Blog: Omgaan met morele dilemma’s op je werk

Wat doe je als je collega, de conciërge van het buurtcentrum, gepest wordt door een groep jongeren uit de wijk omdat hij homo is? En hoe handel je als een meisje uit de meidengroep die je begeleidt ineens een sluier gaat dragen? En ze mannen geen hand meer wil geven?

In de vorige KISblog gaf Hanneke Felten drie tips om discriminatie aan te pakken >>

Voor veel sociale professionals zijn dit herkenbare dilemma’s. Na het verschijnen van het rapport ‘Weerbare jongeren, weerbare professionals’ riep ik in een eerdere blog professionals op om met elkaar te komen tot een gemeenschappelijk handelingskader. Een kader voor het omgaan met morele dilemma’s in de beroepspraktijk, onafhankelijk van de individuele meningen van medewerkers. Maar hoe doe je dat?

Moreel kompas

We denken allemaal op een bepaalde manier, om een bepaalde reden. Iedereen vaart op zijn eigen moreel kompas. Maar hoe ontwikkel je bij morele kwesties één kompas voor jou en je collega’s? En wie bepaalt in welke richting dat wijst? De meerderheid van stemmen? Zo vrijblijvend is het niet. Een deel van de antwoorden vindt een basis in de wet. Zo is discriminatie verboden en heeft iedereen recht op gelijke behandeling en vrijheid van religie. En met het recht op zelfbeschikking mag elk individu zelfstandig keuzes maken over leefstijl, partner, kinderen, opleiding en werk.

Normatief kader

De wet biedt dus houvast bij het beoordelen van lastige kwesties in de praktijk. KIS heeft dit uitgewerkt in een opzet voor een normatief kader. Die opzet helpt professionals bij het ontwikkelen van gemeenschappelijke uitgangspunten. Daarmee kunnen zij praktijksituaties wegen en beoordelen. Waar leidt dat toe bij de voorbeelden die ik aan het begin van deze blog noemde? Bij het gesluierde meisje dat geen hand meer geeft aan mannen kan de conclusie zijn dat zij in haar recht staat. Denk aan het recht op zelfbeschikking en vrijheid van godsdienst. Verbieden is dan geen optie en melden bij de dienst veiligheid van de gemeente een brug te ver. Maar tegelijkertijd kan een gesprek om de zorgen hierover in alle openheid met haar te bespreken óók gewenst zijn. Want ze kan onder druk van familie of vrienden deze keuze hebben gemaakt. In dat geval wordt haar recht op zelfbeschikking juist ondermijnd. Hoe kunnen we haar ondersteunen, wordt dan het uitgangspunt.


Annemarie van Hinsberg leidt op het Zorg+Welzijn congres Werken aan weerbaarheid, preventie van polarisatie en radicalisering op 31 januari een workshop over morele dilemma’s. Meer weten of aanmelden? Klik dan hier >>


Gedeelde visie

Zo’n besluit, van bijvoorbeeld een team sociale professionals, zal soms afwijken van wat je als individu zou beslissen. Professionals moeten hun persoonlijke mening kunnen overstijgen. En gezamenlijke uitgangspunten formuleren die een heldere en gedragen visie onderschrijven. Dat is in het belang van de professionals en ook van het management. Want een leidinggevende moet soms zelf de knoop doorhakken. Daarbij is het belangrijk dat ook deze zich kan verantwoorden op basis van de gedeelde visie, regels en afspraken. Een gemeenschappelijk kader is dus meer dan een verzameling van individuele meningen. Een eerste stap is bewustzijn creëren over de vraag waarom er een moreel dilemma is.

Bespreekbaar maken

Voor instellingen die aan de slag willen met een gedragen visie en gedragscodes voor het omgaan met morele dilemma’s in de praktijk, ontwikkelt KIS een workshop. Doel daarvan is het bespreekbaar maken en vergroten van bewustzijn van het eigen referentiekader, het grondwettelijke referentiekader en die van de organisatie als verschillende handelingskaders.

Annemarie van Hinsberg is programmacoördinator bij Kennisplatform Integratie & Samenleving.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.