‘Kanjertraining’ helpt scholieren bij sociaal-emotionele problemen: Een kind leren zichzelf te zijn

Een kind leren positief over zichzelf en anderen te denken, waardoor het minder last heeft van sociale stress en afwijkend gedrag. Dat is het doel van de 'kanjertraining' die zowel in een particuliere praktijk als op scholen wordt gegeven. Met succes, zo blijkt onder meer op de Amsterdamse Slootermeerschool. Ruim tachtig procent van de jonge deelnemers vertoont na afloop 'normaal' gedrag.

Hier ben ik.

Het is goed dat ik er ben.

Er zijn mensen die van mij houden.

Niet iedereen vindt mij aardig, dat hoort ook zo.

Ik durf een eigen mening te hebben,

en te zeggen wat ik voel en wat ik wil.

Ik ben verstandig.

Doet iemand vervelend, dan haal ik mijn schouders op.

Ik luister naar kritiek.

Doet iemand naar, dan doe ik niet mee.

Ik gedraag me als een kanjer,

want ik ben een kanjer.

Deze tekst staat op het diploma dat kinderen krijgen als ze hebben

meegedaan aan de ‘kanjertraining’. Deze training, in 1996 ontwikkeld door

onderwijzer en psycholoog Gerard Weide, leert kinderen zich te handhaven in

groepen en is vooral bedoeld voor kinderen die niet lekker in hun vel zitten,

zich agressief uiten of juist teruggetrokken gedrag vertonen. Deze kinderen

worden tijdens de training bij elkaar in de groep gezet, zodat ze van elkaar

kunnen leren. Belangrijk in de aanpak is, dat kind, ouders en school

samenwerken.

Weide heeft in zijn training verschillende oefeningen ingepast. Zo zijn er

lichamelijke oefeningen om kinderen vertrouwen in elkaar te laten krijgen en

rollenspellen om het inlevingsvermogen van kinderen te vergroten. Uiteindelijk

leren de kinderen met deze methode op een positieve manier met elkaar omgaan.

Speciaal voor de kanjertraining ontwikkelde Weide een leerlingvolgsysteem,

waarin problemen opgespoord kunnen worden en gedrag van voor en na de

kanjertraining met elkaar kan worden vergeleken. Uit deze gegevens blijkt dat

ruim tachtig procent van de kinderen na afloop normaal gedrag vertoont, dat ook

zichtbaar is in de leerresultaten. Na de kanjertraining blijken kinderen zich

beter te kunnen concentreren en dat heeft vooral effect op het rekenen.

Leerkrachten geven verder aan dat verbale agressie in de klas afneemt en dat

verbale communicatie van stille kinderen toeneemt.

Ondanks het succes van de training, is het Weide nog niet gelukt de

kanjertraining onder te brengen bij een instelling en krijgen klanten van het

particuliere instituut geen vergoeding van de verzekeraar. Om toch zoveel

mogelijk kinderen en hun ouders te helpen, besloot hij om naast de trainingen op

het Instituut voor Kanjertrainingen ook leerkrachten op de basisschool op te

leiden om training te geven aan verschillende klassen. Waren dat in eerste

instantie alleen de groepen 5 tot en met 8, nu is er ook een speciale lesmethode

voor de groepen 2 en 3. Er zijn twee lesboeken: één voor de oudste kinderen en

één voor de jongste groep. In de boeken vertegenwoordigen dieren een bepaald

gedrag. Zo is er een pestvogel, een aapje dat altijd grappig wil doen en een

meeloper is, een bang en onzeker konijntje en de populaire tijger, die voor de

kanjer staat. In de klas worden vier verschillende petjes gebruikt om het type

karakter aan te duiden: een gele pet voor het konijn, een rode voor het aapje,

de pestvogel wordt aangeduid door een zwarte pet en de witte pet staat symbool

voor de tijger. Door middel van oefeningen leren de kinderen hoe verschillende

types op bepaalde situaties reageren. Ze spelen situaties na en de kleur pet

bepaald hoe ze moeten reageren. Door de verschillende petjes op te zetten die

bij de vier types horen leren verlegen ‘konijntjes’ hoe de ‘aapjes’ in een

bepaalde situatie zouden reageren en andersom. Hiermee leren ze reageren vanuit

hun gevoel.

Weerbaar

Weide legt uit wat zijn doel is met de training. ‘Je wilt kinderen

graag weerbaar maken, maar het is vooral belangrijk dat ze een keus hebben. Als

een konijn niet wil veranderen, dan is dat zijn keuze. Het kind weet namelijk,

door alle oefeningen, dat het ook anders kan. Dat geldt ook voor de aapjes, de

meelopers. Die weten welk effect hun geklier heeft op anderen en die weten dat

anderen hen niet mogen. Na de kanjertraining zie je bij ruim tachtig procent van

de konijnen en aapjes een grote verandering in het gedrag. Pestvogels, dat is

een ander verhaal. Gelukkig komen ze niet vaak voor, maar deze willen niet

veranderen. Ze zijn heel doelbewust bezig met macht verkrijgen over anderen. Het

enige wat je in de klas kunt doen, is de tijgers, aapjes en konijnen leren

omgaan met de pestvogel.’

