‘Levenskwaliteit van mensen met ggz problemen is niet best’

Naar schatting 300.000 mensen hebben een ernstige psychische aandoening. De meesten zitten nu thuis en in veel gevallen is de ondersteuning die ze krijgen sterk veranderd. Het Trimbos-instituut onderzocht hoe het gaat met mensen met ernstige ggz-problematiek in coronatijd.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
psychische problemen
foto AdobeStock

De 300.000 mensen met ernstige psychische problemen hebben meestal al langere tijd problemen, die verweven zijn geraakt met sociale en maatschappelijke problemen, zoals armoede, eenzaamheid en verlies van werk. Het slechte nieuws is dat veertig procent van deze groep aan geeft dat hun psychische problemen tijdens de coronacrisis erger zijn geworden. Hans Kroon, onderzoeker bij het Trimbos-instituut: ‘De kwaliteit van leven is gemiddeld achteruitgegaan, en die was al niet best.’

Crisis

Maar liefst tien procent van de ondervraagde heeft sinds halverwege maart een crisis situatie meegemaakt. Dat is veel, zegt Kroon. ‘Zij belden 113, zijn opgenomen, een enkeling vertelde zelfs in een politiecel te hebben gezeten omdat hij verward over straat liep.’ Een deel van deze groep heeft sowieso moeite met veranderingen, vervolgt Kroon. ‘Dit is natuurlijk een hele grote verandering. Anderen waren altijd al somber over wat de toekomst gaat brengen. Zij maken zich nu extra zorgen en blijven malen: hoe lang gaat dit duren? De economie gaat naar de maan.’

FACT-team

Daarbij komt dat de ondersteuning van deze mensen in veel gevallen enorm is veranderd. Normaal gesproken wordt een kwart ondersteund door een FACT-team (een multidisciplinair behandelteam met onder andere psychiaters, psychologen, ervaringsdeskundigen en sociaal professionals). Anderen krijgen hulp van een woonbegeleider, een vrijgevestigd psycholoog of psychiater of hulp van een praktijkondersteuner van de huisarts. Kroon: ‘Het is niet zo dat hulp helemaal is weggevallen door de coronamaatregelen.’

Veilig werken

Het was aanvankelijk wel zo dat hulpverleners vanuit huis werkten en dus moesten omschakelen naar (beeld)bellen. Kroon: ‘In eerste instantie waren er nauwelijks beschermingsmiddelen in de hulpverlening, dus was het een grote uitdaging om het werk veilig te doen. Soms werd voor het face to face contact uitgeweken naar een gezamenlijke wandeling, al zien we in de enquête niet dat hulpverleners en cliënten nu vaker samen wandelen.’

Beeldbellen

Kroon zag terug in de enquêtes dat het beeldbellen niet overal een succes was. ‘Sommige mensen gaven aan dat de verandering in hulpverlening niet met hen besproken waren – zij waren vaak niet tevreden over de vorm van hulpverlening. Anderen hebben niet snel genoeg internet. Een haperend beeld van je hulpverlener is niet erg uitnodigend om je hart te luchten.’ Hetzelfde geldt voor mensen die het beeldbellen wantrouwen en zich afvragen: Is de verbinding wel veilig? Wie luistert er mee? Die vragen werpen ook een drempel op voor goed contact met je hulpverlener.

Hulpverlening nu opgestart

En dan is er nog de groep die bemoeizorg nodig heeft. Bijvoorbeeld mensen waarover anderen zich veel zorgen maken, maar die zelf niet vinden dat ze psychische problemen hebben. Kroon: ‘Hen ga je al helemaal niet bereiken via de telefoon. Daar moet je echt fysiek langsgaan. Ook dat contact was aanvankelijk verminderd – dat moet als de donder weer worden opgepakt.’ Wat momenteel ook gebeurt. Waar de richtlijnen van de ggz over face-to-face contact aanvankelijk zeiden ‘nee tenzij’ is er nu weer een verschuiving naar ‘ja mits’.

Opleving

Door corona leven bepaalde mensen met ernstige psychiatrische problematiek ook juist op, bleek uit het Trimbos-onderzoek. ‘Sommige mensen zijn opgeknapt door deze toestand. Mensen ervaren meer rust, minder prikkels, minder sociale stress. Sommige mensen zijn zich juist nu bewust van wie er allemaal voor hen klaar staan. Een geïnterviewde vertelde een taak volbracht te hebben, zij het met moeite, waar het haar normaal gesproken alleen was gelukt met intensieve begeleiding.’

Participatiedruk

‘We zien ook dat mensen minder participatiedruk ervaren’, vertelt Kroon. ‘Maatschappelijk is toch de instelling dat iedereen moet bijdragen aan de samenleving. Zelfs in de bijstand moet je een tegenprestatie leveren. Dat levert enorme druk op bij mensen die dat niet kunnen opbrengen of daar de grootste moeite bij hebben. Ze voelen zich er schuldig over. Een geënquêteerde gaf aan blij te zijn dat dat nu even niet hoeft. Hij noemde het zelfs “Het Zwitserleven gevoel”.’

Afhankelijk

‘Er is de laatste jaren maatschappelijk een discussie of er niet te veel mensen in de ggz zitten, en er is ook iets voor te zeggen dat we niet voor elk probleem de ggz als oplossing moeten zien,’ meent Kroon. ‘Je zou je kunnen voorstellen dat corona ook wat kan veranderen aan de afhankelijkheid van de hulpverlening, nu die minder makkelijk beschikbaar is. Maar de cliënt die merkt dat zijn of haar taak nu wel met minder hulp volbrengt, is eerder uitzondering dan regel. Slechts vijftien procent van de mensen met ernstige ggz-problematiek geeft aan dat het beter met hen gaat – dan wel door een herontdekte zelfredzaamheid, dan wel door het wegvallen van prikkels, druk en stress. Met de rest gaat het zonder de normale ondersteuning en in deze gekke tijd niet beter.’

Lees al onze artikelen over corona hier >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.