MOVISIE Sturen op maatschappelijk resultaat

Het verminderen van eenzaamheid, het tegengaan van overbelaste mantelzorgers en het bevorderen van sociale acceptatie. Het kunnen stuk voor stuk doelen van gemeenten en maatschappelijke organisaties zijn. Maar hoe weet je of die doelen ook bereikt worden?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Karin Sok, senior adviseur participatie en actief burgerschap bij Movisie : ‘Als je puur naar outputcijfers kijkt, maar niet weet wat het effect van die cijfers is, weet je eigenlijk nog niets. Die verbinding met de doelen moet meer gelegd worden.’ Bij het sturen op ondersteuning en zorg in het sociaal domein laten sommige gemeenten zich nog te veel leiden door de cijfers over output (bijvoorbeeld aantallen bijeenkomsten, aantallen deelnemers). Maar deze cijfers zeggen op zichzelf weinig over of het daadwerkelijk beter met inwoners gaat. Als deze gemeenten de draai kunnen maken naar outcome, het maatschappelijk resultaat van de activiteiten, dan wordt veel duidelijker wat het beleid voor het welzijn van inwoners doet. Hoe kun je ervoor zorgen dat de gemeente waarin jij werkt ook meer gaat sturen op outcome? Hilde van Xanten, senior adviseur sociale zorg bij Movisie: ‘Maak gebruik van het Kwaliteitskompas. Dit instrument helpt om zicht en grip op het sociaal domein te krijgen en stuurt op waar het werkelijk om gaat in het sociaal domein: een verbeterde situatie voor inwoners.’

De zes stappen

Het Kwaliteitskompas (afgebeeld op de pagina hiernaast) bestaat uit zes stappen die gemeente, maatschappelijke partners en inwoners samen doorlopen. De eerste twee stappen spelen zich af op het beleidsniveau. Op basis van een analyse van hoe het gaat met de inwoners en welke problemen er spelen, worden gezamenlijke ambities opgesteld rondom bijvoorbeeld armoede, meedoen, of zelfredzaamheid. Vervolgens worden er concrete en meetbare maatschappelijke resultaten benoemd die worden gekoppeld aan indicatoren: aan de hand van welke cijfers of informatie beoordeel je of het de goede kant op gaat? Bijvoorbeeld: over drie jaar willen we dat dertig procent van de 75-plussers in onze gemeente zich minder eenzaam voelt.

Van Xanten: ‘De volgende drie stappen (3, 4 en 5) spelen op het niveau van de uitvoeringsorganisaties en hun professionals. Ze onderbouwen welke activiteiten nodig zijn om het gewenste resultaat te behalen en meten de uitkomsten van deze activiteiten, de outcome. Dan wordt het mogelijk om inzicht te krijgen in effecten. Hiermee kun je vervolgens de kwaliteit van het aanbod verbeteren of de beleidsambities waar nodig bijstellen. Zo komt de leer- en verbetercyclus op gang.’ Het Kwaliteitskompas verbindt het beleidsmatige niveau dus met het uitvoerende niveau. Wat leveren het beleid en de geleverde inzet de inwoners op?

Verschillende belangen

Karin Sok en Hilde van Xanten ondersteunen verschillende gemeenten en welzijnsorganisaties bij het werken met het Kwaliteitskompas. De reacties die ze krijgen, zijn verschillend. Van Xanten: ‘Aan de ene kant krijgen we terug dat het kompas enorm goed helpt om te ordenen, om positie te bepalen en om na te denken over kwaliteit. Aan de andere kant vinden mensen het lastig dat ze even een pas op de plaats moeten maken of een stap terug moeten zetten. Het liefst willen ze meteen aan de slag, zo snel mogelijk door naar stap vijf en de indicatoren bepalen. Vaak mis je dan het gesprek over de beoogde maatschappelijke resultaten en de activiteiten die daaraan bijdragen.’

Sok vult aan: ‘Maar als je dit bespreekbaar maakt aan tafel, ontstaat wel het besef dat als je direct doorgaat naar de indicatoren je de plank kunt misslaan. Want sluit de set indicatoren dan wel aan bij wat je wilt bereiken? En ja, het is lastig om de tijd te nemen. Voor beleidsmedewerkers omdat ze nog geen informatie aan de gemeenteraad kunnen geven, maar ook voor de professionals die hun tijd het liefst aan cliënten besteden. Vaak wil iedereen gewoon leveren. Maar wil je iets goeds leveren, moet je opnieuw bouwen. En dat besef ontstaat steeds meer.’

Ook kunnen er in het gesprek tussen maatschappelijke organisaties en gemeente verschillende belangen spelen. Voor maatschappelijke organisaties is het van belang dat ze hun activiteiten kunnen blijven uitvoeren, maar als blijkt dat een ander type activiteiten meer effect heeft of gemeenten goedkopere activiteiten willen inzetten, kan er een spannend gesprek plaatsvinden. Moeten zij dit gesprek dan wel willen voeren?

Sok: ‘Door samen aan tafel te gaan zitten, voorkom je dat de keuze voor je gemaakt wordt. Bovendien is het belangrijk dat je aan tafel zit om samen de kwaliteit van het beleid en de geleverde inzet te verbeteren. Je hebt kennis en ervaring die relevant is bij het – samen met partners – bepalen van de juiste maatschappelijke resultaten en activiteiten. En je kunt de waarde van jouw organisatie laten zien. Bijvoorbeeld door inzichtelijk te maken dat als de gemeente meer investeert in jongerenwerk, problemen sneller worden ondervangen en er minder maatwerk nodig is. Veel gemeenten willen minder maatwerkvoorzieningen.’

Overigens stelt Sok dat er nog een reden is voor uitvoerend professionals om aan tafel te zitten bij de besprekingen. ‘Doel van het Kwaliteitskompas is ook dat het richting geeft aan het werk van professionals. Veel professionals willen weten wat hun werk bijdraagt aan het geheel. Door met het Kwaliteitskompas de verbinding te leggen tussen hun werk en de behaalde maatschappelijke resultaten, kan het zinvol zijn om te zien welk effect je handelen heeft en kan dit leiden tot leren en verbeteren.’

Leren van resultaten

Terug naar de reacties op het Kwaliteitskompas. Wat is er intussen al bereikt? Sok: ‘Ik merk dat het Kwaliteitskompas zowel beleidsmedewerkers als professionals heel erg motiveert en stimuleert om echt aan de slag te gaan met outcome-gericht werken. Voorheen kwamen ze om in alle data en meetinstrumenten. Nu hebben ze een handvat om te meten én om samen met partners aan de slag te gaan.’ Om de werkwijze van het Kwaliteitskompas van de vergadertafel nu daadwerkelijk terug de praktijk in te brengen, zijn volgens Van Xanten het management en de directie van maatschappelijke organisaties en de wethouders van gemeenten ook aan zet. ‘Stel professionals in de gelegenheid om te leren. Kies meetinstrumenten die iets toevoegen aan hun primaire proces, dus die niet alleen maar extra administratie zijn. Dat motiveert mensen om de resultaten van hun nieuwe manier van werken zichtbaar te maken.’

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41185-019-0005-x/MediaObjects/41185_2019_5_Fig1_HTML.jpg

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.