Hoe ga jij om met jongeren die religieus zijn?

Jongeren zoeken naar hun identiteit en naar hun persoonlijkheid. Religie en levensbeschouwing zijn daar vaak onderdeel van. Maar professionals vinden het moeilijk om die onderwerpen mee te nemen in de hulp aan jongeren. KIS onderzocht hoe dat komt.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
diversiteit
foto: Mauritius Images

In de hulpverlening aan jongeren en gezinnen blijkt dat professionals moeite hebben om te gaan met levensbeschouwelijke en religieuze vragen. In jargon heet dat: handelingsverlegenheid. Het probleem is dat professionals zich soms niet realiseren hoe belangrijk de rol is van religie en levensbeschouwing in het leven van jongeren. En dat hulpverlening niet om dit soort levensvragen heen kan. Volgens een onderzoek uit 2015 ziet een op de vijf mensen in Nederland zich als actief gelovige (Van Saane & Krouwel). Onder jongeren zegt 17% in een god te geloven en 31% weet het niet.

Religieuze visie

Kennisplatform Integratie & Samenleving, KIS, heeft een verkennend onderzoek gedaan naar aanleiding van vragen van jongerenwerkers uit Rotterdam, Nijmegen en Tilburg. En ook naar aanleiding van ervaringen in enkele KIS-projecten, waarbij ouders en jongeren te kennen gaven dat ze religie en levensbeschouwelijke aspecten misten in de hulpverlening. Projectleider Jamila Achahchah van KIS: ‘Wij krijgen vragen van ouders over hoe ze hun kinderen met religie op kunnen voeden in een seculiere – dus niet religieuze – samenleving. Zij ervaren dat de hulpverlening die ze krijgen geen rekening houdt met hun religieuze visie. Bijvoorbeeld als het gaat om seksuele opvoeding of wel of niet meedoen met de kerstviering op school. Ook in de hulpverlening en het jongerenwerk zien we dat waarden kunnen botsen tussen professionals en jongeren.

Levensbeschouwelijke vragen

Het onderzoek gaat nadrukkelijk niet alleen om de omgang met religie, maar ook om andere levensbeschouwelijke vragen waar jongeren alleen al vanwege hun leeftijd vaak mee rondlopen, zegt Achahchah. Bijvoorbeeld over de zoektocht van jongeren naar: “Wie ben ik?”. En over de verschillende gewoontes en gedragingen van jongeren vanuit een religieuze en of levensbeschouwelijke achtergrond. Achahchah:  ‘Sommige orthodox-gelovige jongeren willen bijvoorbeeld niet meedoen aan activiteiten waarbij jongens en meisjes samen zijn. Hoe ga je dan als jongerenwerker zonder oordeel het gesprek aan? Veel jongeren met een migratieachtergrond zijn op zoek naar hun identiteit. Ze willen hun etniciteit en levensbeschouwing vasthouden en vinden soms geen verbinding in de Nederlandse cultuur. Wat kun je als jongerenwerker voor deze jongeren betekenen? Voor hulpverleners is het vaak lastig om aspecten van religie en van cultuur uit elkaar te houden.’

Handelingsverlegen

Volgens de projectleider van KIS blijkt uit het onderzoek onder professionals dat hulpverleners in gezinnen en jongerenwerkers vaak te kampen hebben met handelingsverlegenheid als ze vragen van levensbeschouwelijke aard, religie en etniciteit tegen komen. Achahchah: ‘Hulpverleners nemen snel een “alarmhouding” aan als ze het woord levensbeschouwing of religie horen. Ze komen voor een paar dilemma’s te staan; Veel professionals vinden het gesprek over gevoelige kwesties in religies moeilijk. Zij vragen zich af waar hun rol ligt en waar de rol van de ouder begint. Bijvoorbeeld als het gaat om biseksualiteit of genderverandering. Hoe voer je het gesprek hierover met religieuze ouders?’

Cultuursensitief

Een tweede probleem dat professionals in het KIS-onderzoek aangeven is dat ze niet weten waar ze betrouwbare informatie kunnen vinden over religie en levensbeschouwing. Verder geven professionals aan dat het lastig is om diversiteitsensitief te werken als het gaat over levensbeschouwing en religie. Achahchah: ‘Als je een jongere in de groep hoort roepen “Allahu akbar”, moet je er dan vanuit gaan dat deze jongere extremistische ideeën heeft?’

Competente hulpverlener

Op basis van het verkennend onderzoek onderscheiden de KIS-onderzoekers drie verschillende profielen van hulpverleners in relatie tot levensbeschouwing. De eerste is de “competente hulpverlener”, die zijn kennis en vooral ervaring gebruikt om te bepalen of en hoe hij/zij handelt ten aanzien van levensbeschouwelijke en religieuze aspecten. ‘Deze hulpverlener voelt zich vaak alleen staan omdat hij een van de weinigen is die met levensbeschouwelijke vraagstukken om kan gaan’, zegt Jamila Achahchah. ‘Zij krijgen alle casussen die samenhangen met religie en levensbeschouwing op hun bord en hebben daardoor behoorlijke werkdruk.’ Daarnaast is er de afzijdige hulpverlener, die levensbeschouwing en religie een privé zaak vindt. Dan is er nog de zoekende hulpverlener, die open staat voor levensbeschouwelijke vragen, maar zich niet voldoende competent voelt om te handelen in zo’n situatie.

Casusbespreking

Volgens projectleider Achahchah is het dus nodig dat er gewerkt wordt aan de handelingsverlegenheid van hulpverleners als het gaat om levensbeschouwelijke en religieuze vragen. Door ‘casusbespreking in het team’, dat verbetert de kennis en de ervaring met dit onderwerp in professionele teams. Door levensbeschouwing mee te nemen in de professionele opleidingen en specifieke vaardigheden – zoals gespreksvoering – te trainen. Daarnaast is het goed, zegt Achahchah, om betrouwbare bronnen over levensbeschouwelijke vraagstukken in andere culturen te raadplegen. Aan de Vrije Universiteit in Amsterdam wordt een kennisbank ontwikkeld die toegang geeft tot informatie over verschillende levensbeschouwelijke vraagstukken: Emoena.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.