‘Zonder humor was ik verzopen in het bureaucratische proces’

Mantelzorger Jac. Splinter zette zijn frustratie, onmacht en woede over de (zorg)bureaucratie om in het humoristische, licht absurde Grote BureaucratieVakantieBoek. Maar met een serieuze ondertoon en boodschap. ‘Het begint met empathie. Verplaats je in de ander.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: Fotolia

De Nijmeegse ontwerper Jac. Splinter (59) begon zijn rol als mantelzorger in 2005 toen zijn partner het Guillain Barré syndroom kreeg, een snel optredende spierzwakte waardoor onder ander uitval en verlammingen ontstaan. Later kwam daar de zorg voor zijn inmiddels overleden ouders bij en voor vriend Leo die Parkinson en longkanker had. Voor hem probeerde Splinter vorig jaar een inloopdouche te regelen bij de gemeente. ‘Leo had een bad in huis, maar dat werd levensgevaarlijk door z’n zwakke gezondheid, dus vroeg z’n ergotherapeut een inloopdouche bij de gemeente aan.’ Dat was het begin van een slopend bureaucratisch proces, dat de aanleiding vormde voor het boek.

De druppel

De ambtenaar die, na veel aandringen, drie maanden na de aanvraag het keukentafelgesprek kwam doen, bleek een gehaaste horkerige dame die een vragenlijst afwerkte, schrijft Splinter in het boek. Een week later was het aanvraagformulier van de ergotherapeut zogenaamd verdwenen en vervolgens werd het dossier niet overgedragen toen de ambtenaar zes weken op vakantie ging. Splinter mailde en belde zich suf. ‘Ik moest op een bepaald tijdstip terugbellen, maar ik kreeg via een bandje te horen dat de afdeling op heisessie was. Een dag later moesten die ambtenaren daar hartelijk om lachen, omdat per ongeluk het verkeerde bandje erin zat’, zegt Splinter. Maar bij hem knapte er op dat moment, vijf maanden na de aanvraag, iets. Het was de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen. ‘Ik had het he-le-maal gehad en heb bij de gemeente een gesprek geëist met de verantwoordelijke wethouder. Hij luisterde naar me met het schaamrood op de kaken, bood z’n excuses aan en ging ermee aan de slag. Een week later was de douche geïnstalleerd.’ Zijn vriend heeft er echter niet lang gebruik van kunnen maken, hij overleed zes weken later.

Klacht

De lange versie van dit verhaal is als een soort feuilleton te lezen in het boek dat de veelzeggende titel ‘Ja maar meneer, ik doe ook maar mijn werk’ kreeg. Splinter kan er nog boos over worden. ‘Waarom hebben we vijf maanden moeten wachten op iets wat in een week geregeld kan zijn?’ Sindsdien pikt hij zulk gedrag niet meer. ‘Ik ben niet onbeschoft of onbeleefd, maar wel heel duidelijk. Ik laat niet meer over me heen lopen.’ Splinter startte een klachtenprocedure bij de gemeente Nijmegen, die hij won, nadat-ie negentien bureaus was gepasseerd. Ook deze absurde ervaring heeft hij beschreven in het boek.

Kafkaësk

De ontwerper liep al langer met het idee rond zijn vaak Kafkaëske ervaringen te boek te stellen. Maar hij vreesde dat het een te zuur boek zou worden dat niemand wilde lezen. In de nalatenschap van een overleden oom trof hij een paar ouderwetse vakantieboeken. Dat bracht hem op een idee. In zijn netwerk ging hij op zoek naar tekenaars, schrijvers en andere creatieve geesten. ‘Iedereen wilde graag meewerken’, vertelt Splinter, ‘want iedereen (her)kende het’. Het resultaat is een uniek, licht absurdistisch boek met serieuze verhalen, cartoons, grappige berichten, columns, spelletjes, kleurplaten en knutselopdrachten, zoals het maken van een brievenbak of stempels die ambtenaren gebruiken.

