Zedendelinquent lijdt vaak aan psychiatrische stoornis

Veel jonge zedendelinquenten kampen met psychiatrische stoornissen. Daarom is jeugdpsychiatrische expertise nodig bij de beoordeling van jonge zedendelinquenten. Dat stelt kinder- en jeugdpsychiater Lisette 't Hart-Kerkhoffs, die op 29 juni promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Zedendelinquent lijdt vaak aan psychiatrische stoornis

Drie kwart van de jongens had ten minste één psychiatrische stoornis en meer dan de helft had er ten minste twee. Kinder- en jeugdpsychiater Lisette ’t Hart-Kerkhoffs onderzocht de psychische toestand van jeugdige zedendelinquenten. Dat is tot nu toe nauwelijks gebeurd. De promovenda pleit ervoor kinder- en jeugd psychiatrische expertise te betrekken bij het beoordelen van jeugdige zedendelinquenten.

Drie groepen
’t Hart onderzocht psychiatrische stoornissen en psychosociale problemen onder 226 jonge verdachten van zedendelicten. De onderzoeker onderscheidt drie groepen: jongens die jongere kinderen misbruiken, jongens die in hun eentje iemand van minstens hun eigen leeftijd misbruiken en jongens die dat laatste in groepsverband doen.

Bestempeld
De promovenda stelt ter discussie of jonge plegers van seksuele delicten bestempeld moeten worden tot zedendelinquent. Bij hen blijkt de zedenrecidive extreem laag te zijn. Ze keek naar voorspellende factoren voor (zeden)recidive. Daarbij maakte ze onderscheid tussen jongens die jongere kinderen misbruikten (kindmisbruikers) en jongeren die leeftijdgenoten of oudere slachtoffers misbruikten, in hun eentje (solisten) of deel uitmakend van een groep (groepsplegers). Door het ontbreken van zedenrecidive, twee tot vier jaar na het onderzoek, kon ze geen specifieke voorspellers voor zedendelinquentie vast stellen.

Delict
De subgroepen verschillen onderling: de kindmisbruikers hebben vaker internaliserende problematiek (angst en depressie) en functioneren op een lager niveau. Ze zijn vaker zelf slachtoffer van seksueel misbruik. De autisme kernsymptomen zijn het meest uitgesproken bij deze subgroep. Hoewel zedenrecidive nagenoeg niet voorkwam in de onderzochte groep, pleegde meer dan de helft van de jongeren een ander niet-zedendelict.


Meer nieuws in uw inbox? Klik hier voor de gratis Zorg + Welzijn Nieuwsbrief. Voor meer achtergronden en opinies, neem hier een abonnement op Zorg + Welzijn Magazine.

Bron: Vrije Universiteit Amsterdam

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.