Home Jeugdbeleid Pagina 2

Jeugdbeleid

Transformatie

Transformatie in de jeugdhulp: de noodzaak tot wonderwoordendialoog

Dit artikel behandelt de eerste vier transformatiedoelen van de Jeugdwet. Hoe ver zijn we met de realisatie van deze transformatiedoelen, en wat zijn de dilemma’s en knelpunten bij de realisatie ervan? Wat maakt dat het wonderwoorden zijn? Bij elk transformatiedoel schetst de auteur een aantal van zijn observaties, mede geïnspireerd door onderzoek dat hij samen met anderen de afgelopen jaren heeft gedaan. Afsluitend gaat hij in op de implicaties voor het wonderwoord ‘professionele ruimte’, het vijfde transformatiedoel.
Jeugdhulp

Definitief afscheid

Naar mijn stellige overtuiging is een van de redenen van de weinig gelukkige ontwikkelingen in het jeugdbeleid in het algemeen en de jeugdzorg in het bijzonder dat het denkkader van politici en beleidsmakers zo godallemachtig beperkt is. Ze gaan zelden naar het buitenland om een congres te bezoeken, voor zichzelf een studiereis organiseren zit er helemaal niet in, en een relevante opleiding volgen lijkt uit den boze. Het interessantste vind ik wel dat er daarnaast weinig vakmatig wordt gelezen. Als ik met wethouders en ambtenaren jeugd spreek, blijkt dat zij hun informatie vooral putten uit de VNG-bron. Dat heeft zijn repercussies voor dit tijdschrift. Na 13 jaargangen heeft Jeugdbeleid nog steeds te weinig abonnementen bij gemeenten, die eigenlijk de belangrijkste afnemers zouden moeten zijn. Dat zet in allerlei opzichten weinig zoden aan de dijk. De uitgever en in het bijzonder Joyce Rodenhuis hebben zich jarenlang ingezet om de neutrale en kritische informatie inzake jeugdbeleid overeind te houden. Maar er komt nu een eind aan. De redactie dankt de uitgeverij en Joyce voor hun uithoudingsvermogen en de mogelijkheid die wij kregen om de jeugdsector onafhankelijk en kritisch te informeren en te inspireren.
Jeugdhulp

Van oplichterssyndroom tot knoeierijen

Victor Lustig, geboren in 1890 en gestorven in 1947, was een bekende oplichter. Een van de trucs die hem beroemd maakte, is de zogenaamde geldboxzwendel. Hij demonstreerde daarbij een machine die geld kon kopiëren. Terwijl hij het demonstreerde, klaagde hij dat het een traag proces was omdat een briefje van 100 dollar produceren zes uur kostte. De meeste luisteraars voorzagen grote winst in deze machine en zagen de klachten als een luxeprobleem. Immers, als je het apparaat dag en nacht laat draaien, verdien je 400 dollar per dag, zonder er iets voor te hoeven doen. Een aantal mensen kocht de machine graag voor slechts 30.000 dollar. De kopers vermoedden niet dat de machine in de komende uren slechts twee nieuwe honderddollarbiljetten zou produceren, en daarna alleen maar blanco papier. Tegen die tijd was Lustig echter al lang en breed vertrokken en waren de kopers 29.800 dollar armer.
Jeugdhulp

Verregaande transformatie in Geldrop-Mierlo met het Heppie (t)Huis

Jaarlijks kunnen bijna 50.000 kinderen in Nederland voor kortere of voor langere tijd niet thuis wonen. Met deze uithuisgeplaatste kinderen wordt heel wat afgezeuld van deene instelling of locatie naar de andere. Het Vergeten Kind heeft met de actie ‘Stop de Carrousel’ veel discussie losgemaakt. De gemeente Geldrop-Mierlo, die zelf geen voorziening voor jeugdhulp met verblijf heeft, nam de uitdaging aan. In deze gemeente werd met geld van Het Vergeten Kind een hypermodern pand neergezet – het Heppie (t)Huis – waar acht kinderen en twee professionals kunnen wonen. In tegenstelling tot andere voorzieningen voor jeugdhulp met verblijf zijn er voor de gemeente Geldrop-Mierlo geen huisvestingskosten verbonden aan het Heppie (t)Huis. Hierdoor kan de financiering vanuit de gemeente vrijwel geheel besteed worden aan hulp voor jeugdigen. Dit betekent meer kwaliteit voor onze jeugdigen. De gemeente heeft daarbij besloten om vijf jaar lang een jaarlijkse begrotingssubsidie toe te kennen zodat de continuïteit gewaarborgd is. Dit artikel beschrijft wat het Heppie (t)Huis is, hoe het huis tot stand is gekomen en op welke wijze het Heppie (t)Huis bijdraagt aan de transformatie van jeugdhulp in de gemeente Geldrop-Mierlo.
Jeugdhulp

Punaisepoetsers als businessmodel

Als, zoals in de afgelopen weken bleek, de onvolkomen decentralisatie van de jeugdzorg tot het actuele moppenrepertoire van Fokke & Sukke, van Kamagurka en van Youp van ’t Hek gaat behoren, wordt het de hoogste tijd dat de jeugdsector kritisch naar zichzelf kijkt.
Jeugdhulp

Sociaal Netwerk werkt, maar het systeem (nog) niet!

