Van hart tot hart

Kerstavond 1999

– Ik weet het allemaal echt niet meer, typt een

persoon.- Wat weet u niet meer, typt Zen.- Ik kan de

verantwoordelijkheid niet meer aan, typt de persoon.- Het is Kerstavond,

typt Zen. Welke verantwoordelijkheid?- Voor alle bejaarden, gehandicapten,

gestoorde daklozen, kinderen van gescheiden ouders en andere verdrukten van

Nederland. Wie weet hoeveel van die mensen nu op wachtlijsten staan. Allemaal

mijn schuld. Ik zou op dit moment bij mijn dochter en haar kinderen zijn,

kerstavond vieren. Maar ik weet hoe dat gaat. Zij nodigt ook haar schoonfamilie

uit en die valt massaal over me heen. Die wachtlijsten Els, beginnen ze altijd,

kun je daar nu echt niets aan doen?Zens hart begint te bonken. Het zou toch

niet …- Waar bent u, typt Zen.- In de slaapkamer, typt de persoon. Ik

heb voor het eerst van mijn leven een computer gekocht met alles erop en eraan,

om niet zoals Wim een tijdje terug voor joker te staan. Mijn kleinzoon heeft

alle mogelijke programma’s geïnstalleerd en nu probeer ik er een aantal van

uit.- Hebt u wel kerstversiering, typt Zen.- Nee niks, typt de persoon,

want ik zou naar mijn dochter gaan.- Wacht dan even, typt Zen, dan stuur ik

u een programmaatje. Wat is uw emailadres? Dan hebt u zometeen kerstlampjes op

uw scherm. Die heb ik van mijn collega Benno. Wij mailen elkaar op het werk de

leukste programma’s. Ook hele flauwe. Maar daar hebt u nu weer geluk mee, want

nu kunnen wij chatten met dezelfde lichtjes aan. Het is tenslotte

Kerstavond.

Zen is vrijwilliger bij de Telefonische Hulpdienst. Al jaren. Mensen helpen

is zijn lust en zijn leven. Sinds de hulpdienst ook via internet een luisterend

oor biedt, is zijn enthousiasme niet meer te stuiten. Want nu hoeft hij zijn

geliefde bezigheid niet tot de avonduren en het weekend te beperken, maar kan

hij het – stiekem – ook in werktijd doen.Door de week werkt Zen als

secretaris bij de afdeling Voorlichting van het ministerie van VWS. Hij moet

ervoor zorgen dat de voorlichters alle post onmiddellijk in hun bakjes krijgen,

evenals notities over telefoontjes. De opdrachten die zij bij hem neerleggen

moet hij stante pede uitvoeren. Alles wat zij neerleggen heeft eerste

prioriteit. Het is de kunst ze allemaal tevreden te stellen en toch niet

overspannen te raken. Als de voorlichters erom vragen moet hij koffie

rondbrengen. Dat laatste doet hij graag. Hij stapt sowieso vaak bij ze binnen.

Dan vraagt hij wat ze het weekend gedaan hebben of gaan doen en soms roken ze

samen een sigaretje.

Het is een aardige baan. Niet precies wat hij ambieerde toen hij jonger

was, maar hij heeft een vast inkomen en een adres om naar toe te gaan. Hij wordt

er niet rijk van, maar een paar vriendelijke collega’s en een gratis

internet-aansluiting leggen genoeg gewicht in de schaal. Het werk is voor veel

mensen meer een thuis dan hun eigen huis, las hij laatst in het blad Ode. Dat

geldt voor hem zeker, want hij woont alleen. Ode vindt hij een mooi blad, mooier

dan de bladen die ze bij hem op de afdeling maken. Het is spiritueel en toch

maatschappelijk. Hij heeft er veel aan als hij mensen helpt.

Als klein jongetje al was het liefste wat hij deed zijn moeder helpen.

