Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Discriminatie in de zorg: ‘U bent de schoonmaker?’

Eén op de vijf zorgverleners heeft met discriminatie te maken. ‘Discriminatie in de zorg is heel lang weggewuifd, maar het tij lijkt te keren’, zegt kinderarts Jamiu Busari, kinderarts en universitair hoofddocent Medisch Onderwijs aan Maastricht University.
foto iStock

Een patiënt die een zwarte dokter weigert, een hulpverlener met hoofddoek die wordt aangezien voor de schoonmaker, een Surinaamse arts in opleiding die een compliment krijgt ‘omdat ze zo goed Nederlands spreekt.’ De pijnlijke voorbeelden zijn talrijk.

Busari, kinderarts en decaan bij de HOH Academy op Aruba, kent de vele gezichten van discriminatie en racisme in Nederland maar al te goed. Hij ondervindt het aan den lijve en kent de verhalen van collega’s, van studenten – artsen in opleiding over de foute grappen van collega’s, over misplaatste opmerking en regelrechte vooroordelen. ‘Ik weet heel goed waar ze het over hebben. Ik herken hun verhaal en ook ik heb lang mijn mond gehouden. Ik heb me heel lang geconformeerd om maar niet dé ander te zijn.’

Witte bril

Nederland is niet meer die homogene blanke samenleving van vroeger, stelt Busari. ‘We zijn een heel divers land, er zijn heel veel Nederlanders met andere achtergrond en andere kleur. Maar die witte bril is gebleven en zit diepgeworteld in het hele systeem.’  De cijfers zijn veelzeggend. Eén op de vijf zorgverleners heeft met discriminatie te maken, blijkt uit onderzoek. ‘Dit speelt op allerlei plaatsen in de zorg; jeugdzorg, thuiszorg, ouderenzorg, in ziekenhuizen’, zegt onderzoeker Hanan Nhass van Kennisplatform Integratie & Samenleving. Onderzoek naar verhalen en hoe organisaties hiermee omgaan, is er nauwelijks. Het is voor professionals die zich gediscrimineerd voelen, in de praktijk vaak lastig om het onderwerp bespreekbaar te maken. ‘Vaak wordt het ook niet serieus genomen, incidenten worden in de doofpot gestopt. Het was zo niet bedoeld, het was een grapje.’

Impliciete vooroordelen

De gevolgen van deze ‘verkeerde grappen’ en onderhuidse opmerkingen zijn allesbehalve onschuldig. Busari: ‘Er zijn studenten die hierdoor van opleiding zijn veranderd of overwogen hebben om te stoppen. Al die kleine micro-agressies laten toch littekens achter. Ik heb een hele dikke huid gekregen en houd inmiddels mijn mond niet meer.’ Ook tijdens zijn opleiding en in de periode daarna als kinderarts heeft Busari zelf moeten knokken tegen ‘impliciete vooroordelen’ over zijn kennis en kunde. ‘Ik beheers de Nederlandse taal goed, maar ik spreek met een accent en worstel soms nog met bepaalde zinsconstructies.’

Hij waarschuwt voor de gevolgen van die witte bril in de praktijk. ‘Ik heb vijftien jaar lang in Heerlen als kinderarts gewerkt, ik lag vaak in de clinch met hulpverleners die – door hun eigen vooroordelen – gezinnen in een bepaalde hokjes probeerden te duwen. Ze gaven kinderen uit bepaalde gezinnen nogal snel het advies om naar het speciaal onderwijs te gaan. Zonder zich te verdiepen in de culturele achtergrond. Dat kan echt vergaande gevolgen hebben.’

Van de grond

Fatma Hamed, senior Jeugd- en Gezinsprofessional bij Sensa Zorg, een zorgorganisatie in Amsterdam die juist gespecialiseerd is in ambulante cultuursensitieve zorg, maakt zich zorgen over de gevolgen voor de zorg en hulpverlening. ‘We hebben veel cliënten met een andere achtergrond, migranten die de taal soms niet goed beheersen. En we zien dat verwijzers – school, jeugdzorg, kinderbescherming – situaties soms totaal anders inschatten.’ Hamed geeft een voorbeeld van een Eritrese familie die in de kring op de grond at. ‘In het rapport richting kinderbescherming leek het of kinderen ‘van de grond’ moesten eten en verwaarloosd werden. Maar daar was echt geen sprake van.’