De Slootermeerschool in Amsterdam is vorig schooljaar gestart met

kanjertrainingen in groep 5 en 8. Een aantal leerkrachten volgde de speciale

training aan het instituut. De school, die veel last heeft van agressieve

jongens, is al een tijd bezig om het probleemgedrag aan te pakken. Consequent

zijn, goed contact met ouders en sinds vorig jaar ook de inzet van de

kanjertraining. Marianne Kamphuis gaf de training aan groep 8 en was verbaasd

hoe snel de kinderen het oppakten. ‘Ze hadden de verschillen tussen de types

goed in de gaten en speelden dat zonder moeite na. Het was ook erg leuk om te

zien dat kinderen elkaar, terwijl we helemaal niet met de training bezig waren,

corrigeerden op slecht gedrag. Zo van: wat ben jij vandaag een pestvogel. En

uiteindelijk wilden alle kinderen de tijger zijn. Deze groep zit nu op het

voortgezet onderwijs. Ik ben erg benieuwd of het hen nu ook echt veranderd

heeft. In de klas merkte ik in ieder geval al snel verschil.’ Collega Gusta

Drieman gaf de training aan groep 5. Zij is vooral erg enthousiast over de

betrokkenheid van ouders. ‘Van de tien lessen waren er twee waar ouders ook bij

aanwezig waren. Dit is een belangrijke voorwaarde, want school en ouders moeten

wel op één lijn zitten. Na de tien lessen merk je echt een verschil in de klas.

We praten vaker over gevoelens en de kinderen letten meer op elkaar. Ze

corrigeren elkaar en proberen allemaal een kanjer te zijn.’

Zelfvertrouwen

Deze training op de Slootermeerschool was zo’n succes, dat alle

leerkrachten, begin september, een tweedaagse cursus kanjertraining volgen.

Weide staat voor de groep met de vier petjes. Hij legt de leerkrachten door

middel van voorbeelden en oefeningen uit wat de werking is van de

kanjertraining. ‘Hoe geef je een kind zelfvertrouwen?’ begint hij zijn betoog.

‘Hoe bouw je dat op? Daarvoor is in eerste instantie een veilige omgeving nodig

en daarnaast moet je laten zien dat een kind anders mag zijn, zodat het durft te

praten, durft te vragen en leert ‘nee’ te zeggen. Het valt mij op dat de meeste

kinderen vol zelfvertrouwen op school beginnen als ze vier jaar zijn. Dan

doorlopen ze de hele cyclus en aan het eind is het kind stukgelopen. Dat komt

door de afwijzing die ze krijgen als ze iets niet goed doen. Natuurlijk moet een

kind weten dat niet alles kan en mag, maar het moet wel respect houden voor zijn

eigen kunnen en zichzelf blijven. Zelfvertrouwen halen we vooral uit wat we

kunnen, weten en hebben, maar uiteindelijk gaat het erom wie je nu eigenlijk

bent.’

Weide geeft verschillende voorbeelden hoe het in de praktijk gaat. Met

een witte pet op speelt hij na hoe een verlegen persoon zich bij een

sollicitatie gedraagt. Het konijn heeft goede papieren, maar komt verkeerd over

tijdens het gesprek. Daarna laat hij zien hoe een zelfverzekerde pestvogel zich

door het gesprek heen bluft. Beide karakters laten niet zien wat iemand echt in

huis heeft

Niet zielig

Weide vertelt hoe je het pesten en gepest worden aan kunt pakken. Hij

geeft een voorbeeld van een meisje dat in de klas wordt gepest. ‘Stel vragen aan

de klas. Wie kent dit gevoel? Wie kan dit begrijpen? Op deze manier wordt de

groep zich bewust van gevoelens van elkaar. Geloof me, dit is de gouden truc. Je

kunt het in elke situatie toepassen. Het voorkomt dat een kind buiten de groep

valt. Koppel altijd terug naar de klas. Vraag de jongen: jij lacht en zij kijkt

beteuterd. Hoe komt dat? De hele klas leert zo welke gevoelens anderen

hebben.’

Kinderen die gepest worden kunnen daar ook zelf veel aan doen, vindt

Weide. ‘Een konijntje voelt zich vaak alleen en wordt vaak gepest. Ik vraag een

gepest kind: kijk jij anderen wel aan? Stel je wel eens vragen? Toon jij wel

eens belangstelling? Hier draait het om. Het verlegen kind moet leren dat het

niet zielig is, maar een probleem heeft dat kan worden aangepakt.’

Tot slot geeft Weide aan wat je kunt doen bij agressief gedrag van

kinderen. ‘Problemen thuis kun je niet veranderen, maar je kunt wel zorgen dat

een kind zich veilig voelt in de klas. Ga daarom ’s ochtends bij de deur staan

om het kind welkom te heten en laat merken dat je een kind mist als het er niet

is. Dat is een goede antidepressiva. Het is belangrijk dat je weet wat er bij

kinderen thuis speelt, want vaak heeft het gedrag een duidelijke achtergrond.

Let daarop.’ De reacties na afloop zijn positief. Directeur Lia Krombout gaat

bekijken welke lijn de school wil uitstippelen. ‘Leerkrachten spelen een

belangrijke rol bij de ontwikkeling van kinderen. Het is goed dat we ons er na

zo’n dag van bewust zijn. Dat houdt ons alert.’/Ester

Mijnheer

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.