Utrechtse burgemeester over rapport verbetering rampenbestrijdingen: ‘We kunnen geen bestuurlijke drukte gebruiken’

Voor een effectieve rampenbestrijding moeten de lokale brandweer en de gezondheidsdiensten op regionaal niveau samenwerken of fuseren en intensief met de regiopolitie samenwerken. Er komt een eenduidig kwaliteitssysteem voor toezicht op de rampenbestrijding, waarin de provincies geen rol meer spelen. Zo luidt kort samengevat het advies van de commissie-Brouwer ('Krachten bundelen voor veiligheid'), dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op 13 mei presenteerde.

Uiterlijk 1 januari 2003 dienen de regionale brandweren

en de regionale geneeskundige hulporganisaties te zijn gefuseerd in zogeheten

‘veiligheidsregio’s’, op de schaal van de politieregio’s. Een jaar later moet

elke veiligheidsregio over één geïntegreerde meldkamer beschikken, waar alle

meldingen voor brandweer, politie en ambulancehulp binnenkomen. Uiteindelijk, op

1 januari 2006 moeten de regionale hulpverleningsorganisaties zijn gevormd,

bestaande uit regionale brandweer, GGD’s, Centrale Post Ambulancevervoer (CPA)

en de Geneeskundige hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR). Om een

eenduidig toezichtssysteem te creëren, verliezen provincies hun

toezichthoudenderol bij de rampenbestrijding. Daarmee wijkt de commissie-Brouwer

af van de Wet op de kwaliteitszorg, die in voorbereiding is en de

toezichthoudende rol van de provincies juist versterkt. Brouwer vraagt voor het

plan jaarlijks tweehonderd miljoen euro van het rijk. Bovendien dienen de

gemeentelijke uitgaven voor rampenbestrijding jaarlijks tien procent te stijgen.

‘Onze filosofie is ‘regionaal denken, lokaal doen’, licht burgemeester

Annie Brouwer het advies toe. ‘We bepleiten een twee-lagenstructuur met rijk en

gemeenten, terwijl een recent rapport een drielagenstructuur inclusief provincie

bepleit. We willen al die bestuurlijke drukte niet, beperk het tot rijk en

gemeente. Dan kan de minister direct verantwoording afleggen aan de kamer en

burgemeester rechtstreeks aan de gemeenteraad. Daarnaast willen we een

multifunctionele organisatie, op de schaal van de politieregio’s. We willen een

dynamisch antwoord, in plaats van het mechanische antwoord dat kwam na Enschede

en Volendam: meer regels, meer centrale sturing. Een echte ramp zal altijd

anders zijn dan je van tevoren denkt. Je moet ook een antwoord hebben op het

onverwachte.’

Wat is een dynamische organisatie?

‘Vanuit de veiligheidsregio’s willen we een kwaliteitsslag maken. We willen

een zeer sterke samenwerking tussen de disciplines. Voor brandweer,

geneeskundige hulpverlening en politie willen we vanuit één meldkamer werken. Er

moet een gezamenlijke risico-analyse komen en de disciplines moeten met één

systeem werken. We willen een integraal veiligheidsplan en in de meest vergaande

vorm kan dat een fusie zijn tussen brandweer en geneeskundige hulpverleners. In

sommige gebieden als Haarlem is dat al zo. In mijn regio hebben we een

gezamenlijke meldkamer, maar bestaan de diensten nog afzonderlijk. Een fusie

tussen de regionale brandweer, geneeskundige hulpverlening en politie is niet

mogelijk. De politie wordt namelijk voor de helft aangestuurd door Justitie.’

Zowel brandweer, politie als gezondheidsdiensten krijgen steeds

meer een zelfde aanpak. Wat bedoelt u daarmee?

‘Je moet bij rampen zoveel deskundigheid en materiaal hebben dat het ook

financieel niet verantwoord is om het apart te blijven doen. Omdat de directe

gevolgen van een ramp zo met elkaar verweven zijn, moet de samenwerking worden

versterkt. Dat heeft na Enschede en Volendam een extra impuls gekregen. Er waren

wel bewegingen die kant op, maar de regio’s waren er vrij in. Wij zeggen nu: je

moet die samenwerking binnen een wettelijk model realiseren.’

Waar uit zich die gemeenschappelijke aanpak in?