Hoe kunnen wij de familie, het sociale netwerk en de wijk meer betrekken, inzetten of gebruiken om de door ons gewenste ontwikkeling op gang te brengen? Dit vragen veel gemeenten, organisaties en professionals zich af. Ze blijven proberen familie en sociaal netwerk te betrekken bij hun cliënten en in te zetten bij hun hulpverlening. Waarom? Als wij het aan professionals en organisaties vragen, geven zij als antwoord: opdracht van de gemeente en kostenbesparing. Als wij het aan gemeenten vragen, vliegen termen als zelfredzaamheid, eigen kracht, regie, één plan, burgerparticipatie en kostenbesparing ons om de oren. En als wij het aan burgers vragen, luidt het antwoord: bezuinigingen en wij mogen participeren als wij meewerken aan hun plannen.
Jeugdhulp

Het pupildossier als bron

Voor historici die onderzoek doen naar de naoorlogse residentiële jeugdzorg kan het lastig zijn om zicht te krijgen op het kind. Een bron die mogelijk uitkomst biedt, is het pupildossier. In historisch onderzoek worden bronnen als dossiers vaak gebruikt om een stem te geven aan onderbelichte groepen, zoals kinderen in de jeugdzorg. De gedachte hierachter is dat het dossier zicht biedt op de ervaringen, gedachten en gevoelens van het kind, die anders buiten beeld blijven.
Jeugdhulp

Bouwen aan een kindvriendelijke gemeente

De gemeente Apeldoorn zet bewust in op het versterken van haar karakter als mooie en leefbare gezinsstad. Het college heeft het strategische thema ‘Comfortabele Gezinsstad’in het leven geroepen. Met een ambitieus programma werkt de lokale overheid op verschillende vlakken aan Apeldoorn als gezinsvriendelijke stad. Het programma Comfortabele Gezinsstad heeft drie pijlers: 1) Buitenruimte voor iedereen, 2) Gezond en veilig opgroeien en 3) Generaties verbinden. In dit artikel wordt ingegaan op de verschillende thema’s en ambities binnen het programma. Er wordt ook aandacht besteed aan de betrokkenheid van inwoners en andere partijen. Tot slot wordt vooruitgekeken naar de ontwikkeling van Apeldoorn als kindvriendelijke gemeente.
Jeugdhulp

Een natuurlijke mentor voor iedere jongere

Uithuisplaatsing wordt bij voorkeur voorkomen, omdat het een traumatische ervaring is die weinig effectief is en samenwerking met het sociale netwerk bemoeilijkt, terwijl er in het sociale netwerk volwassenen zijn die jongeren als ondersteunend ervaren: natuurlijke mentoren. Dit artikel is gebaseerd op het proefschrift van Levi van Dam met als hoofdvraag: is het haalbaar om de relatie tussen jeugdigen en een informele mentor in zijn of haar sociale netwerk (‘wie werkt’) uit te breiden, de behandeling (‘wat werkt’) te verrijken met het unieke perspectief en de invloed en kennis van deze mentor, zodat de veerkracht van de jeugdige en het gezin toeneemt en uiteindelijk de uithuisplaatsing van jongeren wordt voorkomen? Een programmatheorie, meta-analyse, vergelijkend onderzoek en kwalitatief onderzoek laten zien dat natuurlijke-mentorrelaties de ontwikkeling van een jongere positief beïnvloeden en uithuisplaatsing kunnen voorkomen. Echter, er kunnen ook nieuwe interactieproblemen ontstaan als gevolg van de samenwerking met het sociale netwerk. Verder onderzoek is noodzakelijk.
Jeugdhulp

Recht op spelen – het Kinderrechtenverdrag in de praktijk en de stem van het kind

In dit artikel staan de auteurs eerst stil bij het Kinderrechtenverdrag. In dat verdrag is onder andere artikel 31 opgenomen, dat kinderen recht geeft op rust, vrije tijd, spel endeelname aan culturele activiteiten. Dat betekent niet dat dit in de praktijk ook altijd zo toegepast wordt. De steden groeien dicht en kinderen worden overladen met drukke programma’s. In 2013 is bij artikel 31 van het Kinderrechtenverdrag een General Comment aangenomen dat dieper ingaat op artikel 31. Dat dienen gemeenten ter harte te nemen. De gemeente Leiden is actief bezig met het recht van kinderen op voldoende en kwalitatief goede speelruimte. De gemeente heeft bijvoorbeeld in een beleidskader zogenaamde speelrichtlijnen opgenomen, die zijn uitgewerkt in een speelplekkenrichtlijn en een speelruimterichtlijn. Tevens is Leiden koplopergemeente voor de implementatie van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Voor kinderen in Leiden heeft dit gunstige gevolgen. Zo zijn zij nadrukkelijk betrokken bij de inrichting van een ‘inclusieve speeltuin’, een speeltuin die zo is ingericht dat alle kinderen – met en zonder beperking – samen kunnen spelen in Leiden.