Home Jeugdbeleid Pagina 2

Jeugdbeleid

Kinderbescherming in oorlogstijd: voogdijvereniging Tot Steun

Terugkijken helpt om in de toekomst nieuw beleid uit te stippelen. Dat geldt zeker voor de benadering van kwetsbare groepen in de samenleving zoals kinderen. De kinderbescherming had daarin sinds 1905 een taak. Een bijzondere omstandigheid vormde de Tweede Wereldoorlog. Hoe hebben kinderbescherming, tehuizen en voogdijinstellingen zich in de jaren 1940–1945 opgesteld? Dit artikel gaat daarbij nader in op de voogdijvereniging Tot Steun en de pupillen die ze onder haar hoede had. Daarnaast staan we stil bij de vraag welke invloed de oorlog had op het beleid van Tot Steun en in het bijzonder op de kinderen die zij onder haar hoede had.
Jeugdhulp

Leer jongeren om hun brein met zorg te behandelen

Het brein is ons kostbaarste bezit. Door de grote, onder andere digitale veranderingen in onze maatschappij wordt er een ander beroep gedaan op ons brein, waardoor er intoenemende mate overbelasting ontstaat. Recente cijfers bevestigen een toename van psychische klachten en burn-outs onder kinderen en jongeren. Om deze tendens te keren is het belangrijk dat er oog komt voor vroegtijdige psycho-educatie over het brein, op grond waarvan jongeren passende strategieën kunnen ontwikkelen om ervoor te zorgen dat hun brein in balans blijft. Belangrijk hierbij is dat er aandacht is voor de evolutietheorie en de window of tolerance, zodat jongeren de werking van hun brein gaan herkennen en zich er meer bewust van worden. De wetenschappelijk onderbouwde strategieën ‘positief herformuleren’, ‘uitdagen’, ‘afleiden’, en ‘accepteren’ omvatten alle tools die nodig zijn om te komen tot een bewust brein dat in balans is.
Jeugdhulp

De effectiviteit van Eigen Kracht-conferenties in de jeugdzorg

Op 15 mei 2019 verdedigde Sharon Dijkstra haar proefschrift, getiteld Balancing the scale of responsibility: The effectiveness of family group conferencing in child welfare. Vijf jaar lang hebben de auteurs, in samenwerking met de Eigen Kracht Centrale en Jeugdbescherming Regio Amsterdam, onderzoek gedaan naar de effectiviteit van Eigen Kracht-conferenties bij gezinnen betrokken bij Jeugdbescherming Regio Amsterdam. Dit artikel geeft een overzicht van de belangrijkste onderzoeksresultaten.
Jeugdhulp

Eigen Kracht-conferentie is een besluitvormingsmodel, geen hulpverlening

Dijkstra beschrijft in dit nummer van Jeugdbeleid haar promotieonderzoek naar de effectiviteit van een Eigen Kracht-conferentie (EK-c). Dat onderzoek deed nogal wat stofopwaaien: zo zou er weinig bewijs zijn voor de effectiviteit van EK-conferenties in de jeugdzorg. In dit artikel wordt betoogd dat het onderzoek van Dijkstra andere uitgangspunten heeft dan die van de Eigen Kracht-conferenties. Zo is de EK-c een besluitvormingsmodel en geen hulpverlening, waardoor vergelijkingen met andere hulpverlening (van wijkteams bijvoorbeeld) weinig zinvol is. In de indeling van de gezinnen in het onderzoek van Dijkstra door de computer in een groep met ‘wel EKC’ en een groep met ‘niet EKC’ [NB door Dijkstra wordt de afkorting EKC gebruikt voor Eigen Kracht-conferentie; in dit artikel EK-c] wordt er geen rekening gehouden met de motivatie van betrokkenen voor deelname, terwijl motivatie bij een EK-c een voorwaarde is. Een EK-c functioneert als een brug tussen families (leefwereld) en professionals (systeemwereld) waardoor het vormgeeft aan de noodzakelijke transformatie van jeugdhulp. Dijkstra heeft de Eigen Kracht-conferenties voor haar onderzoek niet juist ingezet, zo is een belangrijke conclusie.
Jeugdhulp

Punaisepoetsers als businessmodel

Als, zoals in de afgelopen weken bleek, de onvolkomen decentralisatie van de jeugdzorg tot het actuele moppenrepertoire van Fokke & Sukke, van Kamagurka en van Youp van ’t Hek gaat behoren, wordt het de hoogste tijd dat de jeugdsector kritisch naar zichzelf kijkt.
Jeugdhulp

Sociaal Netwerk werkt, maar het systeem (nog) niet!