Ook worden families met een andere achtergrond vaak weggezet als ‘ongemotiveerd’. ‘Maar ouders kennen het Nederlandse systeem niet goed en zijn vaak heel bang dat hun kinderen zomaar uit huis worden gehaald. Je zal toch eerst het vertrouwen moeten winnen.’ Ook wordt er volgens Hamed soms bij gezinnen met een andere achtergrond snel om een IQ test gevraagd of een vermoeden van lvb uitgesproken. ‘Er is echt nog een hele wereld te winnen op dit gebied.’

Hoofddoek

De hulpverleners van Sensa Zorg – ruim honderd in totaal, met ruim dertig verschillende achtergronden – hebben zelf ook regelmatig te maken met racisme of discriminatie op de werkvloer. ‘Meestal is het heel onderhuids – bijvoorbeeld dat ze niet zo serieus worden genomen door een verwijzer. Soms ligt het er veel dikker bovenop.’ Fatma Hamed vertelt hoe onlangs nog een collega met hoofddoek aangezien werd voor de schoonmaakster toen ze aan een training begon. ‘Wij nemen dit soort zaken heel serieus. Het is echt belangrijk voor zorginstellingen om dit onderwerp bespreekbaar te maken. Dat ongemakkelijke gesprek moet je niet uit de weg gaan. En voor hulpverleners met een Nederlandse achtergrond kan dat een eyeopener zijn.’

Beweging

Het besef dat discriminatie en racisme in de zorg, op de werkvloer en in het onderwijs een ernstig probleem is, groeit, zegt onderzoeker Hanan Nhass. ‘Maar instellingen weten vaak niet hoe ze dit aan moeten vliegen. Ik hoorde onlangs dat bij een instelling het bord: “We discrimineren niet” hing, maar dat is eigenlijk vreemd. Je hangt toch ook geen bord “Wij stelen niet” op?’ Zorginstellingen worstelen soms met een dilemma: wat te doen met een cliënt die een hulpverlener met hoofddoek weigert? ‘Ze hebben een zorgplicht, maar aan de andere kant moeten ze ook een veilige omgeving creëren voor hun personeel.’

Volgens Busari is het belangrijk dat instellingen en witte collega’s zich uitspreken en aandacht houden voor het onderwerp. ‘Dan creëer je een veilige omgeving. In de Engelse literatuur noemt men dit “allyship”; de situatie waarbij een groep met bepaalde privileges opkomt voor mensen die dat niet hebben. Ik weet hoe moeilijk het is wanneer je in een afhankelijkheidspositie zit, als student of als professional, om discriminatie en racisme bespreekbaar te maken.’

Verkennend onderzoek

KIS is inmiddels samen met Vilans, kennisorganisatie voor langdurige zorg – een verkennend onderzoek gestart naar ervaringen met racisme en discriminatie vanuit patiënt of cliënt. Het onderzoek moet leiden tot praktische aanbevelingen voor professionals en instellingen om dit te voorkomen. Onderzoeker Nhass houdt ook korte lijntjes met Pharos, Expertisecentrum Gezondheidsverschillen.

Daar leidt Roshnie Kolste een onderzoek naar discriminatie ervaringen door cliënten en patiënten, de zorggebruikers. En het effect van discriminatie op hun gezondheid. Kolste: ‘Uit de wetenschap weten we dat discriminatie en uitsluiting ook echt impact heeft op de gezondheid en het welbevinden van zorggebruikers. We willen met dit onderzoek een bijdrage leveren aan het verminderen van de discriminatie in de zorg en hier handelingsperspectieven voor bieden.’

Hoopvol

Dokter Busari is hoopvol. Blacklivesmatters heeft veel in beweging gebracht. ‘Ook studenten, professionals en academici roeren zich. Dat is hard nodig. Het begint allemaal met educatie. Met het besef dat we allemaal blinde vlekken hebben. Ik ook. Pas wanneer we ons dat realiseren, is er ruimte voor beweging.’  De Universiteit Maastricht telt sinds 2018 een Diversity en Inclusivity office en ook een Diversity en Inclusivity Advisory Board waar hij sinds vorige jaar deel van uitmaakt. ‘Dat zijn belangrijke stappen. Ik word nu ook steeds vaker gevraagd voor lezingen en congressen. Een paar jaar geleden, wanneer ik riep dat er sprake is van institutioneel racisme in Nederland, werd er niet geluisterd.

Professionals die hun ervaringen met vooroordelen en discriminatie in de zorg willen delen en mee willen doen aan het onderzoek van KIS en Vilans kunnen hier hun ervaringen delen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.