Mensen met sociale problemen gaan eerst naar de huisarts

De doelgroep van de wijkteams zijn vaak al de patiënten van de huisarts. Samenwerking is daarom dringend gewenst, vindt bijzonder hoogleraar en huisarts Maria van den Muijsenbergh. ’Je wilt dat na één telefoontje iemand anders jouw patiënt echt gaat helpen.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Mensen met sociale problemen gaan eerst naar de huisarts
Foto: Pharos

’Huisartsen zien steeds meer mensen die beperkt vaardig zijn in het organiseren van hun eigen leven.’ Maria van den Muijsenbergh zegt het mooi. ’Beperkt vaardig’. Maar het is echt schrijnend, vindt ze. Mensen die vastlopen met hun financiën, een voor hen onbegrijpelijke brief ontvangen van een instantie, die eenzaam zijn. Ze komen met lichamelijke klachten veroorzaakt door stress of ze komen omdat ze niet weten waar ze anders naartoe moeten. De huisarts is dan van al die professionals degene die ze het meest vertrouwen, maar ook degene die het makkelijkst toegankelijk is. ’Huisartsen zijn nog steeds het eerste loket. Diffuse problematiek uit zich als je “niet lekker” voelen, je kunt er zelf ook niet de vinger op leggen, en dan ga je naar de huisarts. Die komt er dan achter dat de oorzaak iets is waar hij niets aan kan doen. Of je zoekt gewoon hulp omdat je vastloopt met iets.’

Mensen gaan dan dus niet naar het wijkteam?

’Ik hoor dat maar weinig terug. Je kunt er meestal niet zomaar terecht. Je moet je eerst aanmelden, een afspraak maken, je krijgt dan een intake. Dat gaat bij een huisarts natuurlijk veel sneller. Je belt ’s ochtends en je kunt diezelfde dag of de dag erna al komen.’

De huisarts signaleert als eerste dat iemand mogelijk sociale problemen heeft?

’Precies. In recent onderzoek onder huisartsen vertelden alle huisartsen dat een belangrijk deel van hun tijd gaat zitten in gesprekken over psychosociale problemen En dat betekent dat de huisarts goed moet kunnen kijken wat er aan de hand is. Waarom voelt iemand zich “niet lekker”? En dan niet alleen aan lichamelijke oorzaken denken. Niet gelijk zeggen dat iemand minder moet drinken of moet stoppen met roken. Maar juist verder kijken, is er bijvoorbeeld sprake van laaggeletterdheid, zijn er op sociaal vlak de laatste tijd zaken veranderd?’

En als dan sprake blijkt van een ’sociaal’ probleem?

’Dan is een goede, korte lijn met bijvoorbeeld het wijkteam essentieel. Dat begint met dat de huisarts beseft dat diegene die dan voor hem zit eigen regie lastig vindt. Je kunt ze niet met een telefoonnummer op pad sturen, of met een linkje naar een website. Je betrekt ze wel bij het beslissen over volgende stappen, maar je moet ze echt op weg helpen, zelf het eerste contact leggen, dat is nodig om het vertrouwen van die patiënt te krijgen.’

Bijvoorbeeld op weg naar het wijkteam.

’Ik moet helaas wel zeggen dat de ervaringen van huisartsen met wijkteams zeer wisselend zijn. Veel huisartsen vinden dat als ze hulp zoeken voor hun patiënten, ze er de laatste jaren niet op vooruit zijn gegaan. Veel wijkteams zijn voor zowel burger als huisarts moeilijk bereikbaar of er zijn wachtlijsten voordat hulp daadwerkelijk start, zo is mijn beeld.’

Maria van den Muijsenbergh is huisarts en bijzonder hoogleraar Gezondheidsverschillen en persoonsgerichte integrale eerstelijnszorg bij het Radboudumc en werkt bij Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen. Maria van den Muijsenbergh is één van de sprekers op het Zorg+Welzijn congres Armoede en Schulden doorgrond op 11 april aanstaande in Eindhoven. Meer info of inschrijven >>

Een stoel in de huisartsenpraktijk

Onmiddellijkheid. Dat zou Van den Muijsenbergh zo graag zien. Bijvoorbeeld voor het kwetsbare gezin waar ze over vertelt. De man zwak begaafd, de vrouw past kort in Nederland, eenzaam thuis, geen sociaal netwerk, kind met aangeboren afwijking en mogelijk ook verstandelijk beperkt. De vrouw is zwanger van de tweede en geeft veel over. Ze moet eigenlijk naar het ziekenhuis, maar dat kan niet, want de man heeft een baantje in Amsterdam. Eén telefoontje naar de wijkverpleegkundige van het wijkteam die vervolgens thuiszorg regelt en ook het oudste kind onder haar hoede neemt, andere ondersteuning organiseert. Het ideale scenario. ’Ik ken huisartsenpraktijken in Lelystad waar in de praktijk iemand van het wijkteam werkt. Die zorgt dan voor de koppeling, voor de verbinding met het sociaal domein. Vroeger waren er veel gezondheidscentra waarin dan ook een maatschappelijk werker werkte, daar is vaak het wijkteam voor in de plaats gekomen, maar de rol van die maatschappelijk werker is daarmee verloren gegaan.’

