tussen zit met een andere seksuele geaardheid, maar niemand daarvan op de hoogte is. Uit angst voor negatieve reacties houdt de bewoner zijn voorkeur voor hetzelfde geslacht maar voor zich. Liever gaat hij de kast (weer) in dan geconfronteerd te worden met uitsluiting en pesterijen.

Vreemde eend

Pijpers ondervroeg 115 mensen boven de 65 jaar in heel Nederland over hun ervaringen met negatieve reacties op hun ‘andere’ seksuele geaardheid. Maar liefst veertig procent geeft aan in hun leven te maken gehad hebben met pesten en uitsluiting door buren en medebewoners. Voorbeelden zijn er genoeg, zoals de transgender mevrouw die op latere leeftijd in transitie is gegaan en er anders uitziet dan de vrouwen uit haar buurt. ‘Ze heeft het idee dat ze wordt uitgelachen, afgewezen en denkt dat mensen haar een vreemde eend vinden. Daardoor voelt ze zich niet veilig in de buurt. Een andere man die gescheiden is van zijn vrouw en met zijn homoseksualiteit naar buiten is gekomen, kreeg van zijn buurvrouw scheldwoorden en vervelende opmerkingen naar zijn hoofd: “Je bent niets waard, want je hebt je vrouw en kinderen verlaten”.’

Subjectief

Pijpers benadrukt dat het gaat om subjectieve gevoelens. ‘Waar de één gevoelig is voor een afkeurende blik of een nare opmerking, laat de ander deze makkelijker van zich afglijden.’ Ook de context van de verhalen is belangrijk, want de vrouw die de homoseksuele buurman uitschold, terroriseerde de hele buurt met haar pestgedag. Op last van de politie en de woningbouwvereniging is ze verhuisd.

Weerstand

Subjectief of niet, de negatieve ervaringen zorgen er volgens Pijpers voor dat als deze ouderen met thuiszorg te maken krijgen of verhuizen naar een zorginstelling, ze vaak hun mond houden over hun seksuele geaardheid. Dat is schrijnend, vindt de onderzoeker. ‘Het is de generatie die in de jaren zestig en zeventig eindelijk voor hun seksuele geaardheid durfde uit te komen. Vaak na jarenlang een gezinsleven te hebben geleid waarin ze niet konden zijn wie ze waren. Velen kregen te maken met weerstand in familie, gezin en werk. Anderen daarentegen verzwegen hun homoseksualiteit en bleven bijna een heel leven in de kast. Een mevrouw vertelde dat ze tot haar vijfenzestigste in de kast heeft gezeten. Dat ze nooit zichzelf kon zijn, heeft haar veel verdriet gedaan. Ze hoopt dat dit soort verhalen uitsterven.’

Gevecht

Dat veertig procent van de ondervraagden te maken heeft gehad met pesetn en uitsluiting door buren of medebewoners, vindt Pijpers opvallend. ‘Het beeld bestaat dat de LHBT-emancipatie in het “tolerante” Nederland klaar is. Niets is minder waar.  Ouderen met diverse geaardheid hebben nog steeds te maken met pestgedrag, uitsluiting en onwetendheid. Dat is voor hen zeer ingrijpend, omdat het gaat om wie ze in wezen zijn. Voor deze groep is het nog steeds een gevecht om uit de kast te komen.’

Tien keer

Een ander opmerkelijk resultaat van het onderzoek is dat dertig procent van deze LHBT-ouderen die met zorg te maken krijgt, zich door zorgverleners afgewezen voelt. ‘Dat vind ik veel. Een man met hiv kreeg van zijn arts te horen dat hij in de jaren zeventig zeker niet goed had opgelet. Deze lompe opmerking ervoer hij als zeer vervelend, want hij liep al decennia rond met hiv en dat heeft het vinden van een partner er niet makkelijker op gemaakt.’ De drempel om zorg te vragen is voor deze ouderen daarom hoger. ‘Bij hulp van de wijkverpleging moet je je verhaal vaak wel tien keer doen, want je krijgt met zoveel verschillende mensen te maken.’

Kwetsbaar

In zorginstellingen blijft deze doelgroep vaak onzichtbaar en wordt ze niet gezien, weet Pijpers. ‘Zorgverleners vragen vaak naar wie hun man of vrouw was. Signalen, zoals foto’s van iemand van hetzelfde geslacht, worden onvoldoende opgepikt. Meestal vragen ze of het een broer of zus is. LHBT-ouderen geven aan dat ze best kunnen leven met een vergissing. Waar ze wel moeite mee hebben, is dat het herhaaldelijk gebeurt, zeker als ze te maken krijgen met verschillende zorgverleners. Op oudere leeftijd zijn ze gevoeliger, kwetsbaar en missen ze de energie om steeds weer hun verhaal te doen. In deze fase hebben ze geen zin om weer tegen een muur aan te lopen en geven daarom een ontwijkend antwoord.’

Niet verder vertellen

In een verpleeghuis tasten ze de omgeving af. ‘Een geestelijk verzorgende die ik sprak, vertelde dat ze veel verhalen hoorde van roze ouderen, maar dat zij haar op het hart drukten dit niet verder te vertellen, omdat ze bang waren voor negatieve reacties van medebewoners of zorgverleners. Er zijn nog steeds mensen die vanwege hun “anders zijn” niet bij medebewoners aan tafel mogen.’

Handreiking

Er hoeven geen toeters en bellen aan te pas te komen voor meer openheid onder zorgprofessionals, vindt Pijpers. ‘Met een open houding kun je cliënten een veilige omgeving bieden. Als het niet meteen duidelijk is of een cliënt hetero is, kun je heel neutraal vragen of hij een partner heeft gehad. Let ook op signalen, een regenboogvlag aan de muur biedt al een opening voor een gesprek. Ook kun je op een positieve manier vertellen dat je de gay-parade hebt gezien, dat je een neefje hebt die op jongens valt of dat je buurvrouw zich meer man voelt. Daarmee geef je het signaal af dat het oké is. Het is mooi als mensen niet steeds zelf het initiatief hoeven te nemen, maar een handreiking krijgen van de zorgverlener.’

Boksbal

‘Het contact met de zorgprofessional verbetert als deze op de hoogte is van de seksuele geaardheid van de cliënt en zijn leven. Je kijkt minder verbaast op als een man een fanatiek kunstbloemschikker blijkt te zijn of een dame op haar negentigste nog steeds tegen een boksbal aanslaat. Als je meer weet van iemands leven kun je daarop de activiteiten, de zorg en de gesprekken aanpassen. De cliënt voelt zich gezien en dat draagt bij aan zijn welbevinden.’

Persoonlijke verzorging

Ook de persoonlijke verzorging van een transgender vraagt enige kennis. Iemand die in transitie is geweest, heeft een andere verzorging nodig en dan moet je wel op de hoogte zijn. Daarnaast is het sociale netwerk vaak onduidelijk. Ze zijn minder vaak getrouwd of hebben geen partner. Meestal zijn er geen kinderen of ze hebben het contact verloren met familieleden.

In de opleiding

Pijpers pleit voor meer aandacht voor seksuele diversiteit in opleidingen. ‘Dat is er nog veel te weinig. Meer dan een gastles over deze doelgroep is er niet. ‘Maar dat is al mooi, vergeleken met tien jaar geleden toen er helemaal niets was. Hoop biedt het Nationaal Ouderenfonds, dat een module aan het ontwikkelen is voor het onderwijs.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.