Stem

Ook deed Splinter een oproep aan mensen om hun ervaringen te delen. ‘Nou, dat heb ik geweten’, lacht hij. Tientallen verhalen kreeg hij toegestuurd, en ze blijven nog steeds komen. De meeste verhalen gaan over de zorg: wachttijden, aanvragen die blijven liggen, tig ambtenaren die hun plasje over een dossier moeten doen. Schrijnend in hun absurditeit vaak. Zo schreef een man over het mantelzorgcompliment van 200 euro dat hij aanvroeg voor zijn zus die dag in dag uit voor hun ernstig dementerende moeder zorgde. De aanvraag werd afgewezen: de moeder moest het zelf aanvragen. Met het boek wil Splinter andere (mantel)zorgers die tegen dezelfde kastjes en muren oplopen, een hart onder de riem steken en aanmoedigen om het bijltje er niet bij neer te gooien. ‘Sta op, spreek je uit’, schrijft hij. ‘Noteer naam en datum en ga een stap hoger in de organisatie. En als je niet hoger kunt? Schreeuw het van de daken! Dit is een boek over en voor de slachtoffers, de mensen die zichzelf zo vaak wegcijferen. Hiermee geef ik hen (h)erkenning en een stem.’

Empathie

Maar Splinter hoopt ook dat ambtenaren en professionals het lezen, en dat wie zich erin herkent, zich rot schrikt en zijn/haar houding verandert. ‘Het begint met empathie’, zegt hij. ‘Dat je je daadwerkelijk in een ander probeert te verplaatsen. Daar gaat het vaak mis. Zo is er, en zo heb ik dat ook letterlijk tegen de wethouder gezegd, in al die tijd dat ambtenaren, keuringsartsen en juristen zich zo “zorgvuldig” met het dossier van Leo bezighielden, werkelijk niemand geweest die ook maar één keer de vraag heeft gesteld: Goh, Leo, hoe gaat het nou met jou?’

Uit het moeras

‘Verplaats je in de ander’, zegt Splinter. ‘En los het dan zo snel mogelijk op. En als dat niet kan: zeg dan duidelijk nee, dan hoeven mensen niet zinloos te wachten. Als je de middelen en de macht hebt om het op de lange baan te schuiven, en mensen met een kluitje in het riet te sturen, dan heb je ook de middelen en de macht om het snel op te lossen, om mensen uit het moeras te helpen.’

Schrap ze

Zijn kritiek richt zich met name op de zorgambtenaren, dat wil zeggen op een bepaald type zorgambtenaar, het type dat niet flexibel is, regels boven mensen stelt en wantrouwen als grondhouding heeft. ‘Die moet je geen zorg laten regelen.’ Zij verpesten het voor de rest, meent hij, en ook voor de mensen op de werkvloer. ‘Ook daar hoor ik vaak de klacht: er moet veel te veel geregeld worden, voordat er gehandeld mag en kan worden.’ Al die papieren en paperassen, verzucht hij, al dat doorschuiven van dossiers. Volgens hem is het mis gegaan bij de decentralisatie en de privatisering, waardoor gemeenten zich als een bedrijf zijn gaan gedragen, ambtenaren de zorg zijn gaan regelen en economisch denken dominant is geworden. De praktische zorg, de handen aan het bed, gaan er aan ten onder, stelt hij. ‘Het zorgbudget gaat naar managers, adviseurs en controleurs. Schrap ze, en hun regeltjes.’

Humor

‘Ik kan me er nog steeds boos om maken’, zegt hij. Maar het maken van het boek heeft hem ook geholpen de boosheid van zich af te schrijven. En het verdriet. ‘Ik heb bij het schrijven heel wat afgejankt. Maar toen ik de humor erbij begon te mengen, werd het weer leuk om mee bezig te zijn.’ Het is volgens hem het belangrijkste wapen tegen bureaucratisch gedrag. ‘Zonder humor was ik al lang verzopen in het bureaucratisch proces.’

Het Grote BureaucratieVakantieBoek kost 19,95 euro en is te bestellen via jacsplinter.nl

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.