Welzijn op recept is een relatief nieuw concept waarmee de huisarts en sociaal domein verbonden worden.

’Ik ken het. Dat is echt hartstikke goed, het werkt echt, maar het is alleen voor sociale activering. Niet voor bijvoorbeeld schulden. Maar het is een mooi voorbeeld van dat huisarts en sociaal domein wel degelijk tot goede samenwerking kunnen komen. En dat dat de patiënt helpt.’

Wat belemmert die samenwerking, behalve de caseload van wijkteams?

’Bijvoorbeeld het idee dat de leden van wijkteams generalisten moeten zijn. Mijn beeld is dat teams daardoor onderling minder functioneren. Bovendien zit er mede daardoor weinig continuïteit in wijkteams. Er zijn veel wisselingen, en juist de patiënten waar we het hier over hebben, zijn gebaat bij vertrouwen, bij een langdurige relatie. En ik zie dat binnen veel wijkteams de specialistische kennis ontbreekt om de zeer kwetsbare gezinnen, de moeilijk bereikbare mensen, te begeleiden. De GGD-bemoeizorg is helaas op veel plekken verdwenen.’

Klinkt ook alsof het gemiddelde wijkteam zich onvoldoende realiseert dat ze eigenlijk iemand op een stoel in de huisartsenpraktijk moeten zetten.

’Dat zou best kunnen. Maar ik heb op dit moment vooral de indruk dat ze hun handen meer dan vol hebben aan de mensen die wel bij hen terecht komen.’

Verplichte samenwerking

Huisartsen zijn grosso modo niet te spreken over de gevolgen van de transities in het sociaal domein, denkt Van den Muijsenbergh. Ze waren altijd al het putje wanneer maatschappelijk of beleidsmatig iets verkeerd gaat en dat is nu ook het geval. Huisartsen zijn het er wel mee eens dat zorg dichter bij huis georganiseerd moet worden, zodat deze beter kan aansluiten bij wat de burger op die plek nodig heeft en wat hij zelf kan. Maar doordat de transities gepaard gingen met grote bezuinigingen, heeft bijvoorbeeld de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in haar ogen slecht uitgepakt voor juist die mensen die ’het leven al ingewikkeld vonden’. Alleenstaande ouderen, migranten, mensen met psychische problematiek. ’Zeker met alleenstaande ouderen hebben de huisartsen na de sluiting van bejaardenhuizen er een probleem bij. Veel ouderen ontbreekt het aan vaardigheden zich staande te houden en juist de huisarts is dan, vanwege de vaak al lange relatie, het aanspreekpunt. Of een zoon of dochter neemt contact op.’

Er is ook beleidsmatig onvoldoende besef van de cruciale positie van de huisarts in het sociaal domein?

’Inderdaad. Dat ligt ook aan de huisartsen zelf hoor. Die kunnen roepen dat ze er alleen maar voor de “ziektes” zijn, maar zo is de werkelijkheid gewoon niet. Nu kwetsbare mensen langer thuis blijven wonen of weer thuis gaan wonen, is het sociale domein nog meer dan voorheen onderdeel van je praktijk.’

Zou je huisartsen en wijkteams willen verplichten tot samenwerking?

’Het zou heel goed zijn als zorgverzekeraars niet alleen afrekenen op somatische indicatoren, maar dat in de contractering bovendien wordt opgenomen dat de praktijk toegankelijk moet zijn voor laaggeletterden, dat er samenwerking moet zijn met het sociaal domein, hoe ze dat hebben vormgegeven. Bekostiging is dan natuurlijk een vraagstuk. Om het gesprek over wat er werkelijk speelt goed aan te gaan, heeft de huisarts aanvankelijk meer tijd nodig, op dat punt lijkt gelukkig meer mogelijk te worden. En als een huisarts goed doorverwijst naar het wijkteam, nemen de kosten bij de gemeente toe en bij de zorgverzekeraar af. Ik weet dat de Nederlandse Zorgautoriteit daar mee bezig is.’

Gemeentes kunnen het ondertussen ook vragen van de wijkteams die ze financieren.

’Ja, vind ik wel. Maar belangrijk is wel dat dit soort afspraken gezamenlijk ontwikkeld worden. Samenwerking blijkt eigenlijk alleen goed te lukken als je elkaar persoonlijk kent. Kruip met elkaar aan tafel, en ik weet dat huisartsen daar niet altijd makkelijk in zijn, en ga aan de slag.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.