En dat doet hij nog steeds. Hij helpt haar zoveel hij kan: met de boodschappen,

gaten boren, lampen ophangen en de bankafschriften. En als hij klaar is met de

karweitjes drinken ze samen kopjes koffie en dan luistert hij. Zijn moeder heeft

altijd wat, maar dat vindt Zen niet erg. Dan knikt en humt hij en vraagt: ja

maar wat wilt u eigenlijk zelf? En dan klaart zijn moeder vanzelf helemaal

op.Mensen helpen vindt Zen het mooiste wat er is. Daarom was hij ooit voor

zijn opleiding in de verpleging gegaan, maar na een tijdje was gebleken dat hij

niet tegen bloed kon. Achteraf had hij begrepen dat hij voor het soort helpen

dat hij graag wilde naar de sociale academie had gemoeten, maar daar had hij op

zijn eenentwintigste geen zin meer in. Na twaalf ambachten en dertien ongelukken

was hij bij toeval bij het ministerie terecht gekomen. Hij voelde zich er wel

thuis: er zitten er meer zoals hij.

Het enige nadeel van het werk is dat er niemand door hem geholpen wil

worden. Hij heeft nog een tijdje horoscopen getrokken en zo verschillende

levensproblemen aan collega’s ontfutseld, maar niemand vraagt: Zen, help! Ze

schuiven hem allemaal briefjes met opdrachten toe en vragen verder alleen om

koffie. Dat is jammer, want de kantoorpraat met de andere

secretariaatsmedewerksters over hun oude moeder en hun jonge kinderen, hun

macramÈcursus en de carriËre van hun man, komt hem eigenlijk de neus uit. Een

interessanter alternatief is het circuitje van collega’s die gek zijn van

internet en elkaar stoute emailgrapjes toesturen. Maar daar word je weer niet

dieper van. Echte gesprekken wil hij, van mens tot mens, van hart tot hart.

Tijdens het sollicitatiegesprek had de mevrouw van P&O gezegd dat hij zich

kon aanmelden als bedrijfshulpverlener, maar dat bleek om een soort vrijwillige

brandweer te gaan.

Gelukkig heeft hij de Telefonische Hulpdienst. Daar kan hij veel in kwijt,

vooral sinds ze elektronisch zijn gegaan. Nu kan hij ook in de tijd van de baas

hulp verlenen. De coördinator van de hulpdienst heeft uit Engeland de nieuwste

trend opgepikt. Niemand van de andere vrijwilligers wou geloven dat het werkte,

maar ze komen binnen hoor. Per week passeren wel twintig sombermansen zijn

beeldscherm. Eerlijk gezegd vindt Zen het wel zo prettig op deze manier. Als je

ze niet meer in je oor hoort snotteren en zwijgen dan kun je er veel meer aan

verhelpen. Dat is mooi, want dat zet zoden aan de dijk.Zelf heeft hij ook

ideeën om het succes van de internethulp te vergroten. Begin december heeft hij

in de nieuwsgroep een aantal keren de oproep

geplaatst dat mensen met depressies hem de hele kerst kunnen mailen. Hij heeft

beloofd dat hij snel zal antwoorden en dat ze op kerstavond direct met hem

kunnen chatten.

En daar zit hij dan. De andere vrijwilligers van de Telefonische Hulpdienst

zijn samen naar de kerstnachtdienst. Zen niet, Zen heeft een hekel aan de kerk;

hij prefereert gesprekken. Voor zijn eigen kerstsfeer heeft hij zijn eigen

kerst-cd in de discdrive geduwd.De persoon die hij online heeft is de derde

al. De eerste was een homo wiens vriend hem had verlaten voor een nieuwe lover

in San Francisco. De tweede was een vrouw uit Antwerpen die kloeg dat haar man

haar mishandelde sinds hij haar op netseks had betrapt. Die was moeilijk. Daar

heeft hij zogenaamd per ongeluk de lijn laten verbreken. Echt hulpverlenen kan

hij namelijk nog niet. Wel heeft hij een lijstje met een paar zinnen erop die

altijd van pas kunnen komen: ‘dat kan ik mij goed voorstellen’, of vragen: wat

wilt u eigenlijk zelf? De laatste zin herhalen en complimenten geven werkten ook

goed.

