Kennis Wmo-consulenten schiet vaak tekort

De ondersteuning van de in 2015 ingevoerde Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft bijgedragen aan redzaamheid en participatie, maar niet voor iedereen. Bij een vijfde tot een kwart van de mensen die zich bij gemeenten melden, worden problemen rondom ondersteuning en huishoudelijke hulp onvoldoende opgelost. Dat concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau na onderzoek.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: AdobeStock

Sinds de invoering van de Wmo zijn gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht redzaam zijn. Het Sociaal en Cultureel Planbureau deed van maart tot en met december 2016 onderzoek in 39 gemeenten om na te gaan hoe de Wmo wordt uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat vier op de vijf mensen die zich bij de gemeente meldden, een gesprek over hun ondersteuningsbehoefte hebben gehad. ‘Meestal kregen de ouderen of mensen met een beperking een maatwerkvoorziening om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Bijna de helft van de melders kreeg ook hulp van familie of vrienden: mantelzorg. Als mantelzorgers aanwezig waren bij het ondersteuningsgesprek kwam volgens hen meestal niet aan bod wat zij deden en/of hoe zwaar het hulp geven voor hen was. Enkele maanden na het gesprek deed ruim een kwart van de melders niet mee aan de samenleving via bijvoorbeeld werk of verenigingsleven. Bijna een vijfde voelde zich zeer eenzaam.’ Dat meldt het SCP.

Er gaat veel goed

In de onderzoekspublicatie Zicht op de Wmo 2015 stelt het SCP dat er al heel veel goed gaat rondom de uitvoering van de Wmo. ‘De doelen van de Wmo 2015 zijn redzaamheid, participatie, langer thuis wonen en zo min mogelijk eenzaamheid. Deze doelen werden voor de meeste melders bereikt. Maar voor een aanzienlijk deel ook niet. Ruim een kwart had geen werk, opleiding, verenigingen of vrijetijdsbesteding buitenshuis. En bijna een vijfde van de melders voelde zich zeer eenzaam. Drie op de vier melders die ondersteuning kregen, vonden dat die veel hielp. Maar ondanks de geboden hulp en ondersteuning kon een kwart van de melders niet het huishouden doen. Bijna een vijfde had, ook met hulp en ondersteuning, moeite om zich binnenshuis of buitenshuis te verplaatsen. En voor een kwart was het, ondanks hulp en ondersteuning, niet haalbaar om een zinvolle invulling te geven aan de dag.’

Onafhankelijke cliëntondersteuning

Om de wettelijke taken beter uit te kunnen voeren, heeft het SCP een aantal aanbevelingen opgesteld. Zo wordt geadviseerd de bekendheid van de onafhankelijke cliëntondersteuner te vergoten. ‘Onafhankelijke cliëntondersteuning en persoonlijke ondersteuningsplannen heeft de wetgever bedoeld als instrumenten voor melders om goed voorbereid in gesprek te gaan met de gemeente. Het gebruik ervan blijkt laag en de bekendheid ook, maar bij doorvragen blijkt er bij een deel van de melders wel behoefte aan te bestaan. Informatievoorziening over deze instrumenten is dus voor verbetering vatbaar.’

Kennis vergroten

Ook pleit het SCP ervoor dat het kennisniveau van medewerkers bij gemeenten omhoog gaat. ‘Het gebrek aan kennis bij gemeenten/gespreksvoerders over bepaalde doelgroepen, zoals mensen met psychische problemen, is een hardnekkig probleem.’ Om dit op te kunnen lossen, raadt het SCP gemeenten onder meer aan om bij de werving van nieuwe gespreksvoerders meer gewicht aan kennis over specifieke Wmo-doelgroepen te hangen. ‘Als dit voor kleinere gemeenten niet haalbaar is, kan (verdere) regionale samenwerking in de gespreksvoering allicht soelaas bieden.’

Eenzaamheid

Uit het onderzoek kwam naar voren dat één op de vijf melders zich ernstig eenzaam voelt terwijl het aantal melders dat eenzaamheid noemde als reden om zich te melden bij het Wmo-loket veel lager lag. ‘Eenzaamheid lijkt hiermee typisch een onderwerp dat mensen niet snel noemen terwijl het wel speelt. Zorg dus als gemeente dat je gespreksvoerders voldoende (gespreks)vaardigheden hebben om eventuele eenzaamheid boven tafel te krijgen, ook wanneer deze niet direct lijkt te spelen.’


Om een stapeling van kosten te voorkomen en administratieve druk te verlagen, introduceert het nieuwe kabinet een abonnementstarief op Wmo-ondersteuning van 17,50 euro per vier weken. Lees meer>>


Eigen bijdrage

Het SCP raadt gemeenten aan om voldoende aandacht te hebben voor de financiële positie van de melder/cliënt. Uit het onderzoek komt namelijk naar voren dat één op de twintig melders vanwege de eigen bijdrage helemaal of gedeeltelijk van afzag om hun maatwerkvoorziening te accepteren. ‘Als dat draagkrachtige melders zijn met eigen regelvaardigheden dan is dit geen probleem, maar anders misschien wel. Bespreek dus met de melder of de gekozen oplossing financieel haalbaar is en informeer na enige tijd of de oplossing is gerealiseerd. Financiële onhaalbaarheid kan dan alsnog aan het licht komen en zo nodig kan gezamenlijk naar een oplossing worden gezocht.’

Meer aandacht voor mantelzorger

Omdat veel mantelzorgers die meewerkten aan het onderzoek aangaven dat ze ontevreden zijn over het contact met de gemeente rondom de zorgbehoevende of rondom de ondersteuningsvraag van henzelf en ze zich  vaak niet gehoord voelen, is het voor gemeenten en sociaal professionals volgens het SCP ook raadzaam om meer aandacht aan de mantelzorgers te besteden. Bijvoorbeeld door voldoende rekening te houden met de mantelzorger bij het bepalen van een oplossing, door de mantelzorger inspraak te geven in de zorgverlening en door de mogelijkheden van mantelzorgondersteuning meer onder de aandacht te brengen.

Lees hier de hele publicatie van het SCP.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.