Steunpunt Antillianen in Zuid-Holland heft zichzelf op: ‘Wij zijn gewoon structureel de klos’

Migrantenorganisaties liggen onder vuur. Veel van hen dreigen hun subsidies te verliezen of worden gedwongen te fuseren. Forsa, het steunpunt voor Antillianen en Arubanen in Zuid-Holland, heft zichzelf per 1 juli echter zelf op. Nadat het steunpunt volgens directeur James Schrils stelselmatig is ontmanteld, gaat hij de discussie niet meer aan. 'Besef de pijn waar wij als professionele organisatie zitten.'

James Schrils, directeur van Forsa Zuid-Holland, lacht

bitter. Als een boer die kiespijn heeft, zegt hij zelf. Sinds 1994 is de

instroom van Antillianen in Nederland verviervoudigd, maar van de vroegere vier

formatieplaatsen zijn er nog maar 1,6 over. ‘Het probleem is dat de Antillen en

Antillianen gewoon geen politieke aandacht genieten. De problemen worden als te

klein ervaren. Het enige dat de aandacht trekt, is bombastisch in de pers

beland. Bol-let-jes-slik-kers,’ zegt hij met nadruk op elke lettergreep.

‘Geen politicus “gives a damn”’, stelt Schrils van het steunpunt voor

Antillianen en Arubanen in Zuid-Holland. ‘Ik heb begrip voor al die

drugskoeriers als je ziet in wat voor misère ze zitten. Dan bouwen ze hier een

gevangenis. Maar de Antillen krijgen geen steun om de eigen economie op te

krikken. Nederland zanikt alleen over IMF-voorwaarden, de Antilliaanse regering

kan geen kant op. Niemand heeft het lef om te erkennen dat er een schande

plaatsvindt in het Koninkrijk der Nederlanden.’

In 1986 werd Forsa Zuid-Holland opgericht als tweedelijnsinstelling met als

taken: pleitbezorging voor de Antillianen, projectondersteuning, onderzoek,

voorlichting en ondersteunen van vrijwilligersorganisaties. Tot 1994 ontving het

steunpunt subsidie van VWS, daarna van provincie Zuid-Holland. Schrils:

‘Zuid-Holland ziet ons alleen als een pleitbezorger van de Antillianen. Dat

accepteren we niet. Wij zeggen al jaren dat we de brug tussen de Antillianen en

de overheid zijn. Voor de Antillianen zijn we de woordvoerders van en naar de

politiek toe. In 1997 hebben wij de inburgering van Antillianen bepleit.

Allerlei instellingen nagelden ons aan de schandpaal: landverraad! We zeiden:

“Als je hier komt, moet je de taal en gewoontes kennen. Simpel.” Geef de

Antillianen de kans om vooruit te gaan. We hebben die brugfunctie, maar de

provincie ziet dit niet in.’

Opdoeken

Schrils schetst hoe de provincie vanaf 1994 steeds verder bezuinigde. ‘Ze

vertikte loon- en prijscompensaties te betalen, waardoor we steeds krapper

kwamen te zitten. In 2000 legde ze ons een vacaturestop op. Ze probeerde toen al

ons te laten fuseren met Krosbe, een Surinaamse club in Rotterdam. Vervolgens

veranderde de provincie de subsidiesystematiek waardoor ze ons allerlei

subsidies niet meer hoefde toe te kennen, waardoor ik nog een formatieplaats

kwijtraakte. We voldoen niet aan haar voorwaarden voor financiering en daardoor

kan ze ons nu eindelijk van tafel vegen.’

Forsa wil in tegenstelling tot de provincie een langdurige, categorale

aanpak gericht op de specifieke problemen van Antillianen. ‘Wil je succes

oogsten, dan moet je maatwerk leveren en een binding met de groep hebben. Maar

de subsidiegever zit op de lijn van diversiteitsbeleid en wil geen

doelgroepenbeleid. Als ik kijk naar de problemen, constateer ik dat je niet met

korte projecten kunt opereren, maar moet je een programma op ze loslaten dat

generaties duurt. Economische achterstanden zijn voor ons ook belangrijk, maar

wij streven vooral naar mentaliteitsverandering bij de Antillianen. Dat eisen

wij van onze subsidiegever: geef ons de middelen om dat mogelijk te

maken.’

Kortlopende projecten lossen niets op, betoogt Schrils. Hij geeft een

voorbeeld. ‘Vijf jaar lang deden we mee aan casemanagersprojecten in Hoogvliet

en Charlois (Rotterdam). Jonge “first offenders” werden onder strikte

begeleiding gezet van de politie en van de reclassering. Die kreeg geld voor een

professional voor de begeleiding. Na afronding zouden ze er een structurele

aanpak van moeten maken. Nu komt het: na het project is de subsidie afgelopen en

de reclassering trekt zich terug. Weg aanpak.’

De instroom van kansarme Antillianen is intussen sinds 1994 verviervoudigd.

