Waarde sociaal werk zichtbaar met actie-onderzoek

Jenny Zwijnenburg was Sociaal Werker van het jaar 2014. Met haar methode Vangnetwerken in Charlois kreeg zij de nodige media-aandacht. En niet voor niets. Inmiddels heeft Jenny samen met ContourdeTwern ook in Tilburg Vangnetwerken geïntroduceerd. Daarnaast investeerde Jenny de afgelopen jaren veel tijd in onderzoek naar de werkende principes van haar methode. Een bevlogen vrouw vertelt.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Wat is volgens jou de toegevoegde waarde van sociaal werkers?

Jenny: ‘Die waarde zit ‘m bijvoorbeeld in het ondersteunen van groepen. Voor iedere sociaal werker is het duidelijk dat een crea-club veel meer is dan alleen een activiteit. Het is een middel om mensen bij elkaar te brengen en hen te laten deelnemen aan de samenleving. Het is een plek waar onderlinge steun tot stand kan komen, sociaal isolement kan worden doorbroken. Voor sommige deelnemers is het wellicht een opstap naar vrijwilligerswerk ….en uiteindelijk misschien zelfs betaald werk. Voor anderen is het een plek waar een achteruitgang in hun functioneren tijdig wordt opgemerkt. Een sociaal werker ziet dat allemaal. Die signaleert, verbindt en stimuleert mensen. Hij functioneert als een spin in het web en doet wat nodig is.’

Hoe maak je dat nou zichtbaar voor de buitenwereld?

Jenny: ‘Ja, dat is wel lastig. Voor de buitenwereld is de waarde van het werk niet altijd duidelijk. Het is de taak en verantwoordelijkheid van sociaal werkers om die waarde te laten zien. Nu gebeurt het nog te vaak dat alleen wordt verantwoord op aantal deelnemers aan een activiteit. Zo lijkt het alsof de crea-club of een ‘simpele ontmoetingsactiviteit’ net zo goed door vrijwilligers kan worden gedaan.’

Zijn vrijwilligers niet belangrijk dan?

Jenny: ‘Natuurlijk wel, hartstikke! Zij hebben een belangrijke rol bij het uitvoeren van activiteiten. Ze zijn onmisbaar. Maar je moet ze wel begeleiden. Dan kunnen ze op een plezierige manier hun werk doen. En een vrijwilliger kan niet alle taken op zich nemen van een hbo-geschoolde professional. Bijvoorbeeld, vrijwilligers zijn meestal erg zorgzaam. Dat is een belangrijke kwaliteit. Maar het heeft wel een valkuil, namelijk dat zij vooral gericht zijn op het zorgen voor deelnemers. De sociaal werker zorgt ook, maar met oog voor participatie en persoonlijke groei van de deelnemers. De meest kwetsbaren motiveren om zelf actief te worden en hun krachten in de zetten. Dat is bij uitstek professioneel werk. Daar heb je gewoon vakkennis voor nodig.’

Hoe maak jij jouw waarde als sociaal werker zichtbaar?

Jenny: ‘In mijn werk in Rotterdam Charlois merkte ik in 2012 dat er beleidsmatig steeds meer nadruk werd gelegd op het idee dat bewoners zelf kunnen organiseren. Dat zou veel duur sociaal werk overbodig maken. Ik wist meteen dat dit voor mijn doelgroep niet het geval zou zijn. Ik richtte mij op de meest kwetsbare wijkbewoners. Mensen die in een sociaal isolement leven en die daarnaast te maken hebben met beperkingen en/of multiproblematiek.” Ze is even stil, dan overtuigd. “Dat zijn geen mensen die vanzelf actief worden, die zelfstandig activiteiten gaan organiseren. Dit zijn de mensen die je meestal letterlijk achter de voordeur vandaan moet halen. Waarvoor kleine stappen al mooi zijn. Ik zag in dat resultaten die soms klein lijken, eigenlijk groot zijn. Omdat ze van waarde zijn voor de doelgroep. Het kan voorkomen dat problemen escaleren of dat mensen verward raken. Dat moet je zichtbaar maken. Wat je doet en wat dat oplevert. Met de methode Vangnetwerken ben ik dat gaan doen.’