Het geval van de derde chatter biedt meer perspectief. Hier weet Zen door

zijn werk heel wat van af, dus hij waagt de gok.- U doet het toch heel goed,

typt hij. U hebt in het Regeerakkoord ontzettend veel geld voor de zorg in de

wacht gesleept. 2,3% groei. En nu krijgt u tegen alle afspraken in nog eens

meevaller na meevaller. Dat is toch niet niks?- Nee, schrijft de persoon,

maar nou heb ik dat allemaal voor elkaar en nu is het nÛg niet genoeg. Eerst

wilde ik het niet geloven, maar nu zie ik het bij mijn moeder. Zij is negentig

en dement. Ik kan niet voor haar zorgen, maar zij kan nergens terecht. Ze moet

een half jaar wachten voor een verpleeghuis. Ik k·n wel een particulier

verpleeghuis betalen, maar ik was tegen tweedeling in de zorg en je zult zien

dat die mevrouw Bruinsma van De Volkskrant zoiets onmiddellijk achterhaalt. En

om mij nu vanwege mijn demente moeder de volkswoede op de hals te halen…-

Dat kan ik me voorstellen, typt Zen. Beet, denkt hij er achteraan.- Ik weet

niet meer hoe het moet, typt de persoon. Ik heb gefaald. Ik ben moe. En ik moet

nog jaren mee.- Maar wat wilt u eigenlijk zelf? typt Zen.- Ik wil

eigenlijk met mijn handen werken, ik wil kleien, zoiets als Bea doet. Ik heb

geen zin meer om minister te zijn.- Dat kan ik me voorstellen, typt

Zen.Het is een tijdje stil.

– En u dan, typt de persoon.- Ik wil graag hulpverlener zijn, typt Zen,

maar ik heb de verkeerde baan. Nu ben ik vrijwilliger. Alle dagen zit ik achter

mijn scherm mensen te helpen.Vooral mensen op wachtlijsten, bedenkt hij.

Wist u, typt hij er snel achteraan, dat wij van de Hulpdienst de hÈlft van uw

wachtlijsten wegwerken?- Is dat zo? typt de persoon.Het is een tijdje

stil.- Ja, typt Zen, als wij zo groot zouden worden als de Samaritanen in

Engeland, dan werkten wij zo de HELE wachtlijst weg.- IS DAT ZO? typt de

persoon in hoofdletters terug. Nu zitten ze al tegen elkaar te schreeuwen.-

Ja, typt Zen, maar we hebben niet genoeg subsidie dus de coördinator en ik

moeten met ons tweeën alle avonden alle emails beantwoorden. Het is een beetje

veel.

Weer een lange stilte.- Dit gaat toch heel anders dan waar Wim zo

bang voor was, typt de persoon. Het gaat helemaal niet over seks en porno. En ik

word er ook niet eenzaam van. In tegendeel. U hebt me helemaal opgevrolijkt. Dus

u denkt dat internet…- Jazeker, typt Zen, het stond laatst ook in een van

onze bladen. U kunt dat trouwens in uw slaapkamer lezen. Het staat op <>
href=”https://www.zorgwelzijn.nl”>www.zorgwelzijn.nl
>- Wat wilt u

eigenlijk zelf? vraagt de persoon.- Nou, typt Zen, het liefst ga ik fulltime

hulpverlenen. Alle dagen van de week.- U brengt mij geloof ik op een

geweldig idee!, verschijnt er op Zens scherm. Hier kan ik denk ik die

schoonfamilie van mijn dochter wel mee omkrijgen. En gelooft u mij, die zijn zo

erg: als ik die eenmaal over de streep heb, dan krijg ik Wim en Gerrit ook wel

mee. Laat u alstublieft uw coördinator komende maandag een subsidieverzoek

indienen bij borst@VWS.nl. Ik beloof haar per

omgaande antwoord.

Het chatvenster klapt dicht. Dat gaat zo abrupt, het is altijd schrikken.

Na een tijdje valt het hele beeld stil. Alleen de kerstlichtjes flikkeren nog.

Zen leunt achterover en peinst. Als het niet degene was die hij dacht dat het

was, wie was het dan? Was het pesterij van een gefrustreerde collega? Een wrede

grap van zijn ex? Of zou dit echt… Zou hij met ingang van de volgende maand

ontslag kunnen nemen bij het ministerie? Hij zet zijn kerst-cd nog maar een keer

op random. Het is al bijna nacht. Buiten is het stil. Zen zit in zijn kamer

achter zijn beeldscherm met een gelukzalige glimlach om zijn lippen. Zijn Kerst

1999 kan niet meer stuk./Lucie Th, Vermij

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.