Schrils: ‘Besef de pijn waar wij als professionele organisatie mee zitten. Met

deze formatie zijn we al dood. Deze tent draait alleen nog omdat de politiek

niet de ballen heeft om ons definitief op te doeken. Juli 2002 zei de

gedeputeerde dat Forsa niet in het beleid van de provincie past. Toen zei mijn

bestuur: we zijn niet bereid door te gaan met 1,6 formatieplaatsen. Dus zou de

tent op 31 december dichtgaan. Toen kwam de provincie met het briljante idee om

door te gaan, als we zouden fuseren met Forsa Amsterdam. We hebben die

mogelijkheid onderzocht. We stuurden de provincie een brief met de vraag of ze

dan ook meer formatieplaatsen wilde betalen. En of ze bereid was een categorale

aanpak te steunen. We verstuurden die brief in augustus. We hebben nooit een

antwoord gehad.’

Edit Hallensleben, gedeputeerde sociaal beleid in Zuid-Holland (PvdA),

beaamt dat zij alleen perspectief ziet als de beide Forsa’s met elkaar fuseren.

‘Het is een next bestoplossing, maar zo ontstaat een steviger instelling. Extra

formatieplaatsen zijn niet aan de orde. Als provincie willen wij naar

multiculturele instellingen die met een interculturele samenleving bezig zijn.

We zien de samenleving niet als een verzameling etnische groepen, maar als

individuen. We geven met dat fusievoorstel iets toe aan Forsa. Het is niet

consequent, maar we willen ze de kans geven te blijven bestaan. Zij hebben

echter niet het alleenrecht op de problemen van Antillianen. Er zijn ook andere

instellingen die deze groep helpen, zoals het Centrum voor Integratiebevordering

(Dordrecht), Stimulans (Rotterdam) en Meander (Alphen aan den Rijn). En zij

werken wel multicultureel.’

Forsa ontving voor het onderzoek naar de fusiemogelijkheden dertigduizend

euro, waardoor het steunpunt in 2002 net de eindjes aan elkaar kon knopen. Uit

het onderzoek bleek dat de Amsterdamse Forsa wel als multiculturele instelling

verder wilde en de Zuid-Hollandse niet. Intussen liet de gemeente Rotterdam de

provincie weten dat ze de fusie van de steunpunten niet steunde. Schrils:

‘Vervolgens vroeg de provincie mij een begroting en een projectdossier in te

leveren voor zes maanden. In die tijd moet duidelijk worden hoe het verder moet

met Forsa. De provincie vindt dat andere instellingen ons werk zonder problemen

kunnen doen. Wij gaan die discussie niet meer aan.’

Tweederangs

Er verdwenen meer projecten in de la. Zo kreeg de commissie Antilliaans

Medeburgerschap in 1999 opdracht van Binnenlandse Zaken en Justitie om onderzoek

te doen naar jeugd en criminaliteit. De commissie organiseerde bijeenkomsten in

het land en sprak met drieduizend Antillianen. De afloop was voorspelbaar, zegt

Schrils. ‘Er kwam niets uit wat we niet al wisten. Het rapport verscheen in 2000

en de regering heeft er niets mee gedaan. Dat hele rapport is voor noppes

geschreven. Het zoveelste. Ik ken dit land inmiddels, ik weet hoe het hier

opereert. Het is om te schreeuwen.’

Het emancipatieproces van de zwarte kansarmen is voor Schrils de kern. De

overheid moet daarom professionele Antilliaanse organisaties steunen, die als

voorbeeld kunnen dienen. ‘De zwarte kansarmen zijn al 360 jaar gemarginaliseerd.

Ze moeten hun minderwaardigheidscomplex zien weg te werken. Ze moeten zich

westerse waarden eigen maken: arbeidsethos, je houden aan afspraken, eigen

verantwoordelijkheid, vertrouwen in de medemens. Antillianen zijn Nederlanders,

maar creperen in een derdewereldtoestand. De bevolking daar heeft niet dezelfde

rechten en plichten als hier. Ze krijgen geen kinderbijslag, geen onderwijs,

geen ziekenfonds. Als ze dat hadden, zouden ze niet eens hier komen. Het

minimumloon is zeshonderd gulden, maar je hebt 2500 gulden nodig om rond te

komen. Vrouwen moeten zo wel in de prostitutie, mannen moeten wel in de

drugshandel. De gezondheidszorg en het onderwijs zijn een puinhoop. Noem een

sector die niet slecht draait. Daar lieten onze politici ons stikken en hier

maken we hetzelfde mee.’

Want hier worden Antillianen ook behandeld als tweederangs, vindt Schrils.

‘Het begint er al mee dat ik als Curaçaoënaar, Antilliaan, en dus als

Nederlander in mijn eigen koninkrijk wordt uitgemaakt voor allochtoon, als

tweederangsburger. Zo ervaart iedereen dat die daar vandaan komt. Ze hebben ons

in het potje gegooid met Turken, Marokkanen en Surinamers die hier met veel meer

zijn en altijd alle gelden hebben gekregen. Wij zijn gewoon structureel de

klos.’/Martin Zuithof

Het hele artikel is te lezen in In: Zorg + Welzijn 03, 12 februari 2003

Twee maanden na verschijning wordt het artikel in het archief op deze

website geplaatst.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.