‘Vallen is niet falen’

Slachtoffers van loverboys hebben grote moeite om met hun trauma’s in het hulpverleningsplan te passen. De kans is groot dat ze weglopen, asociaal en zelfs crimineel gedrag vertonen en dat de hulpverlening tegen muren oploopt. Merel van Groningen heeft voor deze meisjes haar Foundation opgericht met ervaringsdeskundige hulp. ‘Als je in een overlevingssituatie belandt, ontwikkel je een afweermechanisme.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
foto AdobeStock

Op haar 15de werd ze zelf slachtoffer van een loverboy. Ouders en politie stonden machteloos, de kinderrechter heeft ervoor gezorgd dat ze snel op een veilige plek werd geplaatst. Inmiddels is Merel van Groningen, nu 45 jaar, initiator van de MvG Foundation en actief adviseur bij preventie en interventie bij grooming, sexting en loverboys. Ze is ook een associate member – toptalent uit het sociaal domein – van Movisie. Als ervaringsdeskundige staat ze vooral naast de meisjes: ‘Ik leg uit wat een ots is, hoe een behandelplan eruit ziet en waarom er doelen nodig zijn. Niemand legt dat uit aan loverboy-slachtoffers.’

Trauma’s

In de afgelopen drie jaar heeft ze zeven meisjes geholpen met de weg naar de juiste afdeling van de politie om aangifte te doen, met een advocaat en met advies over ‘de kleine stapjes die je kunt zetten om je trauma’s te boven te komen.’ Belangrijk in het proces tijdens en na de aangifte is dat Van Groningen met slachtoffers van loverboys praat over wat het beste bij haar past. ‘De leerplichtambtenaar, de hulpverlening, de politie, iedereen springt bovenop je. Terwijl je hoofd al overvol is. Dat leidt er meestal toe dat het meiden niet lukt om een opleiding of werk of hulpverlening vol te houden.’

Ervaringsdeskundige

In dit soort problematische situaties voor slachtoffers van loverboys, waarbij niets lijkt goed te gaan en meiden steeds terug lijken te vallen, komt de ervaringsdeskundigheid van Van Groningen goed van pas. Dat weten inmiddels ook de professionals, die haar inschakelen voor gesprekken met het slachtoffer. ‘Ik spreek de taal van de slachtoffers’, zegt Van Groningen. ‘Ik heb ook in zo’n overlevingssituatie gezeten. Dan ontwikkelt zich een mechanisme in je gedrag dat door niemand wordt begrepen, ook niet door de hulpverlening. Wat er gebeurt is dat je je asociaal en soms crimineel gaat gedragen. Omdat je allerlei trauma’s moet verwerken van wat je hebt meegemaakt. De professionele hulpverlening wil er een etiket op plakken, bijvoorbeeld ptss of borderline. Ik heb het voordeel dat ik daar in mijn contact met de slachtoffers niet naar hoef te kijken. Ik kan uitleggen wat er te gebeuren staat en deze meisjes steeds een spiegel voorhouden: wat wil je zelf doen.’

Terug in de maatschappij

‘Deze meiden zijn voortdurend bang dat ze vallen’, weet Merel Van Groningen uit ervaring. ‘Maar vallen betekent niet falen, het betekent dat je op kunt staan en weer kunt gaan lopen. Wij begeleiden nu, samen met professionals, een loverboy slachtoffer dat in de gesloten jeugdzorg heeft gezeten. Hoe kan ze terugkomen in de maatschappij? In het behandelplan staat dat ze weer naar school moet, maar ze zegt zelf dat ze dat niet kan. Ik zoek met haar naar wat er wel mogelijk is, los van de leerplichtregels. Wat is de eerste stap die ze zelf kan zetten? Dan blijkt dat ze blij wordt van nagels zetten en van honden. Dus zoeken we een opleiding of stage in die hoek.’

Behandelplan

Zowel een professional als een ervaringsdeskundige begeleiden het slachtoffer. Ieder heeft zijn eigen rol, zegt Van Groningen. ‘De professional maakt een behandelplan en stelt doelen. Wij ondersteunen het meisje, bij de ervaringsdeskundige kan ze stoom afblazen, we kunnen haar rustig maken. De gezinsvoogd schakelt mij ook in als hij vast zit: “Praat jij eens met haar”. Een echt probleem in de jeugdzorg aan loverboyslachtoffers zijn de ellelange procedures. Een behandelplan moet na maximaal zes weken rond zijn, maar vaak duurt het dubbel zo lang. Dan zijn die meiden al hun motivatie kwijt om eruit te stappen en aangifte te doen en kunnen ze terugvallen in de oude situatie.’

Loverboy

Voor Merel van Groningen is haar eigen ‘casus’ al 20 jaar geleden, maar ze ziet dezelfde situaties nog steeds terug bij slachtoffers van loverboys. ‘Tachtig procent van de slachtoffers wordt niet geholpen. Omdat de hulpverlening hen niet begrijpt of omdat opvangmogelijkheden vol zijn. Maar ook omdat de meiden zelf geen aangifte doen of zich terugtrekken. Dan is het nodig dat er iemand is die deze meiden bijstaat, met hen praat en hen ervan kan overtuigen dat ze zo’n aangifte kunnen doorstaan.’

Zorginkoop

Van Groningen vindt dat de overheid veel doet in de aanpak van loverboys. ‘Daar is ook geld voor, maar de gemeente koopt niet altijd de juiste zorg in. Ze kijken bij de zorginkoop vooral naar met welke jeugdzorg instelling ze een contract hebben, niet persé naar wat specifiek bij loverboyproblematiek hoort. Slachtoffers van loverboys zitten gevangen in schaamte en angst. Daar moet je ook specifieke zorg bij vinden.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.