‘Rampenplannen gaan steeds meer uit van een bepaald sjabloon. Een ramp kan

zich heel goed tussen twee regio’s afspelen, zoals rond het Amsterdam-Rijnkanaal

dat deels op grens van twee provincies ligt. Als er wat gebeurt, moet je niet

hoeven vragen: gut, hoe organiseren jullie het eigenlijk? Ik pleit daarom voor

wettelijke verankering van de kwaliteitszorg. Na Enschede en Volendam was er

veel kritiek op de inspecties, dat is inmiddels verbeterd. In de voorbereiding

van de Wet op de kwaliteitszorg wordt de toezichthoudende rol van Gedeputeerde

Staten bepleit. Dat vind ik geen goede zaak, daar creëer je te veel bestuurlijke

drukte mee. Binnenlandse Zaken heeft al meer inspecteurs aangesteld en hou het

dan ook bij het rijk en de gemeenten.’

Hoe vinden ze dat bij de provincie?

‘De Commissarissen van de Koningin houden hun rol bij het toezicht. De

provincies willen een zwaardere rol, zie het rapport van de commissie-Geelhoed.

Wij zeggen: hou het nu overzichtelijk bij de rampenbestrijding. We worden

overspoeld met circulaires van Binnenlandse Zaken en de provincie en vaak gaan

die over hetzelfde. Als iedereen met het door ons voorgestelde model werkt,

krijg je een beleidsreductie.’

Hoe ziet de sturing op regionaal niveau er dan

uit?

‘De Wet gemeenschappelijke regeling biedt de juridische structuur voor de

regionale brandweer, daarmee kun je de veiligheidsregio aansturen. De

geneeskundige hulpverlening is al op schaal van de regio. Alle burgemeesters

zitten in het bestuur van de regionale brandweer, of zijn er voorzitter. In

Utrecht gaan we met dertig gemeentes een veiligheidsregio vormen. De politie en

de geneeskundige hulpverlening zijn al op die maat georganiseerd, en met de

brandweer hebben we nu overeenstemming om het op die schaal te doen.’

U pleit ook voor een personele unie?

‘Brandweer en politie kunnen niet fuseren, maar in een bestuurlijke

personele unie kun je wel zorgen dat het niet uit elkaar loopt. Ik ben

bijvoorbeeld korpsbeheerder van de regiopolitie en voorzitter van de regionale

brandweer. De burgmeester van Zeist zit in het dagelijks bestuur van de

regionale brandweer, hulpverlening en politie. Door een personele unie hou je

het overzichtelijk en zit je niet te veel aan vergadertafels. Anders gebeurt er

gewoon niets, terwijl zich intussen een ramp aan het voltrekken is. De

burgemeester moet heel nauw voeling houden met de gemeenteraad. Die moet ook

meebepalen wat het veiligheidsniveau moet zijn en wat we politiek voor ogen

hebben.’

Wat moet er op gemeenteniveau precies versterkt

worden?

‘Diensten werken nogal eens langs elkaar. In Utrecht hebben we daarom een

stuurgroep fysieke veiligheid, zodat diensten op het terrein van de veiligheid

heel nauw met elkaar samenwerken. Dat is een verbeterslag, bijvoorbeeld in het

vergunningenbeleid en bij de handhaving. Het mag niet zo zijn dat de brandweer

zegt ´het gebouw is veilig´ en dan zegt de milieudienst ´volgens onze eisen

niet´. En bouwbeheer zegt weer iets anders. Je moet als gemeente èèn loket zijn

voor degene die een vergunning aanvraagt. Als je een vergunning geeft met

voorwaarden, moet je hem ook handhaven. Dat kost dus extra capaciteit en dus

geld. Daarvoor is ook geld nodig in de gemeente zelf.’

Is dit de beoogde culturele revolutie van Oosting (van de

commissie die de ramp in Enschede onderzocht)?

‘Voor hem was de culturele revolutie dat je niet meer gedoogt. Als je iets

geregeld wilt hebben, daarvoor een vergunning geeft, dan onderneem je vervolgens

actie als iemand zich daar niet aan houdt. Die omwenteling is nu gaande. Alleen

als je nu niet een aantal zaken strak regelt, dan zakt dat weer weg. Daarom zeg

ik: regel het nu precies, zodat de aandacht die er was na Enschede niet wegzakt

en we weer overgaan tot de orde van de dag.’/Martin Zuithof

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.