Mobiele brigades moeten verzuim bij zorginstellingen helpen beperken: Lacunes in het management

Het ziekteverzuim in de zorgsector is nog steeds te hoog, vindt demissionair staatssecretaris Margo Vliegenthart. Speciale, mobiele brigades moeten het komend jaar zorginstellingen met meer dan vijftien procent verzuim gaan bijstaan. In die teams moeten directeuren zitting nemen van instellingen die er in geslaagd zijn het verzuim omlaag te krijgen. Ondersteund door de Arbeidsinspectie, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Arbo-diensten. Zitten instellingen en het personeel hierop te wachten?

Woordvoerder VWS: ‘Dit is een heel

serieus plan van Vliegenthart. Voor een deel ligt het eraan hoe het in de

politiek nu verder gaat. Maar zijzelf zou er liefst zo snel mogelijk mee

beginnen. Want het blijft een raadsel dat de ene instelling er wel in geslaagd

is om het ziekteverzuim fors omlaag te krijgen en andere nog niet. Het kan niet

anders dan dat dat deels met het management te maken heeft. We weten dat bij

instellingen die het beter qua verzuim doen goed naar het personeel geluisterd

wordt. Dat ze meer aandacht voor hun medewerkers hebben en dat de inroostering

beter afgestemd is op de behoeften van personeelsleden. Zodat men beter in staat

is de zorg thuis met het werk te combineren. Maar Vliegenthart heeft ook gezegd

dat de Raden van Toezicht alerter moeten zijn en hun directies op dit punt

dienen aan te spreken en af te rekenen.’

Leon Vincken, bestuurder CFO: ‘Op zich vind ik het geen

slecht idee dat er met de hulp van instellingen die het qua ziekteverzuim goed

doen, gekeken wordt wat er in de zorgsector verbeterd kan worden op het punt van

het verzuim. Dat je dus uitgaat van best practices en die probeert op meer

plaatsen in te voeren. Want er zijn inderdaad instellingen met een erg hoog

verzuim. Hoeveel dat er zijn weet ik niet, en ook over de oorzaken kan ik niet

zoveel zeggen. Ik wil daar geen generaliserende uitspraken over doen. Maar die

brigades moeten wel – en dat is mijn eerste kantekening – een helpende hand

bieden en niet als een soort politieagenten gaan optreden. Een tweede punt zou

voor mij zijn dat het niet aangaat om alleen directeuren in die brigades op te

nemen. Ziekteverzuim is in mijn optiek een gezamenlijke verantwoordelijkheid van

werkgevers én werknemers. Dus lijkt het mij logisch om er in elk geval de

ondernemingsraden bij te betrekken.’

Joanne Hogervorst, woordvoerder Nederlandse Vereniging van

Ziekenhuizen:
‘Ik vraag me af of dat idee voor de ziekenhuissector

geldt, want Vliegenthart gaat helemaal niet over ons. Afgezien daarvan,

verwelkomen wij natuurlijk alle goede plannen. Maar ik betwijfel of die brigades

wel zo’n goed voorstel is. Veel problemen in de sector zijn toch heel regionaal

gebonden. Dus of een directeur uit bijvoorbeeld het noorden iets zinnigs kan

zeggen tegen zijn collega aan de andere kant van het land, weet ik niet. Zelf

hebben we onlangs iets anders gedaan met de hoofden van operatiekamers die,

zoals bekend, nogal met grote gaten in het personeelsbestand kampen. Als

brancheorganisatie hebben we voor hen een databank opgezet, waar ze elkaar

vragen konden stellen en natuurlijk ook informatie geven. Met elkaar zijn ze een

tijdlang goed in gesprek gegaan, zoals ik dat noem, en het effect was dat het

ziekteverzuim in de betreffende operatieafdelingen inderdaad teruggedrongen

is.’

Woordvoerder GGZ Nederland: ‘Wij juichen alle maatregelen

toe die gericht zijn op het terugdringen van het ziekteverzuim. We verbinden wel

wat voorwaarden aan het instellen van dergelijke brigades. Ze moeten

gezaghebbend zijn, ze moeten aan kwaliteitsnormen voldoen zodat er ook echt

goede resultaten geboekt worden, en ze moeten draagvlak in de sector en de

instellingen hebben. Met andere woorden, instellingen met een verzuim boven de

vijftien procent moeten wel openstaan voor het bezoek van een brigade. Overigens

gaan wij ervan uit dat dat soort instellingen in de geestelijke gezondheidszorg

uitzonderingen zijn en dat dit soort zware middelen in onze sector dus

nauwelijks aan de orde zijn. Qua ziekteverzuim scoort de ggz redelijk met een

verzuim van 8,7 procent. Maar dat wil zeker niet zeggen dat wij tevreden

achterover kunnen leunen.’

Maria Beesems, woordvoerder Arcares: ‘Wij staan tamelijk

terughoudend ten opzichte van dat plan. Omdat het de indruk wekt dat de sector

zelf niet in staat is om het ziekteverzuim terug te dringen. En het geen recht

doet aan de inspanningen die wij als verzorgings- en verpleeghuizen op dat vlak

zelf leveren. Terwijl we daar juist heel hard aan trekken. We hebben

bijvoorbeeld vorig jaar in de cao afgesproken dat een half procent van de

eindejaarsuitkering afhankelijk is van de resultaten die er rond het

ziekteverzuim in instellingen geboekt worden. Bovendien hebben we in de cao

allerlei maatregelen afgesproken in de preventiesfeer. Met name om een goede

balans te krijgen in de lichamelijke inspanningen van de medewerkers.’ /Marty PN

van Kerkhof

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.