Sociaal werk nieuwe stijl: actie-onderzoek Vangetwerk

Hoe ontdek je op welke manier de principes van Welzijn Nieuwe Stijl kunnen werken voor een doelgroep. Jenny Zwijnenburg merkte dat het thuis bezoeken van haar doelgroep, als individueel hulpverlener, niet voldoende was om hun isolement te doorbreken. Ze vroeg zich af wat het op zou leveren als deze mensen elkaar leerden kennen. Dit zette haar aan het denken. En aan het doen.

Toeval

Jenny Zwijnenburg besloot op een onderzoekende manier te werk te gaan. Zij begon klein met een ‘computergroep voor mannen’. De mannen kregen gratis computerles. Jenny volgde nauwlettend wat er gebeurde. Ze merkte al snel dat er onderling contact en steun tot stand kwam. Op een dag kwam er een man bij de ruimte van de computergroep terecht. Hij zocht hulp van een vrijwilligersdienst bij zijn verhuizing. Jenny trok de stoute schoenen aan en vroeg aan ‘haar’ mannen of zij wilden helpen. Dat bleek een goede zet. De mannen waren blij dat ze iets terug konden doen voor de gratis computerles. Zo kwam ze er bij toeval achter dat het zelf actief worden een grote wens bleek voor de deelnemers.

Experimenteren

Vanuit deze ervaring ging zij verder experimenteren. Ze hield goed bij wat er gebeurde, wat zij deed en wat dat opleverde. Doordat Jenny de vorderingen zo goed bijhield, had ze al na een aantal maanden een sterk verhaal. Op basis van dat verhaal kreeg ze van het Oranjefonds een bijdrage. Daarmee kon haar manier van werken worden uitgebreid en doorontwikkeld. Inmiddels ligt er een beschreven methode die de naam Vangnetwerken heeft gekregen.

Actie-onderzoek

Het experimenteren kreeg een vervolg in samenwerking met Tranzo. Het wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van de universiteit van Tilburg. Jenny startte er als science practitioner met een PhD-traject. De vorm werd actie-onderzoek. Een onderzoeksmethode waarbij ook deelnemers uit de doelgroep bijdragen aan het onderzoek. Daarmee werkt het onderzoek empowerend voor de deelnemers. Doel van actie-onderzoek is kennisontwikkeling én het verbeteren van de positie van kwetsbare burgers. De onderzoeker is daarbij niet een onafhankelijke buitenstaander, maar een van de stakeholders.

Samen met een aantal mensen uit haar vangnetwerken onderzocht ze hoe haar methode werkt en wat eraan werkt. Een echte eye opener was dat deelnemers heel goed in staat bleken om de waarde te benoemen. En dat zij ook goed onder woorden konden brengen welke professionaliteit zij prettig vinden.

De methode Vangnetwerken

Bij Vangnetwerken verbinden mensen zich aan elkaar. Zij worden hierbij ondersteund door sociaal werkers. Die zorgen dat fysieke ontmoeting plaats kan vinden. En zij stimuleren wederkerigheid en onderlinge steun in de groep. Uitgangspunt is dat ieder mens iets voor een ander wil en kan betekenen. Daardoor ontstaan bij Vangnetwerken wederkerige relaties. De term Vangnetwerken verwijst naar twee processen. Het eerst is het gezamenlijk bouwen van onderlinge steunnetwerken. Het tweede is het resultaat: het ontstaan van vervangende sociale netwerken die een vangnet vormen voor mensen die sociale steun missen.

Resultaat van Vangnetwerken is dat deelnemers hun sociale netwerk vergroten. Zij geven en ontvangen sociale steun en versterken hun sociale vaardigheden. Doordat zij in staat worden gesteld om anderen te helpen en/of een bijdrage te leveren aan de buurt, voelen ze zich gewaardeerd en nuttig. Problemen en beperkingen wegen hierdoor minder zwaar. Mensen met heel verschillende kwetsbaarheden en talenten blijken samen verrassend krachtig.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.