Super de Boer ontvlucht Rotterdamse volkswijk: De wijk genomen

Een wijk zonder midden- en kleinbedrijf is moeilijk leefbaar te houden. Terwijl overal pogingen worden gedaan om winkels weer terug de buurt in te krijgen, sluiten in oude volkswijken steeds meer voorzieningen de deuren. Zoals in de Rotterdamse achterstandsbuurt Crooswijk. Daar heeft de buurtsuper in de Crooswijkseweg er de brui aan gegeven vanwege criminaliteit, overvallen en bedreigingen door groepen tieners, veelal van buitenlandse afkomst. Ligt hier een taak voor het buurt- en opbouwwerk?

Tom Bassant, voorzitter raad van bestuur

Welzijnsonderneming Crooswijk Cascade:
‘Dat ligt er maar aan. Onze taak

is het om in preventieve zin met jongeren aan de slag te gaan. In het geval van

de buurtsuper hebben we het eerder over een groep jongeren die de aandacht van

een andere partij nodig had, namelijk van politie en justitie. Mijn motto is

toch: schoenmaker houd je bij je leest. Overlastbestrijding vind ik geen taak

van het opbouwwerk. Wat we natuurlijk hopen is dat ons preventieve werk eraan

bijdraagt dat jongeren op andere gedachten komen. Maar ook de ouders van

jongeren moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Met de deelgemeente hebben we

onlangs nog afgesproken dat wij ons toeleggen op het ambulante jongerenwerk en

daarnaast de activiteiten in clubhuizen intensiveren. Maar daarbij moet je in

het oog houden dat wij geen recreatieve instelling zijn, maar iets aan de

ontwikkeling van jongeren beogen bij te dragen. Het moet leuk zijn, anders komen

ze niet, maar vooral toch educatief, als je het zo wilt noemen.’

Michael Sijbom, woordvoerder wethouder De Faria: ‘We

hebben nu besloten om Stadstoezicht twee maanden lang intensief te laten

patrouilleren bij eenzelfde soort supermarkt in IJsselmonde. Ook loopt daar een

particuliere beveiligingsbeambte, die deels door de gemeente betaald wordt. Voor

Crooswijk komt dit inderdaad te laat. Maar de eigenaar van de winkel heeft ook

niet eerder bij ons aangeklopt dan toen hij al besloten had ermee te stoppen. We

proberen nog wel iets met moederbedrijf Laurus te regelen. De politie heeft

trouwens ook niet stilgezeten. Een aantal jongeren is al eerder vanwege diefstal

aangehouden en naar de overval in oktober, die voor de winkelier de welbekende

druppel was, loopt nog een onderzoek. Het punt is evenwel dat je strafrechtelijk

weinig tegen hangjongeren kunt ondernemen, zolang ze geen strafbare feiten

plegen. Rondhangen is niet verboden. Overigens is er ook nog een jongerenwerker

bedreigd. Maar daarvoor moet je bij de deelgemeente zijn.’

Tom Bassant: ‘Ik wil dat verband met de buurtsuper zeker

niet leggen. Wel is het zo dat een pleinwerker van ons – zo noemen wij hen –

bedreigd en mishandeld is door een groep jongeren die voor eigen rechter dacht

te kunnen spelen. Hij had in eerste instantie moeite om aangifte te doen. Maar

dat leek mij een volkomen verkeerd signaal. Er is aangifte gedaan, een aantal

jongeren zijn gearresteerd en twee van hen zitten nog vast. Gelukkig komt dit

niet vaak voor. Maar evengoed is het een teken aan de wand. Ik blijf erbij dat

wij ons preventieve werk alleen maar kunnen doen als voor iedereen duidelijk is

dat er regels zijn waar we ons allemaal aan moeten houden. En als je die

overtreedt, krijg je met justitie te maken. Nogmaals, het opbouwwerk is daar

niet voor.’

Els Erkens, coördinator opvoedwinkel Twinkeltje: ‘Wij

zitten in dezelfde straat waar de buurtsuper zat. Zelf werken wij niet met

kinderen maar met ouders. Maar ook voor ons is de vraag relevant wat je aan het

probleem van die hangjongeren kunt doen. En specifiek dan hoe je de ouders van

die jongeren die voor overlast zorgen kunt bereiken. Daar hebben we nog niet

echt een antwoord op. Wel denk ik dat we ons in deze wijk moeten afvragen of er

voldoende activiteiten zijn die aansluiten bij wat jongeren willen. Regels

stellen is een, maar je moet wel toegang tot hen krijgen. Daar had ik het laatst

nog met de jeugdcoördinator van de wijk over.’

Arnold Rietdijk, jeugdcoördinator namens Stichting DOCK:

‘Ik heb geen directe bemoeienis met jongeren. Mijn taak is het om het aanbod van

jongerenwerkers in deze wijk op elkaar af te stemmen. Maar tot nu toe ben ik

eigenlijk niet in staat geweest om mijn werk goed te doen. Het probleem is dat

de twee instellingen die alle werkers hier aansturen, DOCK en Cascade, met

elkaar overhoop lagen. Toen ik bijvoorbeeld met alle partijen, ook de politie en

de sportverenigingen enzo, een overleg wilde organiseren over de Crooswijkseweg,

trok Cascade zijn jongerenwerkers daaruit terug. Inmiddels is dat weer enigszins

bijgelegd. Ik hoop dan ook dat er nu actie in de tent komt. Want de

Crooswijkseweg staat niet op zichzelf. Er zijn meer plekken in deze wijk die

hard achteruit gaan.’

Marcel Mathijsen, senior beleidsmedewerker MO-Groep:

‘Juist als maatschappelijke ondernemers hebben welzijnorganisaties die taak. Ik

zou me kunnen voorstellen dat een manager contact opneemt met de winkelier om

samen te bekijken of en hoe de situatie ten gunste te keren valt. Bij een aantal

zwembaden dreigde de boel ook helemaal uit de hand te lopen. En daar is dankzij

interventies vanuit het welzijnswerk een oplossing gevonden. Je kunt dan denken

aan toezichthouders. Maar ook ligt het voor de hand om contact te leggen met de

bewuste jongeren.’/Marty PN van Kerkhof

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.