Cliënten ervaren vooral stigmatisering tijdens behandeling

‘Stigmatiseren doen we allemaal. Als mens deel je de wereld in op basis van vooroordelen en dat is oké. Maar bepaalde vooroordelen kloppen niet. Dat is vaak het geval als het gaat om psychische kwetsbaarheid. Mensen met een psychische aandoening, en dat is ongeveer de helft van Nederland, kunnen daar last van hebben. Daar moeten we iets aan doen’, aldus Gerdien Rabbers, directeur Samen Sterk zonder Stigma.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
1-psychische-aandoening-AdobeStock.jpg

Om professionals handvatten te bieden om stigmatiseren tegen te gaan, is de Generieke module Destigmatisering ontwikkeld. Rabbers: ‘Deze module is met veel partijen tot stand gekomen. Alle beroepsgroepen hebben gezegd dat ze ermee willen werken. Dat betekent dat er draagvlak is en dat is belangrijk. Organisaties moeten aan de slag met destigmatisering en de module geeft handvatten hoe dat te doen. Maar het is van belang dat die informatie niet alleen gelezen wordt, maar ook wordt toegepast. En dat is spannend, want dat betekent ook dat je als professional kritisch naar jezelf moet kijken.

Stigmatisering

Uit cijfers van het Trimbosinstituut blijkt dat 42 procent van de samenleving ooit een psychische aandoening krijgt. Dat kan variëren van een eenmalige burn-out tot heel regelmatige psychoses. Rabbers: ‘Zeventig procent van de mensen met een psychische aandoening krijgt te maken met stigmatisering. Dat kan ertoe leiden dat ze vrienden en familie uit de weg gaan, geen hulp zoeken omdat ze zich schamen of het niet vertellen aan hun werkgever of leidinggevende uit angst om als bedrijfsrisico bestempeld te worden en bij een ontslagronde hun baan te verliezen.’

‘De ggz moet een imagoverandering ondergaan. Wanneer we een laagdrempelig klimaat kunnen organiseren dat niet samenloopt met het stigma van “gek zijn”, kunnen we zorgen dat mensen eerder de zorg krijgen die ze nodig hebben.’ Dat zegt Philippe Delespaul, hoogleraar aan de universiteit van Maastricht. Lees meer >>

Vooroordelen

Stigmatiseren gebeurt op allerlei gebieden, niet alleen in de ggz. Rabbers: ‘Het kantoor waar ik werk is gevestigd aan het Stationsplein in Amersfoort. Daar lopen veel jongeren rond, ook jongeren die te zwaar zijn. Aan het Stationsplein zijn ook een McDonald’s en een Smullers gevestigd. Als ik één van die zwaardere jongeren daar een frietje zie eten, vind ik daar direct iets van. Zo werkt het. Ook ik kijk op een bepaalde manier. En zo gaat het ook met mensen die lijden aan een psychische aandoening. Heeft iemand een verslaving? Dan denken mensen vaak “Eigen schuld, daar kun je iets aan doen”. Heeft iemand een depressie? Dan probeert de omgeving die persoon op te vrolijken door iets leuks te gaan doen. Horen mensen de term schizofrenie? Dan denken ze direct aan gevaarlijke mensen die met messen zwaaien. Dat soort ideeën leven er.’

Verkokerd beeld

En die ideeën leven overal. Ook in de ggz. Dat is volgens Rabbers ook niet zo vreemd. Kijk naar een politieagent. Die ziet in zijn werk vooral mensen die met de politie in aanraking komen. Dat betekent dat hij vooral de nare dingen uit de samenleving meekrijgen. Daardoor ontstaat bij hem een beeld van de samenleving wat misschien niet helemaal klopt, maar wat wel is wat hij dagelijks ziet. Rabbers: ‘Zo gaat het ook in de ggz. De professionals die daar werken, zien mensen op hun kwetsbaarst. Op het moment dat ze echt patiënt zijn en in de war. Als ze weer zodanig hersteld zijn dat ze geen hulp nodig hebben, zien hulpverleners ze vaak niet meer. Het herstel maken ze dus niet mee. Daardoor wordt hun beeld wat verkokerd en zo reageren ze ook. Stel bijvoorbeeld dat een patiënt borderline heeft. Die borderline speelt als de patiënt in behandeling is enorm op. Dus is dat het beeld van de professional over borderline, de situatie op zijn ergst. Terwijl je met borderline ook prima kunt leven als het beter met je gaat.’

Zelfstigma

Stigmatisering is volgens Rabbers een probleem van iedereen. Van de samenleving, de patiënt en de professional. ‘Op het moment dat een patiënt zelf last krijgt van een psychische aandoening, heeft hij zelf ook de negatieve beelden die over de aandoening heersen. Hij vindt daardoor iets van zichzelf, dat noemen we zelfstigma. En dat is een groot probleem want dat helpt niet in het herstel. Psychisch kwetsbare mensen zijn vaak al onzeker en zelfstigma kan een extra belemmering zijn om hulp te zoeken. En ook als ze eenmaal hersteld zijn, lopen ze nog tegen het stigma aan. Ik hoor bijvoorbeeld terug van mensen dat hun depressie verschrikkelijk was, maar het stigma waarmee ze daarna te maken kregen als nog pijnlijker ervoeren.’

Stigmatiseren in de ggz

Vooral mensen die binnen de ggz in behandeling zijn, vinden het stigma dat ze tegenkomen over hun aandoening zwaar. ‘Of dat komt omdat de cliënt op dat moment op zijn kwetsbaarst is, of omdat er binnen de ggz het meest wordt gestigmatiseerd, kan ik niet met zekerheid zeggen’. aldus Rabbers.

Bespreekbaar maken

Er moet dus iets veranderen. De eerste stap die professionals daarin kunnen zetten, is dat ze zich ervan bewust worden dat ze stigmatiseren. Vervolgens is het van belang dat het onderwerp bespreekbaar wordt gemaakt met cliënten. Rabbers: ‘Je bent opgeleid om te diagnosticeren en een behandeling te geven, maar kijk ook naar het stigma en het zelfstigma dat mensen tegenkomen. Waar zijn je cliënten bang voor, wat verwachten ze dat mensen gaan zeggen? Bespreek ook dat.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.