Hoe kunnen wij de familie, het sociale netwerk en de wijk meer betrekken, inzetten of gebruiken om de door ons gewenste ontwikkeling op gang te brengen? Dit vragen veel gemeenten, organisaties en professionals zich af. Ze blijven proberen familie en sociaal netwerk te betrekken bij hun cliënten en in te zetten bij hun hulpverlening. Waarom? Als wij het aan professionals en organisaties vragen, geven zij als antwoord: opdracht van de gemeente en kostenbesparing. Als wij het aan gemeenten vragen, vliegen termen als zelfredzaamheid, eigen kracht, regie, één plan, burgerparticipatie en kostenbesparing ons om de oren. En als wij het aan burgers vragen, luidt het antwoord: bezuinigingen en wij mogen participeren als wij meewerken aan hun plannen.
Jeugdhulp

Het pupildossier als bron

Voor historici die onderzoek doen naar de naoorlogse residentiële jeugdzorg kan het lastig zijn om zicht te krijgen op het kind. Een bron die mogelijk uitkomst biedt, is het pupildossier. In historisch onderzoek worden bronnen als dossiers vaak gebruikt om een stem te geven aan onderbelichte groepen, zoals kinderen in de jeugdzorg. De gedachte hierachter is dat het dossier zicht biedt op de ervaringen, gedachten en gevoelens van het kind, die anders buiten beeld blijven.
Jeugdhulp

Bouwen aan een kindvriendelijke gemeente

De gemeente Apeldoorn zet bewust in op het versterken van haar karakter als mooie en leefbare gezinsstad. Het college heeft het strategische thema ‘Comfortabele Gezinsstad’in het leven geroepen. Met een ambitieus programma werkt de lokale overheid op verschillende vlakken aan Apeldoorn als gezinsvriendelijke stad. Het programma Comfortabele Gezinsstad heeft drie pijlers: 1) Buitenruimte voor iedereen, 2) Gezond en veilig opgroeien en 3) Generaties verbinden. In dit artikel wordt ingegaan op de verschillende thema’s en ambities binnen het programma. Er wordt ook aandacht besteed aan de betrokkenheid van inwoners en andere partijen. Tot slot wordt vooruitgekeken naar de ontwikkeling van Apeldoorn als kindvriendelijke gemeente.
Jeugdhulp

Een natuurlijke mentor voor iedere jongere

Uithuisplaatsing wordt bij voorkeur voorkomen, omdat het een traumatische ervaring is die weinig effectief is en samenwerking met het sociale netwerk bemoeilijkt, terwijl er in het sociale netwerk volwassenen zijn die jongeren als ondersteunend ervaren: natuurlijke mentoren. Dit artikel is gebaseerd op het proefschrift van Levi van Dam met als hoofdvraag: is het haalbaar om de relatie tussen jeugdigen en een informele mentor in zijn of haar sociale netwerk (‘wie werkt’) uit te breiden, de behandeling (‘wat werkt’) te verrijken met het unieke perspectief en de invloed en kennis van deze mentor, zodat de veerkracht van de jeugdige en het gezin toeneemt en uiteindelijk de uithuisplaatsing van jongeren wordt voorkomen? Een programmatheorie, meta-analyse, vergelijkend onderzoek en kwalitatief onderzoek laten zien dat natuurlijke-mentorrelaties de ontwikkeling van een jongere positief beïnvloeden en uithuisplaatsing kunnen voorkomen. Echter, er kunnen ook nieuwe interactieproblemen ontstaan als gevolg van de samenwerking met het sociale netwerk. Verder onderzoek is noodzakelijk.
Jeugdhulp

Recht op spelen – het Kinderrechtenverdrag in de praktijk en de stem van het kind

In dit artikel staan de auteurs eerst stil bij het Kinderrechtenverdrag. In dat verdrag is onder andere artikel 31 opgenomen, dat kinderen recht geeft op rust, vrije tijd, spel endeelname aan culturele activiteiten. Dat betekent niet dat dit in de praktijk ook altijd zo toegepast wordt. De steden groeien dicht en kinderen worden overladen met drukke programma’s. In 2013 is bij artikel 31 van het Kinderrechtenverdrag een General Comment aangenomen dat dieper ingaat op artikel 31. Dat dienen gemeenten ter harte te nemen. De gemeente Leiden is actief bezig met het recht van kinderen op voldoende en kwalitatief goede speelruimte. De gemeente heeft bijvoorbeeld in een beleidskader zogenaamde speelrichtlijnen opgenomen, die zijn uitgewerkt in een speelplekkenrichtlijn en een speelruimterichtlijn. Tevens is Leiden koplopergemeente voor de implementatie van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Voor kinderen in Leiden heeft dit gunstige gevolgen. Zo zijn zij nadrukkelijk betrokken bij de inrichting van een ‘inclusieve speeltuin’, een speeltuin die zo is ingericht dat alle kinderen – met en zonder beperking – samen kunnen spelen in Leiden.